Taalvoutjes – Tabee, coryfee

Taalvoutjes 2017

De oprichtsters van Taalvoutjes, Inger Hollebeek en Vellah Bogle, zien zich geconfronteerd met het potentieel beste jongetje van de klas op de voorste rij.

door Dian van Gelder | Foto’s © Ella Elisabeth

Op de avond van 16 december zou het Groot Dictee der Nederlandse Taal uitgezonden zijn. Precies op deze avond organiseerde Taalvoutjes het eerste dictee. “We gaan het even helemaal anders doen!” De lezers  van dit verslag worden tevens uitgenodigd hun visie op de dicteeontwikkelingen te geven.

Dicteeavond
De presentatie van de avond was in handen van stand-upcomedian Tom Lash. Het dictee was geschreven door spellingexpert Wouter van Wingerden. Aangezien hij op hetzelfde moment als jurylid in Utrecht optrad, was hij fysiek niet aanwezig in Amsterdam. Later op de avond echter wel in de vorm van filmpjes met uitleg bij de uitwerking van het dictee. De twee oprichtsters van Taalvoutjes Vellah Bogle en Inger Hollebeek lazen het dictee voor. Zij verdienen een compliment voor de wijze van voorlezen en de wijze waarop zij reageerden op vragen om bepaalde gedeelten te herhalen. Twee vervaarlijk uitziende surveillanten zagen toe op een faire competitie. Het is nog maar de vraag in hoeverre hun nog te ontvangen controlerapport nog van invloed kan zijn op de einduitslag.

Taalvoutjes 2017

De twijfel slaat toe bij een deelneemster aan het dictee.

Het dictee
Het dictee op de Taalvoutjesmanier: in het teken van het afscheid van het Groot Dictee en tevens moderner, informeler en humoristischer. Dit laat onverlet dat in de eerste zin de przewalskipaarden kwamen binnenstappen en de tseetseevliegen kwamen aangevlogen. Moderner door woorden die vooruitlopen op toevoeging in de Dikke Van Dale, zoals geïnstaad (instaën; vergelijk instagrammen) en gesnapt (snappen; vergelijk snapchatten). Vermelding zou in de onlineversie toch mogelijk moeten zijn. Het woord Parijs in een Parijs 3 Michelinsterrenrestaurant (of drie-Michelinsterrenrestaurant) wordt gebruikt als bijvoeglijk naamwoord en dus zijn de regels voor de bezits-s niet van toepassing.

Taalvoutjes 2017

Het Vossius Gymnasium had gezorgd voor authentieke, strenge surveillanten.

Andrés, Janny’s en Robèrts sidekick leverde de nodige misbaksels. Het los dan wel aaneenschrijven zorgde voor hoofdbrekens bij zich tegoed doet, dan wel en het er … van afbrengen. Het woord millennials is toch veel eenvoudiger dan dat je je moet vergewissen van het juiste gebruik van weglatings- en koppeltekens in jarentachtig- of –negentigkinderen of jaren 80- of 90-kinderen of jaren 80- of -90-kinderen, waarbij er dus zelfs dus drie mogelijkheden zijn om deze woordgroep op de juiste wijze te schrijven. De Green Happinesschickies zijn nog onvoldoende ingeburgerd, dus met hoofdletters. Net zoals bij de introductie zorgden ook hier de iPhone X’s voor chaotische taferelen.

De ayahuascaceremoniën lieten hun geestverruimende werking niet onbetuigd.

Taalvoutjes 2017

Het erepodium: Jeroen van Heemskerck Düker (3), Bert Jansen (1) en Annemarie Braakman (2).

Prijzen
De prijzen gingen naar het sterrenspecialistentrio: Bert Jansen (11 fout), Annemarie Braakman-Ven (13 fout) en Jeroen van Heemkerck Düker (14 fout). Voor Rein Leentfaar was het dit keer: tabee, trofee! Bij de prijsuitreiking kwam het przewalskipaard opnieuw opdraven. Dat was voor diegene die zich vergaloppeerd had en zo de Przewalskiprijs voor het meest originele dicteewoord ‘eyephone’ ontving.

Wandschildering
Dan nu nog even iets van geheel andere orde. De wandschildering boven het podium intrigeerde mij. Dus besloot ik de betekenis van de wandschildering op te vragen. Mijn dank aan Ingrid Tieri van het Vossius Gymnasium voor het document: Amstelodanum 82 (1995), Richter Roegholt: “De laatste school van Nico Lansdorp: het Vossiusgymnasium.” In onderstaande passage de beschrijving en betekenis van de wandschildering. Aan de lezers van dit verslag de vraag om gelijkenissen en verschillen tussen dicteeontwikkelingen en de wandschildering te benoemen!

Taalvoutjes 2017

De wandschildering in de aula van het Vossius Gymnasium. (foto: Dian van Gelder)

“In de aula heeft Leo Visser (1880–1950), een bekend tekenaar, schilder en lithograaf, boven het podium een wandschildering aangebracht, die een scène voorstelt uit de strijd tussen de Grieken en Trojanen uit de Ilias van Homerus. Links liggen de holle schepen van de Grieken, rechts verheffen zich de transen van het ommuurde Troje. Van beide kanten trekken tweewielige strijdwagens op. Centraal staat een boom, waartegen een bruine gestalte leunt, de schim van Patroclus en aan weerskanten staan twee lanszwaaiende krijgers, Hektor en Achilles. Op de Trojaanse strijdwagen staat een zekere Alexandros, waarmee Paris wordt bedoeld. In de boom zitten twee vervaarlijke roofvogels, Athene, die de Grieken steunde en Apollo, die uit haat tegen de Grieken de partij van Troje koos. Patroclus bezoekt zijn boezemvriend Achilles en wekt hem op zijn wrok te laten varen en zijn volk te komen helpen: ‘Zo’n wrok als jij koestert, ik hoop niet dat die mij ooit te pakken krijgt, jij ongeluksheld! Wat zal een ander, wat zal het nageslacht aan jou hebben, als je nu de Grieken niet voor de ondergang behoedt!’ Vergeleken bij het mozaïek en het glas-in-loodraam is deze wandschildering veel moderner met een knipoog gestileerd heroïsch.”

Het Groot Dictee is dood, leve het Groot Dictee

Utrecht 2017

Manon Uphoff

door Pieter van Diepen

Op zaterdagavond 16 december, de avond waarop dicteeliefhebbers normaal gesproken aan de buis gekluisterd hadden moeten zitten, in gespannen afwachting van de betoverende klanken van het derde deel – allegro assai – van het Celloconcert in A (Wq. 172) van Carl Philipp Emanuel Bach, en van wat daarna zou komen, het vermaarde Groot Dictee der Nederlandse Taal in de Eerste Kamer der Staten-Generaal, op die avond dus, konden de adepten die steevast meeschreven, thuis dan wel bij een parallelsessie, kiezen uit maar liefst drie zelfverklaarde opvolgers van het abrupt door de NTR bij het grofvuil gekieperde Dictee der Dictees.

Naar het GeenStijl Nationaal Dictee ging natuurlijk niemand – het bête gegiechel van de overjarige blondine wier naam ik hier niet zal noemen (maar die erg Hollands klinkt), daar wil je toch niet naar luisteren? Dus ofwel naar Utrecht, naar de Bibliotheek, ofwel naar Amsterdam, naar het Vossius Gymnasium, waar de dames van Taalvoutjes in het gat waren gesprongen. Enkele notoire dicteetijgers kozen voor de hoofdstad – zie voor een verslag elders op deze site. In de domstad (sic!) gaven, naast een flink aantal lokale liefhebbers én BU’ers, vanuit Dicteeland rising star Marissa van Vliet en twee oud-Groot-Dicteewinnaars, youngster Randy van Halen en schrijver dezes, acte de présence.

En het moet maar eens gezegd: zowel in Amsterdam als in Utrecht was er ook voor de specialisten een mooie prijs te verdienen – ze werden nu eens niet in een aparte categorie hors concours gezet. Het gaat ons natuurlijk helemááál niet om de prijzen (maar om de tekst, om de eer en om de onderlinge rivaliteit), maar toch …

utrecht2017_ellen-deckwitz

Dichteres Ellen Deckwitz

De voorleesster
Het ‘Groot Dictee over Utrecht’ was van de hand van Manon Uphoff, de schrijfster die in 1995 debuteerde met de bundel ‘Begeerte’, en die eerder ook de tekst van het Tweede Utrechts Kerkdictee leverde. Zij kon er zelf niet bij zijn – zoals ook de auteur van het Taalvoutjesdictee, taal-zzp’er en mede-Leidenaar Wouter van Wingerden, er in Amsterdam niet bij kon zijn. Hij was namelijk de juryvoorzitter in Utrecht!

De voorleesster was dichteres Ellen Deckwitz, Nederlands kampioene Poetry Slam in 2009. Zij deed het met verve. En met humor. Ze ontpopte zich, ondanks een paar uitspraakuitglijders, als een ware voorlees-ster. Ze babbelde de boel op een plezierige manier aan elkaar, met kwinkslagen als “Het dictee gaat wel even duren, maar ach, het is zaterdagavond en we hebben toch niets beters te doen dan de nieuwe Star Wars missen”, “U mag niet spieken of praten” en toen een deelneemster hoestte “u mag wel hoesten, als het maar niet in morse is”.  Bij het doornemen van de spelregels las ze een niet van helderheid overlopende zin voor: “Als een woord – deel uitmakend van een welbepaalde vaste woordgroep of uitdrukking – staat weergegeven in Van Dale als lemma, met de bedoelde woordgroep onder datzelfde lemma, dan is enkel de volgens dit lemma voorgeschreven schrijfwijze van het woord juist”. Waarna ze verzuchtte: “Geen idee wat ik nu heb gezegd, maar het is héél belangrijk!” En ze waarschuwde alvast: “Na afloop heeft u misschien een trematrauma, of bent u meegezonken met ’t kofschip.” Tussendoor was ze heel empathisch: “Ben ik goed te verstaan? Ik loop me een kaakontwrichting te articuleren!”

Utrecht 2017

Trio Las Musicas, dat de pauzeact verzorgde (foto Randy van Halen)

De tekst
Het was een aardig dictee over Uphoffs geboortestad Utrecht, geïnspireerd door een citaat van Marsman (“Geen stijl, maar des te meer karakter heeft de stad, een harde en benepen eigenzinnigheid, die zich de maat van alle dingen waant”) en het was moeilijk genoeg, getuige het gemiddelde aantal fouten (24) en de score van de beste lokale deelnemer. Het was ook lastig genoeg voor het tijgervolkje, want niemand ging met een nulfouter naar huis. De zin “Temeer daar het geenszins een sinecure is een goed gelijkend beeld te schetsen van de domstad waar Erich Wichmann surreële scheldkanonnades te berde bracht en waar in het Centraal Museum de ooit choquerende fietsster van Moesman in evakostuum op haar vélocipède prijkt” gaf meteen de nodige hoofdbrekens. De antroponiemen telden niet mee, maar zouden beslissen bij een ex aequo. Dat bleek overigens niet nodig. Het is velo zonder accent aigu op de e, maar vélocipède met. En de diehards wisten natuurlijk dat sleutelstad (Leiden) en prinsenstad (Delft) met onderkast is, maar zou Domstad niet gewoon een samenstelling met de eigennaam Dom zijn? Mis. Ik zou dat nog nadrukkelijker gedacht hebben als er een komma op volgde, maar de leestekens werden gek genoeg niet voorgelezen.

Na de eropvolgende zin, “Ons stadsie is geen plek van bête dommeriken ondanks Hoog Catharijne, dit achenebbisje exces van de ideeëloze kortetermijnplanning van de zeventiger jaren, toentertijd wel degelijk het je van het van de moderne joie de vivre”, zei Ellen begripvol “Deze zin is een beetje de Mont Ventoux; hierna wordt alles beter.” Stadsie is kennelijk een in Utrecht gebruikelijke naam voor hun stadje. Het staat niet in de naslagwerken. Uiteraard. Bij je van het, dat ik los schreef, en dat ook los moest, bedacht ik later: zou het hier, als zelfstandig naamwoord, niet met koppeltekens kunnen? Zoals bij heen en weer, maar het heen-en-weer? Of aan elkaar, zoals bij dank je wel, maar een dankjewel?

Toen alles beter moest worden, volgde nog “Wie het eclectische pandemonium vanaf de Domtoren (sic!) aanschouwt, ontwaart talloze machines die non-stop druk()doende zijn de gedempte singels heruit te graven die destijds sans gêne zijn versjteerd.” Dat was voor mij het pièce de résistance. Waarom hier wel een kapitale D? Als huiswerkopgave mag u zelf bepalen of het drukdoende of druk doende moet zijn. En heruit, dat ziet er niet uit.

Er werd ook nog gevlogd, door Maarten van Ooijen, fractievoorzitter van de ChristenUnie in de Utrechtse gemeenteraad. Hij vond het wel een beetje spannend, want, zei hij, zijn “taalvaardigheid is mondeling best wel aardig, maar of het ook schriftelijk goed is”, daar had hij zijn twijfels over. Met reden, hij had meer rode strepen dan hem lief was …

Utrecht 2017

Winnaar Pieter van Diepen, met daarachter de jury, v.l.n.r. Wouter van Wingerden, Jaco de Kraker van Onze Taal en Boukje Verheij van het INT (foto Marissa van Vliet)

De winnaars
Winnaar bij de BU’s werd Judith Tielen, Tweede Kamerlid voor de VVD. Haar score werd niet genoemd, althans die is mij ontgaan, maar het was niet meer dan 18. Zij was op 30 december op tv te zien in het nieuwe programma ‘De Avond van Taal’, maar had daar minder succes: samen met D66-collega Paul van Meenen haalde ze de finale niet. Dat was een ‘klein Groot Dictee’ – nog een opvolger, van de NTR zelf nota bene. In moordtempo voorgelezen door nieuwslezeres Annechien Steenhuizen, maar geef mij toch Philip Freriks maar.

Derde, en beste Utrechtse deelnemer, werd Els van Atten, met 12 fouten. Daarmee bleef ze specialiste Marissa van Vliet voor. Randy van Halen werd tweede met 5 fouten en ikzelf schoot nipt de hoofdvogel af, met één foutje minder. Een gedenkwaardige avond, want het was mijn honderdste scudetto.

De wraak van Freriks: het dictee bloeit

Taalvoutjes 2017

Bert Jansen in actie tijdens het Taalvoutjesdictee.

door Jeroen van Heemskerck Düker  |  Foto’s: © Ella Elisabeth

Na het abrupte verscheiden van het Groot Dictee op tv verkeerde menig liefhebber, initiator Philip Freriks voorop, in mineur. “Waar ik de smoor inheb is dat een programma dat toch wel een icoon is, waar ze jarenlang goeie sier mee hebben gemaakt, in één klap bij het vuil wordt gezet”, vertelde de maestro in mei van dit jaar in de NRC. Net als de duizenden dicteevolgelingen zal Freriks zich verheugen over de renaissance die vooral in deze decembermaand manifest is geworden.

Nee, het Groot Dictee keert niet terug op tv – althans niet in het vertrouwde format. Wel staat op 30 december 2017 een avondvullend taalprogramma geprogrammeerd, waarin journaallezeres Annechien Steenhuizen een ‘Klein Dictee’ presenteert. De opnamen zijn inmiddels achter de rug, en naar verluidt gaat het om een gemakkelijke tekst. De kans op een nulfouter is dus vermoedelijk groter dan ooit.

Taalvoutjes 2017

Annemarie Braakman-Ven op het podium in Amsterdam. Zij won de tweede prijs in het Taalvoutjesdictee.

Taalvoutjes
Topresultaten bleven daarentegen uit in het allereerste Taalvoutjesdictee. Op 7 december zag dit nieuwe initiatief het licht in de aula van het Vossius Gymnasium te Amsterdam. Het socialemediafenomeen Taalvoutjes is in vijf jaar exponentieel gegroeid. In 2012 begonnen Inger Hollebeek en Vellah Bogle een Facebookpagina over hun taalirritaties: malle menukaarten, hilarische opschriften en vreemde teksten in de media. Het bleek een gouden greep. Vijf jaar later sturen de vrouwen een negentienkoppige redactie aan. Alleen al de Facebookpagina (er is ook een bijbehorende website) trekt een half miljoen volgers. Het dictee was een logisch gevolg van dit succes. Binnenkort leest u op deze site een uitgebreid verslag van de avond.

Op dezelfde avond van 7 december vond het eerste Dictee van Utrecht plaats. De tekst werd geschreven door Manon Uphoff, die eerder dit jaar ook het Kerkdictee in de Utrechtse Dom voor haar rekening nam. Dichteres Ellen Deckwitz las het verhaal met veel schwung voor. Voor winnaar Pieter van Diepen was het een bijzondere avond: hij vierde in Utrecht zijn honderdste dicteeoverwinning in zijn carrière. Ook van dit evenement biedt Dictees.nl binnenkort een impressie.

GeenStijl
Het platform GeenStijl – betaald door Telegraaf Media – mengde zich in de successieoorlog rondom het overleden dictee. De website, gespecialiseerd in puberale lolligheid met een venijnig toontje, sneed zich daarmee in de vingers – al zien de beheerders dat vooral als ontzettend grappig. Voorleesster Kim Holland hakkelde nog erger dan de livestream. Of de 35 genodigden zich adequaat door de tekst heenploegden, maakt de redactie vreemd genoeg niet bekend. Naar de tekst te oordelen, hadden de auteurs zich voorgenomen het ‘archaïsche’ karakter van het voormalige tv-dictee fors te benadrukken. Zij propten zo veel mogelijk formele, maar eenvoudig te schrijven constructies in een ranzig verhaaltje waarvan de pointe buitenstaanders compleet ontgaat. Desondanks zaten er aardige spellingproblemen in, waaronder laagohmig, uiig, geürm, anarcho-liberale en het onlangs aangepaste gillesdelatourettesyndroom. Ook ontbraken obsolete, maar mooie synoniemen als binst en kwapoetsen niet. In de zaal won Simon Drijver, die onder het pseudoniem Joris von Loghausen bekendheid geniet op de websites GeenStijl en Dumpert.

In het land is ook zonder de inspiratie van het tv-dictee sprake van een bloeiend dicteecircuit. Topevenementen als die in Groningen, Zutphen, Aalsmeer, Amersfoort, Harderwijk en Alkmaar danken hun reputatie aan de combinatie van een goede tekst en een uitstekende ambiance. Ook de meer bescheiden dicteeavondjes blijven de moeite van een bezoek waard, zoals Laren, Markelo, Heeze, Gent en Leiderdorp. Als de voortekenen niet bedriegen, gaan de spellingaficionado’s een mooi dicteejaar tegemoet.

Exotische taferelen in Vilvoorde

Vilvoorde 2017

Arts en dicteetijger Jan Deroover.

door Frank Denys / Foto’s: AZ Jan Portaels

Sinds het wegvallen van het Davidsfondsdictee in 2009 is het Vlaamse dicteelandschap verworden tot een dorre woestijn. Het is daarom des te verheugender dat we ons af en toe kunnen laven aan enkele zeldzame oases. Het Portaelsdictee in Vilvoorde is er een van.

Volgend jaar wordt in Vilvoorde de 200-jarige geboorte van Jan Frans (Jean-François) Portaels (1818-1895) herdacht. Deze Vilvoordse kunstschilder is sinds 2002 de naamgever van het plaatselijke ziekenhuis AZ Jan Portaels. Werkzaam in dat ziekenhuis is een andere Jan: Jan Deroover, ex-hoofdarts, psychiater en dicteeliefhebber pur sang. Hij nam het lovenswaardige initiatief om in de aanloop naar het Portaelsjaar een dictee te organiseren voor personeelsleden van het ziekenhuis én voor buitenpoorters. Hij schreef ook zelf de tekst, een fraai geborsteld reiscurriculum van de al te lang onder de korenmaat gebleven negentiende-eeuwse kunstenaar.

Odyssee
Het dictee had als titel Een odyssee en we volgen de globetrotter Portaels in respectievelijk Rome, Egypte en Syrië:

Het was de bedoeling Bijbelse taferelen te schilderen, ook ignudi zoals zovele voorgangers. Hij maakte er zijn eerste schetsen, veelal chiaroscuro, tekende in situ, in plein-air op vergépapier. Bepaalde lijnen werden benadrukt met gallusinkt, 3,4,5-trihydroxybenzoëzuur, later verantwoordelijk voor inktvraat. … Hij kreeg de opdracht een staatsieportret te maken tegen een hoge prijs en had zijn mecenas gevonden. De wali lag er neergevlijd op een ottomane, een chaise longue, bekleed met patchwork en een paisleypatroon, met ernaast een gueridon, waarop een Ierse whiskey stond in een façon-de-venisekaraf … Hij tekende oosterse vrouwen, nooit met een decolleté en niet shabby gekleed, wel in een berthe van orleans, al dan niet met een haik, dan weer in een abaja of gewaden met een chalcosienkleurige chintz en barège in jonquillekleur.

Vilvoorde 2017

Jan Deroover leidt zijn dictee in.

Op spelling gefocuste dicteeschrijvers hebben vaak moeite om de inhoud ­– in dit geval de sprekende beelden – tot zich te laten doordringen. Maar daar had Jan een mouw weten aan te passen door voor, tijdens en na het dictee een diamontage te laten afspelen met enkele karakteristieke schetsen en schilderwerken in de voor Portaels zo typische oriëntaalse stijl. Storen deed het allerminst, of het de concentratie bevorderde is onzeker, maar die onderdompeling in een sfeer van sensuele tableaus vond ik toch wel iets hebben. De oosterse praal leek zo weggeplukt uit de sprookjes van Duizend-en-een-nacht.

Twee GDNT-winnaars
In zijn inleiding zette Jan meteen de toon. Hij had een iets hogere opkomst verwacht – slechts een vijfentwintigtal deelnemers tekende present – maar wist toch trots te melden dat hij twee voormalige winnaars van het Groot Dictee der Nederlandse Taal had weten te strikken. Dicteenomade Jozef Lamberts, die sinds kort boven de Moerdijk het epitheton troetel-Vlaming wordt opgespeld, was cowinnaar in 2001. Voorts was er Kristien Bonneure die als voorleesster het gebeuren een bijzonder cachet verleende. De VRT-journaliste is een stadsgenote van Jan en momenteel medewerkster van de site VRT NU. Ze is tevens auteur van het inspirerende boek Stil Leven. Een stem voor rust en ruimte in drukke tijden (Lannoo 2014), maar dicteeliefhebbers zullen haar ongetwijfeld vooral kennen van haar televisieoptreden in de vorig jaar laatst gehouden editie van het GDNT. Ze vormde toen samen met Marco Sanders de winnende Vlaamse tandem in een bloedstollend finalespel.

Vilvoorde 2017

VRT-journaliste Kristien Bonneure dicteert.

Aanvangers of liefhebbers?
Kristien las het dictee met heldere stem voor in een perfect tempo. Ze nam ook nagenoeg feilloos alle uitspraakhindernissen die de vele exotische tongbrekers opwierpen. Na het dictee werd haar optreden beloond met een mooie ruiker bloemen.

De personeelsleden-liefhebbers moesten in dit invuldictee 75 woorden/woordgroepen schrijven, de specialisten kregen er 73 andere te verstouwen. Toen de liefhebbers de eerste invulwoorden hoorden schrok Jan zich meteen een hoedje: ze keken hem aan alsof ze water zagen branden. Het is dan ook geen sinecure om als dilettant de spelling tussen keukenmeidenfrans en Marollenfrans (de voertaal ten huize Portaels) uit elkaar te houden en ook niet om woorden als pardessustje, houtje-touwtjejas, kanunnikessen, prosciutto, Apennijns Schiereiland, Navez’ dochter, voorbijijlden, loucheste, etc. foutloos neer te pennen. Een deelnemer vroeg zich af of hij in de verkeerde categorie was ingedeeld, een olijkerd durfde de speels-monkelende opmerking te maken dat Jan misschien eerder een uitbreiding van zijn patiëntenbestand op het oog had dan het verschaffen van een genoeglijk en leerrijk avondje. Desondanks bleef de sfeer tot op het einde heel gezellig en verklaarden de meeste personeelsleden volgende keer opnieuw van de partij te zullen zijn, misschien wel beter voorbereid.

Ook bij de specialisten lag de moeilijkheidsgraad vrij hoog, maar hobbyisten moeten natuurlijk wél tegen een stootje kunnen. Het onderwerp, Portaels’ reisimpressies in verre landen, bood de auteur een dankbaar reservoir aan moeilijke woorden, waar hij gretig uit putte. Woordgroepen als mit heißem Bemühn, sub Jove frigido, relâche forcée en woorden als chikungunya, ghibils, dhow, dragoman, etc. zijn weliswaar zeer pittige, maar toch ook geen onoverkomelijke opgaven.

Vilvoorde 2017

Overleg in de pauze.

Schoonheidsfoutjes
Na het dictee werd onderling gecorrigeerd, dat scheelt altijd in mankracht en sluitingsuur. Het correctieblad bevatte jammer genoeg een paar foutjes en omissies, wat voor enige verwarring zorgde, maar met de hem kenmerkende bonhomie stelde Jan zich tegemoetkomend op en wist hij alles toch nog in goede correctiebanen te leiden, zodat er geen gemor opsteeg. Een van de opgaven bij de specialisten was de schrijfwijze van de familienaam Van Gogh, een leerling van Portaels. Op het oplossingenblad én in de tekst stond foutief van Gogh (de zinsnede luidde: …waar o.a. Ensor, Van Gogh en Van Rysselberghe tot zijn leerlingen behoorden.) met als korte uitleg de schilder, frequent verkeerd geschreven. Dit was nu toch echt wel een gemiste kans om voor een Vlaams publiek een degelijke uitleg te geven over het verschil in schrijfwijze tussen die in de dicteezin en bijvoorbeeld Vincent van Gogh!

Maar we vergeven Jan graag die schoonheidsfoutjes die hij als leergeld voor een volgende gelegenheid kan gebruiken. De organisatie was overigens tot in de puntjes verzorgd met een knappe affiche, ruime parkeergelegenheid, hapje en drankje voor en na, goede timing zodat iedereen op een fatsoenlijk uur naar huis kon, etc.

Vilvoorde 2017

Rein Leentfaar was tevreden met zijn eerste prijs.

Prijsuitreiking
Prijzen onder de vorm van boekenbonnen waren er allereerst voor de ploegen van het personeel. Hier was de top drie: 1. Galliërs 2. Hans en Inge en 3. Dames Onthaal Vaartstraat. In de individuele uitslag werd Sven De Boeck bij de liefhebbers 3de, ex aequo 1 en 2 met 19 fouten eindigden Wim Vleminckx en Kevin Willems. Kevin was de enige buitenpoorter die verkoos aan te treden bij de liefhebbers, maar ondanks zijn ervaring moest hij toch nog de hoofdprijs laten aan Wim, arts-anesthesist van het ziekenhuis, omdat hij in het dictee als eerste in de fout ging. In schril contrast met de keuze van Kevin stond de attitude van Margriet Colette die zonder dictee-ervaring de uitdaging bij de specialisten wou aangaan. Het verdient een speciale vermelding dat ze het er in die aartsmoeilijke categorie nog behoorlijk van afbracht. Hier veroverde Frans Van Besien de derde plaats met 20 fouten, ikzelf werd tweede met 12 fouten en zoals wel vaker ging de zegepalm afgetekend naar Rein Leentfaar met slechts 4 fouten.

Zwervende Zeeuw
Rein oogstte bewondering omdat hij helemaal uit Middelburg naar Vilvoorde was afgezakt. Toen iemand opmerkte dat de Zeeuws-Vlamingen altijd welkom zijn in Vilvoorde, kon de Zeeuw een wijdverbreide misvatting rechtzetten: tot voor kort woonde hij in het Zeeuws-Vlaamse Breskens, maar zijn huidige woonplaats Middelburg maakt geen deel uit van Zeeuws-Vlaanderen, het behoort tot de landstreek Walcheren.

2018
Kunstliefhebbers kijken met belangstelling uit naar de activiteiten die het Portaelsjaar ons volgend jaar zal bieden. En of het dictee een vervolg krijgt en misschien een vaste stek verovert op de dicteekalender? Ik hoorde de immer enthousiaste Jan voor volgend jaar toch al een nieuw dictee in het vooruitzicht stellen. Dat de organisatie bij hem in goede handen zit, daar mag na afgelopen editie niet meer aan getwijfeld worden.

‘De geur van mijn geboortegrond’

Castricum 2017

Dicteeauteur Gerard Wortel

door Pieter van Diepen

Het elfde Groot Castricums Dictee op 22 november in de plaatselijke bibliotheek was weer een feest. Mooi weer, niet onbelangrijk als je er in donker met de auto naartoe gaat, een mooie tekst en een spetterende entr’acte van de auteur, de Eemnesser bard Gerard Wortel. Een redelijk – voornamelijk grijs – deelnemersveld ook, met een twintigtal lokale diehards. En drie dicteetijgers, die buiten mededinging mee mochten doen.

Omdat ik er niet bij stil had gestaan dat je ook per trein in Castricum kunt komen, was ik op tijd de asfaltwoestijn opgegaan. Een half uur eerder dan de routeplanner aangaf – eventuele files incalculerend. Dat viel mee. Maar als je al om kwart voor zeven ter plaatse bent, valt er niet veel te beleven. Van lieverlee ben ik door een uitgestorven winkelcentrum Geesterduin gewandeld. Daar word je niet vrolijk van.
Dat werd ik wel toen ik in de bibliotheek hartelijk welkom werd geheten, en daar behalve auteur Gerard Wortel ook twee mededicteetijgers trof. Annemarie Braakman had de tocht vanuit Aalsmeer aanvaard, Bert Jansen vanuit Bussum.

Nederland Leest
Het thema van het dictee was het thema van Nederland Leest: robotica. Waar hadden we dat eerder gehoord? In Eemnes, twee weken eerder, was de titel van het memorabele derde Eemnesser dictee “Robotica”. Van dezelfde auteur als in Castricum: de Eemnesser bard, muzikant, dorpsdichter en ‘taalknutselaar’, liever dan taalkunstenaar. Gerard zei nog dat hij, toen Castricum hem om een tekst vroeg met dit thema, even dacht dat hij mooi dezelfde tekst als in Eemnes kon gebruiken. Eén voor de prijs van twee. Totdat hij zich realiseerde dat die damned dicteetijgers natuurlijk weer zouden komen. Het moet gezegd: hij kweet zich glansrijk van zijn taak. Weer een mooi verhaal, en weer genoeg dicteewoorden om het aantal fouten van de winnaar in de dubbele cijfers te krijgen. Van de lokale winnaar dan.

Castricum 2017

Het publiek in Castricum in afwachting van het dictee.

Cyborgs
Het begon al met de eerste woorden van de eerste zin. “Het jaar 2057 was …” – ik had het al zo geschreven, toen de auteur ingreep. Het jaartal moest in letters. Ongebruikelijk, maar wel een extra moeilijkheid: een spatie na duizend. Het verhaal ging over feestelijkheden voor tweedegeneratierobots, ter viering van het vijftigjarig bestaan van de humanoïde robot. Tweedegeneratierobots, ja, alles aan elkaar. In het Groot Dictee van 2010 struikelden velen over ‘derdegeneratieallochtonen’, maar dat kwam doordat Philip Freriks het toen uitsprak als ‘dérde generatie allochtónen’. De voorlezer in Castricum, cultuurwethouder Steeman, deed het goed.

De tweede zin: De burgemeester opende het jubileumjaar triomfantelijk met een wijdlopig discours over kunstmatige intelligentie en sprak lauwerende woorden over de groteske wijze waarop de doorsneecyborg uit zijn gemeente in de afgelopen decennia wist te assimileren, waarbij de laatste nooit ofte nimmer enig xenofobisch gedrag tentoonspreidde of ervandoor ging ingeval een collisie dreigde met de menselijke entiteit. Ga er maar aan staan! (Een cyborg is half mens, half machine: cybernetisch organisme.)

Twee soorten robots
De zorg- en knuffelrobots werden vervolgens reuzegrappig gefêteerd op een geëngageerde vaudeville. Dat was mijn grootste twijfelgeval: waren het nou twee soorten robots, zorgrobots en knuffelrobots, of was het maar één type robot, dat zowel zorgde als knuffelde, dus à la het peper-en-zoutstel zorg-en-knuffelrobots?
De androïde robots gingen nog voetballen op een zompig en gemillimeterd veld, in een derby met een-tweetjes, crosspasses en man-tegen-mangevechten, voor de feminiene robots waren er workshops maquilleren en coifferen, met voor sommige een gratis coupe soleil of een voucher om naar believen te outletten in een doe-het-zelfzaak, en als afsluiting van het jubilee was een bal masqué met linedancen en aerobiccen. Kortom, plezier alom.

Castricum 2017

Gerard Wortel droeg een aantal van zijn liederen voor.

Spetterende entr’acte
Ook voor de deelnemers plezier, want in de nakijkpauze was er een spetterend optreden van Gerard Wortel. Uit zijn boek Heimwee naar Eemnes, met 43 gedichten die hij schreef als dorpsdichter in de periode 2013–2015, droeg hij er gloedvol een aantal voor. ‘Vorstelijk onderscheid’ over de lintjesregen, ‘Straatterreur’ over senioren op e-bikes en over kunstgras in het polderdorp ‘Kunstgras in het polderdorp’.

De gedichten werden afgewisseld door liedjes, of liever: gedichten in de vorm van een lied. Zichzelf begeleidend op zijn gitaar vertolkte hij het gevoelige nummer over pappa’s die ooit pubers waren en het weemoedige lied over meester Adolfse en zijn Fiat Topolino. Gevoelig, weemoedig, hoezo dan spetterend? Wel, op speciaal verzoek van een van de deelnemers zong hij “Heimwee naar Eemnes”, met het fragment “Maar wat ik het meest kan missen, wat ik Eemnes eigen vond, is die onvervalste geur van spetterende koeienstront.” En het refrein, meegezongen door zijn gehoor:

Koeienstront, kóéienstront,
De geur van mijn geboortegrond,
Alles wat te groeien stond
Dank ik aan de koeienstront

Ik kom uit West-Friesland, in Castricum rook ik al bijna de geur van mijn geboortegrond. En ja, ik kom van een boerderij. Met de onbekende dichter René de Clercq (1877–1932) zeg ik: “Ik klets op de kluiten en glets in de moer, ik ben van den buiten, ik ben van den boer!”

Castricum 2017

Co Rol (rechts) neemt zijn prijs in ontvangst.

Slotakkoord
Aan alles komt een eind, ook aan het pauzeoptreden. Er volgde immers nog iets belangrijks: de uitslag en de prijsuitreiking. Ik zei al: het was moeilijk genoeg om de lokale schrijvers met een flink aantal rode strepen op te zadelen. Drie van hen staken erboven uit. Sonja de Jong en Tessa van den Brink eindigden ex aequo op de tweede plaats met 15 fouten. Na loting kreeg Tessa de tweede prijs en Sonja de derde. Maar de winnaar was Heemskerker Co Rol, met 14 fouten.

En de drie buitenpoorters? Annemarie had drie fouten (of waren het er vier?), Bert had er twee, waaronder het discutabele ‘stichting’ met een kleine s waar Stichting Feestcomité Castricum vereist was. En ik, ik schreef vorig jaar in mijn privéverslagje: “De tekst, geënt op het thema van ‘Nederland Leest’, met lekker veel dicteewoorden, maar toch een goedlopend verhaal, was knap moeilijk voor niet-dicteetijgers – getuige de foutenaantallen van de prijswinnaars – en moeilijk genoeg om ook dat rare clubje weer op het verkeerde been te zetten, zodat niemand met een nulfouter naar huis ging. Chapeau.”
Nu kon ik in mijn annotaties schrijven dat het eerste deel nog onverkort klopte, en ook het laatste woord. Maar het was deze keer wel een nulfouter!

Fake news uit Gent

Gent 2017

Café Hotsy Totsy in afwachting van de dicteeschrijvers.

door Bert Jansen

Gent heeft enige tijd geleden een nieuw zogeheten Verkeerscirculatieplan geïntroduceerd, dat beoogt de binnenstad leefbaarder te maken en de veiligheid van fietser en voetganger te vergroten. Prijzenswaard! Maar er is ook een – waarschijnlijk onbedoelde – keerzijde aan deze gulden medaille: dicteenomaden weten café Hotsy Totsy niet meer te bereiken. Dat causaal verband tussen de verkeersbelemmerende maatregelen en de opkomst bij Het Klein Dictee is natuurlijk niet met zekerheid vast te stellen, maar feit blijft dat de belangstelling buitengewoon pover was: niet meer dan pakweg twintig personen, een derde minder dan bij de vorige editie, hadden de weg naar de Gentse staminee weten te vinden. Zelfs de usual suspects, zoals daar zijn Christiane Adams, Birgit Kuppens, Trui Gonnissen en de Zottegemse tweeling Elsie en Leen Ribbens, ontbraken op het appel. Ikzelf liet, op weg naar Hotsy Totsy, mijn navigatiesysteem prevaleren boven de verbodsborden. De eerste GAS-boete van 55 euro is inmiddels bezorgd, maar ik verwacht er nog wel meer …

Dat roept de vraag op: was het de moeite waard? Een volmondig ‘ja’ is daarop mijn antwoord! In de middag vergaapte ik mij in het MSK (Museum voor de Schone Kunsten) aan de overweldigende kunst en de restauratie van de aanbidding van het Lam, het centrale deel van de polyptiek van de gebroeders Van Eyck, die al meer dan een half millennium de Sint-Baafskapitaal siert. In de vooravond pleisterde ik aan de mooiste lei van de hele wereld: domweg gelukkig aan de Korenlei.

Gent 2017

Herman Killens (links) en Frans Van Besien ontvangen hun prijzen uit handen van Jan De Lille.

Gents halfuurtje
Toen ik café Hotsy Totsy om kwart voor acht binnenstapte, zat er nog maar een handjevol dicteeadepten. Om acht uur was de start van het dictee voorzien; geheel volgens de traditie echter respecteerde men ook dit jaar een ‘Gents halfuurtje’. Maar kort na halfnegen opende Philippe Marmenout, de voorzitter van het dichterscollectief De Wolven van La Mancha, dan toch het bal. Hij schetste het geprogrammeerde verloop van de avond en stelde de man voor die aangezocht was om het dictee te declameren: Rudy Coddens, schepen en voorzitter OCMW én kandidaat-burgemeester van de stad van Jacob van Artevelde. Het kan niet ontkend worden: Rudy deed zijn best, maar het ruime palet aan exotische instinkers stelde de, overigens niet voor een kleintje vervaarde aspirant-burgemeester, af en toe voor onoverkomelijke uitspraakproblemen. Maar allee, wie zou er zijn tong níét breken over uitheemse woorden als za’atar, Cauchies en caravaggisme?

Al direct na die eerste lezing was het duidelijk dat de Wolven van La Mancha er weer in geslaagd waren een verbaal mijnenveld te leggen waaruit niet alleen de argeloze dilettant, maar ook de door de wol geverfde dicteetijger niet zonder kleerscheuren kon ontsnappen.
Het dictee met de titel ‘Niets dan de waarheid’ behandelde een actueel onderwerp: fake news.  Alleen dát woord al leidde bij menigeen tot gefronste wenkbrauwen: is het al goed ingeburgerd en moet het dus aaneen of is het een gelegenheidsontlening en moet het dus los? Het kwam welgeteld driemaal in het dictee voor en bij een verkeerde keuze zou dat – de van-dik-hout-zaagt-men-plankencorrectiemethode van de Wolven kennende – al meteen tot drie strafpunten kunnen leiden.
Wie overigens mocht denken dat het fenomeen nepnieuws van Amerikaanse bodem en recente datum is, weet na dit Gents dictee wel beter: ook in de no-goarea Homs en in de tijd van de Zeven Provinciën, ja zelfs in de oudheid werd de goegemeente al bewust op het verkeerde been gezet. En niet alleen smombies en naïevelingen zijn er het slachtoffer van, ook de online-ingezondenbrievenschrijvers, zoveel werd wel duidelijk. De vraag werd geponeerd of fake news de ondergang van het avondland inluidde, maar die was retorisch bedoeld; een antwoord werd in ieder geval niet gegeven.

Gent 2017

Het beruchte correctieteam in Gent.

Menistenleugentjes
Na de integrale lezing zat Coddens’ taak erop. Hij groette vriendelijk en poetste de plaat, waarna het de beurt was aan de schrijver van het dictee, Peter Catrie. In een goed tempo en duidelijk, zonder tot spellinguitspraak te vervallen, las hij het dictee in hapklare brokken voor. Nochtans vormt de Vlaamse tongval voor het Noord-Nederlandse oor toch altijd een extra handicap. In ieder geval voor uw verslaggever. In de zinsnede: ‘… ik spreek niet over menistenleugentjes ofte leugentjes om bestwil’ zou bij Nederlandse lezing vermoedelijk niet: ‘… of de leugentjes om bestwil’ op mijn papier verschenen zijn. Overigens vind ik het gebruik van ofte hier dubieus; dit voegwoord wordt normaliter alleen nog in de verbinding nooit ofte nimmer gebruikt. Felix Heyman tekende protest aan tegen de zijns inziens te radde lezing van Catrie, maar zijn verzoek om de zoveelste herhaling werd niet gehonoreerd. Terecht, dunkt mij; te vaak worden woorden en zinnen tot vervelens toe herhaald. Ook tempo is onderdeel van het dictee.

Gent 2017

Rein Leentfaar oreert tegen de organisatoren; achter hem houden de overige prijswinnaars zich kalm.

Dabben
In de eerste zin ging ik al meteen in de fout met dabben. Dit kan ik volledig op conto van een licht slijtend geheugen schrijven; minder dan een jaar geleden immers beeldden de scholieren bij het Soester Dictee uit hoe je moest dabben! Ik schreef ‘debben’, volgens het in dicteekringen algemeen geldende adagium: bij onbekendheid spel je fonologisch. Onbekendheid met het (Belgisch-Nederlandse!) woord nobiljons was aanleiding tot twee rode strepen. In de zin: ‘Nee, ik spreek over fake news waarmee sommige nobiljons uitpakken’ vatte ik nobiljons als lijdend voorwerp op; Ik schreef: ‘Nee, ik spreek over fake news waarmee sommigen nobillions uitpakken’.

Ook dit jaar zat er weer een flinke riedel eigennamen in het dictee. Verleden jaar waren het de (Rode) Duivels en de Azzurri, dit jaar Barça en Cauchie die mij als verklaard sporthater opbraken. Ik wil niet graag in het kamp van de linguïstische prinzipienreiters ingedeeld woorden, maar kan men écht in redelijkheid van de dicteeschrijver verwachten bekend te zijn met de bijnaam van een voetbalclub of met een kunstenaar-architect van het tweede garnituur die al meer dan zestig jaar de tuin op zijn buik heeft? En moet ik ook weten dat Het Liegebeest een tv-programma is? Ik heb niet eens een tv! Het gebruik van eigennamen in dictees is – naar mijn bescheiden mening – een algemeen probleem, maar het Gents dictee lijkt er patent op te hebben.

Byzantijns
Ook een paar discutabele kwesties wil ik hier niet onvermeld laten. Als het gaat over het achterelkaar concipiëren van malicieuze leugens kan mijns inziens ook een lans gebroken worden voor achter elkaar. Het gaat immers om een reeks en dan is ‘de ene leugen na de andere’ toch te verdedigen? En moet een Byzantijns complot dwingend verwijzen naar het oude Byzantium? Is in dit verband niet met evenveel kracht de betekenis slaafs, kruipend te verdedigen? En dat za’atar een kruidenmengsel is, weet ik nu door Wikipedia, maar in de gehomologeerde bronnen zoek ik het tevergeefs.  

Evidente fouten lijken mij: tiki-taka (vanwaar dat koppelteken?), avondland (hier wordt duidelijk gerefereerd aan de Occident; overigens kan ik geen context bedenken waarin onderkast te verdedigen is) en Octavanius (hier zal Octavianus bedoeld zijn).

Gent 2017

Herman Killens (2e), rodelantaarndrager Bob Claeys, Frans Van Besien (3e) en Rein Leentfaar (1e).

Peloton vol fouten
Het correctieteam nam ruim de tijd voor het zetten van de rode strepen, maar het ging dan ook niet om een gering aantal. Net als verleden jaar mocht – met 17 fouten – Frans Van Besien de derde prijs mee naar huis nemen. Herman Killens, twee jaar op rij goed voor goud, kon met 16 fouten geen kunstje uit zijn hoed toveren; hij moest in reizende Rein Leentfaar, die slechts 14 fouten maakte, zijn meerdere erkennen. Alle drie de winnaars gingen met een stapel boeken naar huis. Na de drie koplopers volgde het peloton: Frank Denys en ondergetekende (22), Raf Coppens (23) en hekkensluiter Felix Heyman (40).

Het was al na elven toen ik, op weg naar Philippine, Gent uitreed – opnieuw de verbodsborden negerend. Er was geen hond op straat, maar ik vrees dat de camera’s niet sliepen. Afwachten maar weer wat voor verrassingen de Vlaamse hermandad nog voor mij in petto heeft.