Verbale acrobatiek van Vlaamse virtuoos

Opwijk 2018

De deelnemers voelden zich direct welkom in Opwijk.

door Bert Jansen  |  foto’s: Mireille Camps

Opwijk heeft nooit op mijn bucketlist gestaan. Zaterdag 9 mei was ik er dan ook voor het eerst. Je kunt niet zeggen dat deze vlek in de provincie bezwijkt onder de cultuurtoeristen, en ook het voorzieningenniveau gaf geen aanleiding tot applaus; zelfs een eenvoudige bloemisterij ontbrak in de Vlaams-Brabantse negorij, waar ik voor mijn gastvrouw een royale ruiker wilde aanschaffen. Noodgedrongen stelde ik mij dan ook maar tevreden met een paar cornetjes bonbons van de lokale Spar. Ondermaats, gezien de traktaties die mij later ten deel zouden vallen.

Aan de brievenbus van nummer 46 van Grootveld – de plaats van handeling – hing een briefje waarin de bezoekers aan het BeNeDictee (in alfabetische volgorde) welkom werden geheten. In de tuin met nauwgezet gemanicuurd gazon hadden de ambulante lexicofielen zich verenigd rond de uitnodigende ontbijttafel.

Opwijk 2018

De Zeeuwse afgevaardigde maakte er het beste van.

Reprise
Aan de ongedwongen kout maakte Herman alras een eind door ons uit te nodigen in zijn tot dictee(r)kamer getransformeerde salon. Eenieder van ons herinnerde zich nog het verbale geweld dat de Opwijkse woordacrobaat verleden jaar over zijn publiek uitstortte. Stond de dicteetijgers een reprise van die massacre te wachten? Met deze brandende vraag op de lippen liep menigeen de huiskamer binnen.
Herman, soeverein gezeten achter zijn lezenaar, declameerde zijn verhaal beschaafd, maar met licht regionale tongval die de Hollanders een enkele keer op het verkeerde been zette. Maar ja, de tijd dat de Vlamingen zich spiegelden aan de taal van het Noorden ligt definitief in het verleden. De strakke uitspraaknormen van weleer, toen Nederlanders ontboden werden om de Vlamingen te onderwijzen, zijn voltooid verleden tijd. Gelukkig maar. Nu hoeft men zijn afkomst niet meer te maskeren en mag men zijn taal kruiden met zijn eigen regiolect.

Opwijk 2018

De gezusters Ribbens (wit en blauw), Lizi van Vollenhoven en Herman Killens

Buitenaards
Evenals vorig jaar was ook dit jaar weer een buitenaards wezen de protagonist in zijn verhaal. En opnieuw vond hij inspiratie in zijn eigen streek. Was het verleden jaar Xavier die de hoofdrol speelde, deze keer was die rol weggelegd voor Antonius Rochus, een djinn uit het rijke geslacht van Spiritus.
‘Een geestige vertelling’, zoals Hermans verhaal luidde, voert ons naar de maïslanderijen in Droeshout, waar wij kennismaken met de verstokte vrijgezel Marcel. Verrassend genoeg hunkert Marcel – hoe verstokt hij ook is in zijn celibataire bestaan – er wél naar zijn metaforische postzegelverzameling te laten zien aan een schaars geklede schoonheid.  Hermans ongebreidelde fantasie laat daarop een geest (de eerdergenoemde djinn) uit een fles wijn ontsnappen. Deze staat Marcel toe drie wensen uit te spreken, geheel volgens artikel 72 van de Universele Geestenwet. De djinn had er een verre reis voor over gehad: eerst met de Vliegende Hollander, en vervolgens tjoeketjoeke met de couponnetjestrein naar het Groothertogdom Luxemburg. En dan nog à cheval op een kribbebijter. Een geheimzinnige truc met het getal van Avogrado was wel een conditio sine qua non om deze reis te volbrengen.
Voordat Marcel to the point kan komen, weidt de djinn nog uit over zijn familie: ‘Zo was mijn betovergrootvader een bekende ghostwriter, was mijn grammeer een parttimewicca (inderdaad een echte heks) en heeft mijn tante nu nog steeds een bloeiende toverstokjesshop-in-shop in Tadzjikistan. En o ja, mijn broer is percussionist in de skiffleband The Ghostbusters.’

Opwijk 2018

Smullen in de riante tuin te Opwijk.

Smakelijk en elegant
Daarmee was er een eind gekomen aan het eerste deel van de geestige vertelling. Een heuse cliffhanger! Tijd voor de lekkernijen uit de keuken van Mireille. Het was natuurlijk al wijd en zijd bekend: Mireille weet niet alleen haar plaats achter de camera, maar ook achter het fornuis. Zij had haar dicteegasten prachtige quiches, salades en toetjes voorgetoverd. Alles even smakelijk en elegant. Ook met vege-, pesco-, flexi- en andere tariërs was rekening gehouden. Zelfs de glutenvrijen kwamen in huize Camps aan hun culinaire trekken. Alles licht en vrolijk als een menuet van Boccherini. Gecorseerde wijnen en spannende lokale biertjes accompagneerden het gastmaal. Niets verbindt meer dan een dicteetje en de gezamenlijke maaltijd!

Na de lunch aan de rand van het zwembad werden ons dan eindelijk de drie wensen van Marcel gereveleerd. Zijn primaire wens – verstokte vrijgezel of niet – is een moordgriet. Natuurlijk geen nextdoor meisje of flapmadam. Zij verschijnt (bijna) subiet na een magische spreuk. Een paar van haar fysieke kwaliteiten: bevallige gazelleogen, blonde lokken, mollige wangen, een poederzachte huid, perfecte curvelijnen, superdecolleté, lange slanke antilopebenen. Voorwaar een beeld waarvan zelfs een rasgynofoob van zijn geloof zou vallen! Helaas blijkt Birgitte – haar naam, zoals de djinn verduidelijkt – ook wat minder fraaie trekjes in huis te hebben: ze blijkt een moeial, een dikke zaag en een bazig être. Ze wil dat Marcel zijn interieur – de hele sitsenwinkel, bric-à-brac en santepetie – duchtig onder handen neemt. Zelfs het gyproc plafond moet eraan geloven! Vervolgens dreigt ze ook nog dat haar moeder – een echte helleveeg – een week komt logeren.

Opwijk 2018

Elsie-Leen Ribbens, eerste helft

Via de E40
Nadat Birgitte ook nog zijn kredietkaart en autosleutels van tafel gegrist had, is voor Marcel de maat vol: hij wil van ‘dat serpent, d-d-die karonje’ verlost worden. Ook die tweede wens ging in vervulling. Misschien niet geheel volgens het boekje, maar toch … Nadat alle QL-lampen tegelijk aan- en weer uitgefloept waren, was Birgitte van de aardbodem verdwenen.

Zijn derde wens is klip-en-klaar: hij wil een grote schat met goud, zilver, briljanten, robijnen en smaragden. Zijn wens wordt weer zonder mankeren verhoord. Helaas echter niet zoals hem voor ogen stond. Nee, Marcels cyberbabe keert terug, behangen met gouden en zilveren sieraden, briljanten, robijnen en smaragden. De geest verdwijnt direct daarop met een niet-meetbare snelheid via Leireken en de E40 richting kust … Op weg naar een volgende tevreden klant.

Pastophoria
Om ex aequo’s uit te sluiten had Herman al op voorhand twee shoot-outzinnen voorgelezen, voor elk onderdeel een. Ze luidden als volgt: In de Byzantijnse absidiool, onder de apsiskalot en de imposante pantocrator en naast de pastophoria (die – dat is algemeen bekend – uit de prothesis en het diakonion bestaat), tekende Kepler een wiskundige abscis die de apsiden, de uiteinden van de planeetbaan, ap- en perihelium, approximatief weergaf. En: Chips!, tjiepte de met blue chips rijk geworden chief whip naar zijn hiphopchickie toen hij vanaf de teepeg een makkelijke chipshot miste tijdens de pitch-and-putt. Het lijkt mij niet al te boud te veronderstellen dat een toevallige passant direct een psychiater met spanlaken naar Hermans woonst zou ontbieden als hij deze zinnen had horen ventileren.

Opwijk 2018

Joost Verheijen en Gertjan Roels

Grand moment de gloire
De vraag stellen of Hermans dictee de reis waard was, is van dezelfde orde als de vraag ‘is de paus katholiek?’ Hebben we met Herman immers niet te doen met een gebrevetteerd schrijver, die nog maar zeer onlangs de Schrijfdag in Gent gewonnen heeft? Hijzelf noemde – in zijn bescheidenheid – zijn pennenvrucht een ‘petit moment de gloire’, maar wat mij betreft, beleefde hij met het tweede door hem geschreven BeNeDictee zijn ‘grand moment de gloire’.
Bij eerste lezing leek het een kinderlijk eenvoudig dictee. Maar – corpo di bacco! – wat zat het vol met wolfijzers en schietgeweren! Het begon al in de eerste alinea, waar gerept wordt van een boerderetje. Bij menige dicteetijger doemde direct de fermette op … en de twijfel sloeg toe. Zelfs een oud-winnares van het Groot Dictee der Nederlandse Taal ging hier in de fout en schreef boerderetteje. Mijn tienjarige buurmeisje schreef het later desgevraagd in één keer goed, terwijl zij triomfantelijk ‘makkie’ riep. Datzelfde gebeurde met flapmadam. De muizenissen die eraan voorafgingen voordat – doemetoch! – … flabmadam op papier kwam. Opnieuw typische bewijzen dat een surplus aan kennis je parten kan spelen.

Opwijk 2018

Dicteebabe Annemarie Braakman-Ven

Doemetoch
Herman had in zijn dictee niet de ‘moeilijke’ woorden de hoofdrol laten spelen (alhoewel je woorden als wagyubief, kuffiyyah, oenochoë en encheridion niet zo gauw in een middelbareschoolopstel zult aantreffen), maar had het meer gezocht in het moeilijkste aspect van de Nederlandse spelling, te weten het al dan niet aaneenschrijven. Ik telde er meer dan tien, zoals schaars geklede, zwaaralcoholische, fairy land, wijdverspreide, neverending, rood aangelopen en doemetoch, dat zelfs bij menige Vlaamse (Vlaming) als doeme toch geschreven werd. Overigens was niet alleen doemetoch van Belgisch-Nederlandse huize. Ik noem, onder andere: marcelleke, in een wip en een gauw, kine, nijg santepetie, gesjareld, gejost en camion. Maar nog geen begin van een klacht komt hierover over de lippen van deze Hollander. Integendeel, ik zal ze zo frequent mogelijk gebruiken en aldus trachten deze mooie woorden ingang te doen vinden in onze rijke – gemeenschappelijke! – taal.

De mooiste vondst? Ongetwijfeld deze op het eerste oog eenvoudige zinsnede: ‘… met schepen als – daar wil ik vanaf zijn – de Oost-, West-, noord- of Straatvaarder …’

Opwijk 2018

Tableau de la troupe

Van jonge jan en lange jan
Het wordt nu tijd de balans op te maken. De schade bleef in zoverre beperkt dat iedereen, de hekkensluiter incluis, erin geslaagd was meer dan de helft van de in te vullen woorden foutloos op papier te krijgen. Nochtans kregen de meesten van ons flink van jonge jan en van lange jan.
De eerste vijf plaatsen werden ingenomen door: Joost Verheyen (16 fouten), Rien Wisse (24 fouten), Elsie Ribbens (27 fouten), Rein Leentfaar (29 fouten) en Leen Ribbens (30 fouten). Gertjan Roels verraste met 40 fouten, waarmee hij een verdienstelijke middenpositie innam. Annemarie Braakman en ondergetekende eindigden met 52 fouten op een gedeelde zevende plaats. De rode lantaarns waren voor Lizi van Vollenhoven (53 fouten), Jozef Lamberts (56 fouten) en Dian van Gelder (59 fouten).
Winnaar Joost – in dicteekringen bekend onder zijn epitheton ornans ‘de kannibaal uit Paal’ – bleek nog niets van zijn vroegere glans verloren te hebben. De facile princeps nam minzaam lachend, als een boer die een hoefijzer vindt, zijn prijs in ontvangst.

Het Opwijkse BeNeDictee was het laatste dictee van het seizoen 2017-2018. Met recht een apotheose. Mocht de dicteeluwe periode heftige onthoudingsverschijnselen oproepen, dan raad ik aan contact te zoeken met de Stichting Korrelatie voor opvang en nazorg.

Krobiya’s en rowti’s in Sluis

Sluis 2018

Het beeld van Johan Hendrik van Dale in Sluis.

door Bert Jansen

Lasciate ogne speranza, voi ch’entrate’ ofwel ‘Laat alle hoop varen, gij die hier binnentreedt’, het opschrift dat de toegang tot de hel siert in Dante Alighieri’s Divina Commedia, zou zaterdag 7 april 2018 niet misstaan hebben boven de ingang van het belfort van het Zeeuwse Sluis; daar werd die middag namelijk het eerste Johan Hendrik van Dale Dictee gehouden en de auteur van het dictee was Johans provinciegenoot, de kathaarse Rein Leentfaar.

Op de terrasjes van Sluis miegelde het van de toeristen en het was verleidelijk te pogen daar ook een plaatsje te vinden, maar ik had mij nu eenmaal gecommitteerd aan het bezoek aan Reins feestje. Ondanks die concurrentie met de zonovergoten schabelletjes kon Rein toch nog 35 bezoekers verwelkomen, onder wie negen usual suspects, van wie zes uit Vlaanderen en drie uit Nederland. Er stapte ook nog een verdwaalde toerist het oudeeuwse raadhuis binnen, en wel met de intentie de toren te beklimmen, maar toen hem gevraagd werd of hij met het dictee mee wilde doen, keek hij verschrikt op en keerde hij schielijk op zijn schreden terug. Hij ontsnapte ternauwernood aan een veertiental bizarre zinnen.

Sluis 2018

Wim Eggermont trad op als Johan Hendrik van Dale, mét woordenboek.

Stand-in
Hoewel Johan Hendrik van Dale, onze betreurde held die zijn naam gaf aan het dictee, al vanaf 1872 de tuin op zijn buik heeft, was hij tóch aanwezig, en wel in de gedaante van Wim Eggermont, die voor de gelegenheid als zijn stand-in fungeerde. Het dictee werd voorgelezen door Marga Vermue, de burgemeester van Sluis. Zij had zich laten strikken de veertien onmogelijke zinnen voor te lezen. Niemand zal het haar dan ook euvel geduid hebben dat ze er af en toe haar tong over brak.
Welnu, na deze opmaat zijn we wel voorbereid op een paar zinnen en woorden die de zwervende Zeeuw uit zijn woordentas had opgediept.

Knock-out
De eerste zin was direct raak en betekende voor menig liefhebber een technisch knock-out: men ging weliswaar nog niet tegen het canvas – eeuwenoude plavuizen, in dit geval – maar was wel al dermate groggy dat men de volgende zinnen slechts enigszins afwezig aanhoorde. Hij luidde: ‘Beeld u eens in: u bent lexicograaf en u mag een dictionaire samenstellen: een statig in boxcalfs gebonden goud op snee boek.’ Het oog van de oplettende lezer zal hier direct blijven haken achter de eerste zinsnede: inderdaad, ‘zich inbeelden’ is een zogenaamd ‘verplicht wederkerend werkwoord’, wat impliceert dat het niet zonder het wederkerend voornaamwoord kan. De auteur had zijn faux pastje op de valreep ook al gezien, maar het laten staan opdat men zou zien dat ‘u’ hier níét het onderwerp van de zin is. Het bleek menigeen inderdaad te zijn ontgaan. Toch een leermoment dus …
Na de tweede zin zakte bij menigeen de moed volledig in de schoenen: ‘Voor u de kans om achterhaalde archaïsche woorden als ‘desniettegenstaande’ en ‘archeopteryx’, de jurassische vogelsoort, in de vergetelheid te doen geraken!’ Als ík lexicograaf was, zou ik dergelijke woorden echter opnemen om ze juist niet in de vergetelheid te doen geraken, maar dit terzijde. Daarna volgden er nog acht van dergelijke zinnen, met woorden als vélocipède, per pedes apostolorum, graue Eminenz, gillesdelatourettesyndroom en bechterew.

Even ingedut
De vier laatste zinnen waren voor de dicteetijgers, maar moesten ook door de liefhebbers geschreven worden om in geval van ex aequo’s de rangorde te kunnen bepalen. Een paar woorden uit het laatste blokje mogen in dit verslag niet ontbreken: krobiya, markusa, rowti, baithak gana, adhan, woedoe, dhuhr, fajr en maghrib. In de laatste zin ontwaarde ik een heuse ‘dubbelopper’: ‘In scherp contrast daarmee stonden de wiegendrukincunabelen’ – een typisch voorbeeld van Homerus die even was ingedut.

Ik weet het niet zeker, hoor, maar zou onze held zich op die zonnige aprilmiddag niet een paar keer in zijn graf hebben omgedraaid? Zou hij niet vermoeden naar Verweggistan te zijn gekatapulteerd?

Sluis 2018

Auteur Rein Leentfaar

Elementaire deeltjes
Dankzij taalwetenschapster (moet dat niet taalwetenschapper zijn?) Soeke Teenzuyt (zie het artikel van Rien Wisse, redacteur van De Spelt, op deze site) heeft Sluis, het embryonale stadium nog maar nauwelijks ontgroeid, al direct geschiedenis geschreven: er werden immers de lang gezochte dicteedeeltjes ontdekt! Die elementaire deeltjes – vooralsnog teenzuytdeeltjes genoemd – als en en waren in het Sluise dictee ruim voorhanden.

De meesten van de 35 schrijvers in het belfort bleken een paar maten te klein voor Reins verbale capriolen. Dat gold niet alleen voor de liefhebbers; ook doorgefourneerde Groene Boekjeadepten moesten in Sluis de witte vlag hijsen. De ongenaakbare lion du jour was Robert Joosen. Hij haalde de eindstreep met het onmogelijk geringe aantal van twee fouten! Wij kennen hem als de meest eerbare man van Vlaanderen en omstreken, maar bij anderen, die niet het geluk hebben regelmatig in zijn schaduw te mogen opereren, hem van haar noch pluim kennen, kan licht de gedachte postvatten dat de brave industrieel ingenieur in ruste een vernuftige device in zijn frontale kwab heeft laten implanteren waarmee hij ongezien door de Dikke kan bladeren. Hij en Herman Killens – die slechts acht fouten maakte – degradeerden namelijk het peloton tot zebedeussen. Christiane Adams wist, met 13 fouten, de afstand tot de koplopers nog enigszins te beperken, wat ook Felix Heymans (16 fouten) nog aardig lukte, maar meine Wenigkeit (19 fouten) al een stuk minder.

Sluis 2018

Matthias de Vries, geschilderd door J. H. Neuman

Vaderlandsch karakter
De absolute klasse van onze immer bescheiden en minzaam lachende Kalmthoutse vriend is in Sluis in beton gebeiteld. Zonder echter iets aan zijn jaloersmakende prestatie af te doen, zou ik graag de vraag opwerpen: moeten wij al die wonderlijke woorden ook opnemen in ons Nederlandse woordenboek? Is het toelatingsbeleid niet al te ruimhartig? Glad ijs natuurlijk, want hier komt ook de politiek om de hoek kijken.
Matthias de Vries (een van de auteurs van het Woordenboek der Nederlandsche Taal) noemde taal de ‘afspiegeling van ons vaderlandsch karakter, het merkteken van ons volksbestaan, band en pand onzer nationaliteit’. Nu weet ik wel dat dit een typisch negentiende-eeuwse opvatting is – en dat we de taalkundige luiken al lang geleden naar de wereld hebben opengezet –, maar de vraag blijft nochtans knellen.

Niemand die mij ook maar even kent, zal mij van taalpurisme beschuldigen, maar naar mijn mening dienen woorden, alvorens opgenomen te worden in het woordenboek, enigszins geworteld te zijn in ons taalgebruik. Ik vraag mij in gemoede af of dat met woorden als krobiya (een vis), rowti (een vogeltje), dhuhr en fajr (gebeden waarnaar God niet, maar Allah wél schijnt te luisteren) wel het geval is. Zoals ik mij ook afvraag via welk transliteratiesysteem de Arabische woorden zijn omgezet naar ons Latijnse alfabet. Hoe komen we aan die bizarre spellingen? Die zijn toch volledig losgezongen van de uitspraak? En een van de eisen die aan een transliteratie worden gesteld is toch dat een woord als vanzelf correct wordt uitgesproken?

En nu maar hopen dat deze nabrander niet uitgelegd wordt als de kritiek van een slechte verliezer. En, o ja, Sluis verdient een Tweede Johan Hendrik van Dale Dictee!

Taalvoutjes – Tabee, coryfee

Taalvoutjes 2017

De oprichtsters van Taalvoutjes, Inger Hollebeek en Vellah Bogle, zien zich geconfronteerd met het potentieel beste jongetje van de klas op de voorste rij.

door Dian van Gelder | Foto’s © Ella Elisabeth

Op de avond van 16 december zou het Groot Dictee der Nederlandse Taal uitgezonden zijn. Precies op deze avond organiseerde Taalvoutjes het eerste dictee. “We gaan het even helemaal anders doen!” De lezers  van dit verslag worden tevens uitgenodigd hun visie op de dicteeontwikkelingen te geven.

Dicteeavond
De presentatie van de avond was in handen van stand-upcomedian Tom Lash. Het dictee was geschreven door spellingexpert Wouter van Wingerden. Aangezien hij op hetzelfde moment als jurylid in Utrecht optrad, was hij fysiek niet aanwezig in Amsterdam. Later op de avond echter wel in de vorm van filmpjes met uitleg bij de uitwerking van het dictee. De twee oprichtsters van Taalvoutjes Vellah Bogle en Inger Hollebeek lazen het dictee voor. Zij verdienen een compliment voor de wijze van voorlezen en de wijze waarop zij reageerden op vragen om bepaalde gedeelten te herhalen. Twee vervaarlijk uitziende surveillanten zagen toe op een faire competitie. Het is nog maar de vraag in hoeverre hun nog te ontvangen controlerapport nog van invloed kan zijn op de einduitslag.

Taalvoutjes 2017

De twijfel slaat toe bij een deelneemster aan het dictee.

Het dictee
Het dictee op de Taalvoutjesmanier: in het teken van het afscheid van het Groot Dictee en tevens moderner, informeler en humoristischer. Dit laat onverlet dat in de eerste zin de przewalskipaarden kwamen binnenstappen en de tseetseevliegen kwamen aangevlogen. Moderner door woorden die vooruitlopen op toevoeging in de Dikke Van Dale, zoals geïnstaad (instaën; vergelijk instagrammen) en gesnapt (snappen; vergelijk snapchatten). Vermelding zou in de onlineversie toch mogelijk moeten zijn. Het woord Parijs in een Parijs 3 Michelinsterrenrestaurant (of drie-Michelinsterrenrestaurant) wordt gebruikt als bijvoeglijk naamwoord en dus zijn de regels voor de bezits-s niet van toepassing.

Taalvoutjes 2017

Het Vossius Gymnasium had gezorgd voor authentieke, strenge surveillanten.

Andrés, Janny’s en Robèrts sidekick leverde de nodige misbaksels. Het los dan wel aaneenschrijven zorgde voor hoofdbrekens bij zich tegoed doet, dan wel en het er … van afbrengen. Het woord millennials is toch veel eenvoudiger dan dat je je moet vergewissen van het juiste gebruik van weglatings- en koppeltekens in jarentachtig- of –negentigkinderen of jaren 80- of 90-kinderen of jaren 80- of -90-kinderen, waarbij er dus zelfs dus drie mogelijkheden zijn om deze woordgroep op de juiste wijze te schrijven. De Green Happinesschickies zijn nog onvoldoende ingeburgerd, dus met hoofdletters. Net zoals bij de introductie zorgden ook hier de iPhone X’s voor chaotische taferelen.

De ayahuascaceremoniën lieten hun geestverruimende werking niet onbetuigd.

Taalvoutjes 2017

Het erepodium: Jeroen van Heemskerck Düker (3), Bert Jansen (1) en Annemarie Braakman (2).

Prijzen
De prijzen gingen naar het sterrenspecialistentrio: Bert Jansen (11 fout), Annemarie Braakman-Ven (13 fout) en Jeroen van Heemkerck Düker (14 fout). Voor Rein Leentfaar was het dit keer: tabee, trofee! Bij de prijsuitreiking kwam het przewalskipaard opnieuw opdraven. Dat was voor diegene die zich vergaloppeerd had en zo de Przewalskiprijs voor het meest originele dicteewoord ‘eyephone’ ontving.

Wandschildering
Dan nu nog even iets van geheel andere orde. De wandschildering boven het podium intrigeerde mij. Dus besloot ik de betekenis van de wandschildering op te vragen. Mijn dank aan Ingrid Tieri van het Vossius Gymnasium voor het document: Amstelodanum 82 (1995), Richter Roegholt: “De laatste school van Nico Lansdorp: het Vossiusgymnasium.” In onderstaande passage de beschrijving en betekenis van de wandschildering. Aan de lezers van dit verslag de vraag om gelijkenissen en verschillen tussen dicteeontwikkelingen en de wandschildering te benoemen!

Taalvoutjes 2017

De wandschildering in de aula van het Vossius Gymnasium. (foto: Dian van Gelder)

“In de aula heeft Leo Visser (1880–1950), een bekend tekenaar, schilder en lithograaf, boven het podium een wandschildering aangebracht, die een scène voorstelt uit de strijd tussen de Grieken en Trojanen uit de Ilias van Homerus. Links liggen de holle schepen van de Grieken, rechts verheffen zich de transen van het ommuurde Troje. Van beide kanten trekken tweewielige strijdwagens op. Centraal staat een boom, waartegen een bruine gestalte leunt, de schim van Patroclus en aan weerskanten staan twee lanszwaaiende krijgers, Hektor en Achilles. Op de Trojaanse strijdwagen staat een zekere Alexandros, waarmee Paris wordt bedoeld. In de boom zitten twee vervaarlijke roofvogels, Athene, die de Grieken steunde en Apollo, die uit haat tegen de Grieken de partij van Troje koos. Patroclus bezoekt zijn boezemvriend Achilles en wekt hem op zijn wrok te laten varen en zijn volk te komen helpen: ‘Zo’n wrok als jij koestert, ik hoop niet dat die mij ooit te pakken krijgt, jij ongeluksheld! Wat zal een ander, wat zal het nageslacht aan jou hebben, als je nu de Grieken niet voor de ondergang behoedt!’ Vergeleken bij het mozaïek en het glas-in-loodraam is deze wandschildering veel moderner met een knipoog gestileerd heroïsch.”

Fake news uit Gent

Gent 2017

Café Hotsy Totsy in afwachting van de dicteeschrijvers.

door Bert Jansen

Gent heeft enige tijd geleden een nieuw zogeheten Verkeerscirculatieplan geïntroduceerd, dat beoogt de binnenstad leefbaarder te maken en de veiligheid van fietser en voetganger te vergroten. Prijzenswaard! Maar er is ook een – waarschijnlijk onbedoelde – keerzijde aan deze gulden medaille: dicteenomaden weten café Hotsy Totsy niet meer te bereiken. Dat causaal verband tussen de verkeersbelemmerende maatregelen en de opkomst bij Het Klein Dictee is natuurlijk niet met zekerheid vast te stellen, maar feit blijft dat de belangstelling buitengewoon pover was: niet meer dan pakweg twintig personen, een derde minder dan bij de vorige editie, hadden de weg naar de Gentse staminee weten te vinden. Zelfs de usual suspects, zoals daar zijn Christiane Adams, Birgit Kuppens, Trui Gonnissen en de Zottegemse tweeling Elsie en Leen Ribbens, ontbraken op het appel. Ikzelf liet, op weg naar Hotsy Totsy, mijn navigatiesysteem prevaleren boven de verbodsborden. De eerste GAS-boete van 55 euro is inmiddels bezorgd, maar ik verwacht er nog wel meer …

Dat roept de vraag op: was het de moeite waard? Een volmondig ‘ja’ is daarop mijn antwoord! In de middag vergaapte ik mij in het MSK (Museum voor de Schone Kunsten) aan de overweldigende kunst en de restauratie van de aanbidding van het Lam, het centrale deel van de polyptiek van de gebroeders Van Eyck, die al meer dan een half millennium de Sint-Baafskapitaal siert. In de vooravond pleisterde ik aan de mooiste lei van de hele wereld: domweg gelukkig aan de Korenlei.

Gent 2017

Herman Killens (links) en Frans Van Besien ontvangen hun prijzen uit handen van Jan De Lille.

Gents halfuurtje
Toen ik café Hotsy Totsy om kwart voor acht binnenstapte, zat er nog maar een handjevol dicteeadepten. Om acht uur was de start van het dictee voorzien; geheel volgens de traditie echter respecteerde men ook dit jaar een ‘Gents halfuurtje’. Maar kort na halfnegen opende Philippe Marmenout, de voorzitter van het dichterscollectief De Wolven van La Mancha, dan toch het bal. Hij schetste het geprogrammeerde verloop van de avond en stelde de man voor die aangezocht was om het dictee te declameren: Rudy Coddens, schepen en voorzitter OCMW én kandidaat-burgemeester van de stad van Jacob van Artevelde. Het kan niet ontkend worden: Rudy deed zijn best, maar het ruime palet aan exotische instinkers stelde de, overigens niet voor een kleintje vervaarde aspirant-burgemeester, af en toe voor onoverkomelijke uitspraakproblemen. Maar allee, wie zou er zijn tong níét breken over uitheemse woorden als za’atar, Cauchies en caravaggisme?

Al direct na die eerste lezing was het duidelijk dat de Wolven van La Mancha er weer in geslaagd waren een verbaal mijnenveld te leggen waaruit niet alleen de argeloze dilettant, maar ook de door de wol geverfde dicteetijger niet zonder kleerscheuren kon ontsnappen.
Het dictee met de titel ‘Niets dan de waarheid’ behandelde een actueel onderwerp: fake news.  Alleen dát woord al leidde bij menigeen tot gefronste wenkbrauwen: is het al goed ingeburgerd en moet het dus aaneen of is het een gelegenheidsontlening en moet het dus los? Het kwam welgeteld driemaal in het dictee voor en bij een verkeerde keuze zou dat – de van-dik-hout-zaagt-men-plankencorrectiemethode van de Wolven kennende – al meteen tot drie strafpunten kunnen leiden.
Wie overigens mocht denken dat het fenomeen nepnieuws van Amerikaanse bodem en recente datum is, weet na dit Gents dictee wel beter: ook in de no-goarea Homs en in de tijd van de Zeven Provinciën, ja zelfs in de oudheid werd de goegemeente al bewust op het verkeerde been gezet. En niet alleen smombies en naïevelingen zijn er het slachtoffer van, ook de online-ingezondenbrievenschrijvers, zoveel werd wel duidelijk. De vraag werd geponeerd of fake news de ondergang van het avondland inluidde, maar die was retorisch bedoeld; een antwoord werd in ieder geval niet gegeven.

Gent 2017

Het beruchte correctieteam in Gent.

Menistenleugentjes
Na de integrale lezing zat Coddens’ taak erop. Hij groette vriendelijk en poetste de plaat, waarna het de beurt was aan de schrijver van het dictee, Peter Catrie. In een goed tempo en duidelijk, zonder tot spellinguitspraak te vervallen, las hij het dictee in hapklare brokken voor. Nochtans vormt de Vlaamse tongval voor het Noord-Nederlandse oor toch altijd een extra handicap. In ieder geval voor uw verslaggever. In de zinsnede: ‘… ik spreek niet over menistenleugentjes ofte leugentjes om bestwil’ zou bij Nederlandse lezing vermoedelijk niet: ‘… of de leugentjes om bestwil’ op mijn papier verschenen zijn. Overigens vind ik het gebruik van ofte hier dubieus; dit voegwoord wordt normaliter alleen nog in de verbinding nooit ofte nimmer gebruikt. Felix Heyman tekende protest aan tegen de zijns inziens te radde lezing van Catrie, maar zijn verzoek om de zoveelste herhaling werd niet gehonoreerd. Terecht, dunkt mij; te vaak worden woorden en zinnen tot vervelens toe herhaald. Ook tempo is onderdeel van het dictee.

Gent 2017

Rein Leentfaar oreert tegen de organisatoren; achter hem houden de overige prijswinnaars zich kalm.

Dabben
In de eerste zin ging ik al meteen in de fout met dabben. Dit kan ik volledig op conto van een licht slijtend geheugen schrijven; minder dan een jaar geleden immers beeldden de scholieren bij het Soester Dictee uit hoe je moest dabben! Ik schreef ‘debben’, volgens het in dicteekringen algemeen geldende adagium: bij onbekendheid spel je fonologisch. Onbekendheid met het (Belgisch-Nederlandse!) woord nobiljons was aanleiding tot twee rode strepen. In de zin: ‘Nee, ik spreek over fake news waarmee sommige nobiljons uitpakken’ vatte ik nobiljons als lijdend voorwerp op; Ik schreef: ‘Nee, ik spreek over fake news waarmee sommigen nobillions uitpakken’.

Ook dit jaar zat er weer een flinke riedel eigennamen in het dictee. Verleden jaar waren het de (Rode) Duivels en de Azzurri, dit jaar Barça en Cauchie die mij als verklaard sporthater opbraken. Ik wil niet graag in het kamp van de linguïstische prinzipienreiters ingedeeld woorden, maar kan men écht in redelijkheid van de dicteeschrijver verwachten bekend te zijn met de bijnaam van een voetbalclub of met een kunstenaar-architect van het tweede garnituur die al meer dan zestig jaar de tuin op zijn buik heeft? En moet ik ook weten dat Het Liegebeest een tv-programma is? Ik heb niet eens een tv! Het gebruik van eigennamen in dictees is – naar mijn bescheiden mening – een algemeen probleem, maar het Gents dictee lijkt er patent op te hebben.

Byzantijns
Ook een paar discutabele kwesties wil ik hier niet onvermeld laten. Als het gaat over het achterelkaar concipiëren van malicieuze leugens kan mijns inziens ook een lans gebroken worden voor achter elkaar. Het gaat immers om een reeks en dan is ‘de ene leugen na de andere’ toch te verdedigen? En moet een Byzantijns complot dwingend verwijzen naar het oude Byzantium? Is in dit verband niet met evenveel kracht de betekenis slaafs, kruipend te verdedigen? En dat za’atar een kruidenmengsel is, weet ik nu door Wikipedia, maar in de gehomologeerde bronnen zoek ik het tevergeefs.  

Evidente fouten lijken mij: tiki-taka (vanwaar dat koppelteken?), avondland (hier wordt duidelijk gerefereerd aan de Occident; overigens kan ik geen context bedenken waarin onderkast te verdedigen is) en Octavanius (hier zal Octavianus bedoeld zijn).

Gent 2017

Herman Killens (2e), rodelantaarndrager Bob Claeys, Frans Van Besien (3e) en Rein Leentfaar (1e).

Peloton vol fouten
Het correctieteam nam ruim de tijd voor het zetten van de rode strepen, maar het ging dan ook niet om een gering aantal. Net als verleden jaar mocht – met 17 fouten – Frans Van Besien de derde prijs mee naar huis nemen. Herman Killens, twee jaar op rij goed voor goud, kon met 16 fouten geen kunstje uit zijn hoed toveren; hij moest in reizende Rein Leentfaar, die slechts 14 fouten maakte, zijn meerdere erkennen. Alle drie de winnaars gingen met een stapel boeken naar huis. Na de drie koplopers volgde het peloton: Frank Denys en ondergetekende (22), Raf Coppens (23) en hekkensluiter Felix Heyman (40).

Het was al na elven toen ik, op weg naar Philippine, Gent uitreed – opnieuw de verbodsborden negerend. Er was geen hond op straat, maar ik vrees dat de camera’s niet sliepen. Afwachten maar weer wat voor verrassingen de Vlaamse hermandad nog voor mij in petto heeft.

Zutphense flora en fauna in het Volkshuis

Zutphen 2017

Het Volkshuis aan de gezellige Zutphense Houtmarkt was propvol met dicteeliefhebbers.

door Bert Jansen  |  Foto’s: Patrick van Gemert, Zutphens Persbureau

De organisatie van het negende Groot Zutphens Dictee, gehouden op donderdag 16 november, was dit jaar weer in bekwame handen bij de Lionsclub Zutphen-Kattenhaven. Ook dit jaar was de tekst samengesteld door een viermanschap bestaande uit Michel Groothedde, Jody Hagenbeek, Fiona de Heus en Jaap Pott. Alleen de locatie was dit jaar anders: niet meer het vertrouwde Fort Bronsbergen, maar Het Volkshuis, een in Amsterdamseschoolstijl gebouwd pand in hartje Zutphen, was dit jaar de plaats van handeling. De opbrengst ging naar Het Vergeten Kind.

Flora en fauna
Toen Jeroen van Heemskerck Düker en uw djoeroetoelis om zeven uur ‘het oudste koffiehuis van Nederland’ (tussen voorzichtige aanhalingstekens, want ik neem het klakkeloos over van de site) betraden, was een aanzienlijk deel van de tafeltjes al bezet; een uur later, bij aanvang van het dictee, telde ik ruim vijftig deelnemers, bijna een verdubbeling vergeleken bij een jaar geleden. De organisatoren in Zutphen kunnen zich dus zonder van onbescheidenheid beticht te worden het brevet van vermogen opspelden.

Na een woord van welkom (en een vermaning: ‘duidelijk schrijven!’), uitgesproken door Jody, werd het dictee, met de titel Flora en fauna, integraal voorgelezen. Voor de declamatie ‘in stukjes’ had men dit jaar Martine Letterie weten te strikken. Het hoeft geen verbazing te wekken dat Martine Letterie – nomen est omen – als gelauwerd kinderboekenschrijfster met een indrukwekkende lijst titels op haar naam én oud-lerares Nederlands begiftigd is met een heldere dictie. Dat neemt niet weg dat zij wat moeite had het juiste tempo te vinden; verscheidene keren moesten opgejaagde dicteeschrijvers haar manen gas terug te nemen.

Zutphen 2017

Martine Letterie leest het dictee voor.

Heraldische leeuw
Ondanks die heldere dictie ontspoorden ten minste twee dicteetijgers al direct in de eerste zin, toen Martine las: ‘De heraldische, dubbelstaartige gouden leeuw, keelkleurig getongd en genageld, is Zutphens stadsmascotte.’ In plaats van heraldisch verscheen heroïsch op hun blaadje – hoewel de voorlezing, volgens de goede Zutphense traditie, verluchtigd werd met dia’s, en bij de eerste zin het stadswapen met de twee getongde leeuwen prominent in beeld kwam. Ook het keelkleurige kwam niet bij iedereen correct gespeld op papier; menige dicteeschrijver – vermoedelijk niet bekend met het heraldische vocabulaire – schreef hier kilkleurig. Ook bij de afwijkende betekenis van getongd had niet iedereen direct de juiste context in het oog. Bij een enkeling sloeg – denkend aan zoöfilie – zelfs de fantasie compleet op hol …

De samenstellers katapulteerden de dicteeschrijvers niet minder dan honderdduizend jaar (in letters!) terug in de tijd, toen de mammoet en de steppewisent de toendravlakten van Zutphen avant la lettre bevolkten. Twee zinnen later echter zaten ze plotsklaps in de zogenoemde zeventiende-eeuwse Stadsboomgaard, waar regio-eigen appel- en perenrassen geplant werden, waaronder de zeldzame jeanned’arcpeer – dermate zeldzaam, dat niemand onder het publiek zo’n peer ooit gegeten had, laat staan dat men wist hoe dit woord te spellen!
Even leek het erop dat de extinctie van de Falco peregrinus nabij was, maar een zucht van verlichting steeg op uit de zaal, toen duidelijk werd dat je deze roofvogels tegenwoordig weer van de lokale kerktorens steile duikvluchten kunt zien maken. Daar staat tegenover dat de eenstijlige meidoorns langs de N348 ten dode zijn opgeschreven; ze zouden te veel te lijden hebben gehad, maar waarvan, dat bleef voor de buitenpoorters verborgen.
Ook in de laatste zin was het weer een en al ecologische kommer en kwel: de eikenprocessierups rukt op en de bij wordt met uitsterven bedreigd door de destructieve varroamijt.

Zutphen 2017

Jaap Pott bespreekt het dictee.

Etymologische uitstapjes
Nadat de correctieploeg zich had teruggetrokken in het VVV-kantoor aan de overkant van de Markt, waar men ongestoord en onbespied het rode potlood kon hanteren, was het de beurt aan meester Pott om de voetangels en klemmen in het dictee van deskundig commentaar te voorzien. Hij vertelde daarbij niet alleen sec hoe de woorden gespeld moesten worden, maar maakte ter illustratie leerrijke etymologische uitstapjes. Zo legde hij uit dat overlijden ‘overgaan naar een andere wereld’ betekent. Dialectsprekers wéten of ze ei of ij moeten schrijven; de gestipte ij klinkt bij hen als een ie. Het woord ‘wierook’ komt dus van ‘gewijde rook’. Ook de wetenschappelijke naam van de slechtvalk (Falco peregrinus) werd historisch verklaard: de valk die over (‘per’) de akker (‘ager’) vliegt. Hetzelfde woord als pelgrim, de vreemdeling die van voorbij de akker (dus van ver) komt.

Ik ben ervan overtuigd dat dergelijke inkijkjes in de geschiedenis van woorden niet alleen een ondersteuning zijn in de spelling van woorden, maar ook de belangstelling voor taal aanwakkeren. Het is leuk om te weten hoe het mannetje mannequin werd. Net zoals het leuk is het verband te zien tussen het album, de albino en de albe. Het verdiept het inzicht in taal, cultuur, geschiedenis en spelling. De etymologie is immers een van de vier pijlers waarop wij onze spelling baseren.

Zutphen 2017

Dicteekoningin Marry Potjes (in het blauw) nam gewoontegetrouw de eerste prijs mee naar huis.

Discussie ongewenst
Applaus dus voor de onvolprezen dictee-exegeet. Eén punt van (opbouwende) kritiek wil ik niet verhelen. Ik vind het spijtig dat er in Zutphen geen ruimte is voor discussie. ‘Protest is toegestaan, maar morgen pas, dan ben ik er toch niet’, sprak de apodictische Pott. Jammer, want het ontnam mij de kans om en plein public te betogen waarom ‘stortten’ in de tweede zin (‘Ook geïnspireerd door Lions’ prestigieuze leeuwen stortten de dicteesamenstellers zich dit jaar op flora en fauna; bereid u voor op nog eens zeven zinnenprikkelende zinnen.’) ook als tegenwoordige tijd te verdedigen is (overigens zónder te willen tornen aan het prerogatief van de jury waar het het laatste woord betreft). Gelukkig strekt Potts machtige arm niet zo ver dat hij mij nu kan beletten op deze plaats vrije teugel te geven aan het verwoorden van mijn visie.

Ik zou dan willen zeggen dat er tussen ‘storten’ en ‘stortten’ geen verschil te horen is en dat je er daarom voor een goed begrip een werkwoord voor in de plaats moet zetten waarin je de tijd wél hoort, bijvoorbeeld ‘kiezen’. Dan krijg je de zin: ‘Ook geïnspireerd door Lions’ prestigieuze leeuwen kiezen de dicteesamenstellers dit jaar voor flora en fauna; bereid u voor op nog eens zeven zinnenprikkelende zinnen.’ Een prima zin waarin het zogenaamde praesens historicum aan de vertelling een levendig karakter geeft en de beschrijving min of meer in het heden doorwerkt. Ook Jeroen, toch geen taalkundig minus habens, twijfelde over de tijd van het werkwoord.

Een jeanned'arcpeer

Een jeanned’arcpeer

Toffe peer
De avond overziend, stel ik vast dat het in de eerste alinea al genoemde illustere viertal het publiek opnieuw een fraai verhaal met kop en staart waarin de oude Hanzestad aan de IJssel de hoofdrol speelde, heeft weten voor te schotelen. Voor iemand die nog geen hommel van een bij kan onderscheiden, zoals schrijver dezes, was het qua onderwerp niet het gedroomde dictee, maar dat doet niets af aan mijn waardering.
Verleden jaar leerde ik de naam voor de verzinkbare paal in de weg voor het controleren van de toegang tot een straat of terrein (poller), dit jaar kan ik de jeanned’arcpeer aan mijn vocabularium toevoegen. Spijtig evenwel dat (de spelling van) dat woord in geen van de mij ten dienste staande woordenboeken staat opgetekend. Zélfs mijn lokale groentejuwelier kan deze peer niet leveren.

Zutphen 2017

Rein Leentfaar ziet de eerste prijs aan zijn neus voorbijgaan.

Leestekens
Opnieuw wil ik een lans breken voor een qua woordkeus iets moeilijker dictee. Zoals ik er ook voor zou willen pleiten foutief of in het geheel niet geplaatste leestekens niet fout te rekenen; interpunctie is geen onderdeel van de spelkunst. Waarmee ik natuurlijk niet het belang van het plaatsen van leestekens wil bagatelliseren. Geenszins! Het kan zelfs het verschil maken tussen leven en dood: ‘Hangen, niet vrij!’ stond eens op het gerechtelijk papier. Er had moeten staan: ‘Hangen niet, vrij!’ Vrij vervelend voor de gehangene …
Ook dit jaar hadden de auteurs dus gekozen voor een dictee zonder moeilijke woorden en écht grote struikelblokken. Een en ander neemt niet weg dat er in het dictee genoeg kiezelsteentjes zaten, waarover je ook een lelijke buiteling kunt maken. Enfin, dat bleek wel uit het feit dat er in de vijftig nagekeken dictees 1352 fouten werden gemaakt. Gemiddeld 27.

Zutphen 2017

Bert Jansen neemt zijn eerste prijs in ontvangst uit handen van Fiona van Gemert.

Ranglijst
Op een gedeelde derde plaats, met zestien fouten, eindigden Bert en John Stokkel. Het zilver was voor Wino Sijm. Hij misspelde twaalf keer. De ongekroonde Zutphense dicteekoningin Marry Potjes wist met haar 8 fouten bij de doorgefourneerde dicteetijger Rein Leentfaar langszij te komen en Jeroen van Heemskerck Düker (9 fouten, met dank aan de leestekenregel) zelfs een gevoelige orthografische oorvijg te verkopen. Jan Riefel eindigde met 17 rode strepen. Ondergetekende maakte zes fouten en mocht als prijs het boek De Wilde Planten in en om Zutphen in ontvangst nemen. Prachtig, nu kan hij zijn botanische kennis niveau leesplankje tenminste opvijzelen …

De vriendelijke Marieke Tomesen viel, net als verleden jaar, nét buiten de prijzen, maar ik vermeld haar naam toch graag, omdat ik die verleden jaar fout spelde. René Dijkgraaf strandde onderweg naar Zutphen door een onheilspellend geluid vanonder zijn motorkap. Jammer, maar het betekende wel één angstgegner minder voor de vier aanwezige dicteenomaden …

Bierkoning
Na afloop offerden we in het belendende Cambrinus aan Gambrinus, de legendarische bierkoning. Via de N345 verlieten Jeroen en meine Wenigkeit de ‘frontierstad’. Helaas konden we dus niet verifiëren of de eenstijlige meidoorns van Het Witte Lint inderdaad aan het wegkwijnen zijn. Enfin, dat staat nu op de rol voor 15 november 2018, bij de gelegenheid van het tweede bigiyari van het Groot Zutphens Dictee. De datum staat reeds in onze agenda genoteerd. Met onuitwisbare inkt!

Policors in Harderwijk

Ton Pors – Harderwijk 2017

Dicteeauteur René Dijkgraaf

door Bert Jansen  |  Foto’s © Ton Pors

Hoogzomer was het, toen René Dijkgraaf mij mailde: ‘Mijn kerstboom staat, de komende tijd ga ik de ballen erin hangen.’ Na lezing van deze zin vermoedde ik ernstig een zonnesteek bij de gewaardeerde dicteetijger, maar toen ik verder las, begreep ik de metaforische strekking, want in het vervolg legde hij uit met de kerstboom de ‘ruwe dicteetekst’ te bedoelen en met de ballen de ‘moeilijke woorden’.
Welnu, inmiddels dorren de bomen in het laat seizoen en hebben we op 10 oktober de kerstboom in zijn volle glorie kunnen bewonderen. Maar daarover meer verderop.

Eenvoudig doch voedzaam
Voor de vierde maal organiseerde de Lions Club Harderwijk het Groot Harderwijks Dictee. Ook dit jaar weer was René Dijkgraaf aangezocht het dictee te schrijven. Het eraan gekoppelde goede doel was bestrijding van de laaggeletterdheid: leermaterialen voor Harderwijkse azc-kinderen. Aan het eind van de avond zou blijken dat er 1.300 euro op de rekening van deze stichting kan worden bijgeschreven.
Eveneens voor de vierde maal in successie had René zijn dicteekompanen voorafgaand aan het kruisen der kroontjespennen uitgenodigd om in zijn Harderwijkse kruip-in een – zoals hij het in zijn uitnodiging zelf formuleerde – ‘eenvoudige doch voedzame maaltijd’ te nuttigen. Dat bleek een understatement: René, geaccompagneerd door zijn charmante wederhelft Marjan, zette ons een gesoigneerd convivium voor. Zo’n maaltijd verbroedert en zorgt voor de onderlinge verbinding. Nog afgezien van het feit dat de spelkunst niet gedijt op een rammelende maag.

Ton Pors – Harderwijk 2017

Marjan Wonnink

Grandguignol
In het Christelijk College Nassau Veluwe stonden de tafels in het gelid: vijftig voor de liefhebbers, vijftien voor de tijgers, die weer van verre (van heinde was er niemand) waren gekomen om zich, vrijwillig en tegen betaling, door de ietwat malicieuze auteur te laten roosteren.
Traditiegetrouw trad Bert van Maarleveld, presidentsvoorzitter van de Lions Cub, weer op als spreekstalmeester en was het jurytoezicht in bekwame handen bij de dames Marjan Wonnink (neerlandica) en Elly Bakker (rectrice van het college). Nee, ik doe geen poging politiek correct te zijn.
Na de eerste drie jaar bot te hebben gevangen, hadden de organisatoren burgemeester Harm-Jan van Schaik ten langen leste bereid gevonden het dictee voor te dragen. In zijn introductie zei hij te vrezen dat een eventuele vergelijking met Philip Freriks in zijn nadeel zou uitpakken, maar dat viel alleszins mee. Hij vergaloppeerde zich weliswaar een paar keer – bij grandguignol gaf hij zelfs na een paar vergeefse pogingen de pijp aan Maarten, die inmiddels een aardige collectie moet hebben –, maar zijn rustige dictie en beschaafde sonore stem compenseerden dat ruimschoots.

Ton Pors – Harderwijk 2017

Burgemeester Harm-Jan van Schaik van Harderwijk

Jammer was wel dat een aantal woorden niet helemaal volgens het (uitspraak)boekje over zijn lippen kwamen. Ik noem heautoscopie (dat ten onrechte met een ronde o in de tweede lettergreep werd uitgesproken in plaats van met aan au) – het zette menige dicteenomade op het verkeerde been. Geholpen daarentegen weer werd de goegemeente door het woord epizeuxes in de derde lettergreep met een eu uit te spreken in plaats van met een ui – fouten die doen vermoeden dat de eerste burger van Harderwijk een klassieke opleiding heeft moeten ontberen. Bij wachoachtig kwam de klemtoon verkeerdelijk op de tweede, in plaats van op de eerste lettergreep, waardoor ik het woord niet herkende en er het malle ‘wat showachtig’ op mijn blaadje kwam te staan … Spijtig voor iemand die geen watje wíl zijn en geen macho dúrft te zijn. Dergelijke fouten zijn overigens gemakkelijk te vermijden als de voorlezer een fonologische versie ter hand wordt gesteld.

Ton Pors – Harderwijk 2017

Jan Riefel

Werkster of interieurverzorgster?
Het onderwerp van het dictee was even verrassend als belangwekkend: de devaluatie van het woord, een in dictees nog niet eerder behandeld onderwerp. René opperde in zijn exposé dat de werkster er niet mee geholpen is als we haar beroep versluierend interieurverzorgster noemen. Hij stelde de vermoedelijk retorisch bedoelde vraag: ‘Of een trukendoos vol nieuwe benamingen daarbij helpt, is echter de vraag, want het betreft waarschijnlijk hooguit markeringen van de heersende moraal.’
Dat – aan de andere kant – woorden het wereld- en mensbeeld wel degelijk kunnen kleuren, zal René wel niet willen ontkennen. Of we de Molukse kapers uit de tweede helft van de jaren zeventig nu terroristen of vrijheidsstrijders noemen, maakt wel degelijk verschil voor onze interpretatie van de werkelijkheid. En dat geldt ook voor de mariniers, die, afhankelijk van de bron, bevrijders of zelfs moordenaars genoemd worden. Pijnlijk voor mensen die hun leven in de waagschaal stelden, al mogen de kwalificaties dan slechts ‘trillende luchtmoleculen’ zijn, zoals René stelt.
En sinds kort is ook het inmiddels door Van Dale gesanctioneerde ‘slaafgemaakte’, een morfologisch barbarisme van de eerste orde, bon ton. Ik pas niet meer in mijn schoenen. Tenenkrommend!  Weg met dit soort mijdspreuken!

Verpleegsters of verpleegkundigen?
Een en ander neemt niet weg dat de auteur een punt heeft als hij betoogt dat steeds frequentere naamsveranderingen symbool lijken te staan voor onze machteloosheid discriminatie de baas te worden. Zo betreur ik tot op de dag van vandaag de teloorgang, ergens in de jaren zeventig, van de verpleegster en de onderwijzer ten faveure van het onlogische verpleegkundige en het oerlelijke onderwijsgevende. En nog steeds krijg ik een acute aanval van maculae bij het horen van ‘bemensen’ in plaats van ‘bemannen’. Zelfs uitdrukkingen als ‘met man en macht’ en ‘mankracht’ zijn bij deze policors, die nog geen blókje kaas gegeten hebben van etymologie, niet veilig. Nee, dat moet ‘met mens en macht’ en ‘menskracht’ worden! Mijn toetsenbord protesteert heftig. Bah!

Ton Pors – Harderwijk 2017

Gelukkig viel er ook veel te lachen in Harderwijk. Annemarie Braakman-Ven vond het in elk geval zeer vermakelijk.

Poëtisch analfabetisme
In de kerstboom hingen zo’n zestig ballen. Ofwel: in het invuldictee moesten zo’n zestig woorden worden ingevuld. Vrijwel zonder uitzondering woorden die men in alle frequentielijsten van het Nederlands tevergeefs zal zoeken. Policors zullen daarover wel weer hun staf breken, maar het angstvallig vermijden van ‘moeilijke’ woorden is toegeven aan functioneel minimalisme en zal leiden tot poëtisch analfabetisme. Wij laten ons in het dicteecircuit echter niet ringeloren door de jip-en-janneketaaladepten, wij zijn steeds op zoek naar woorden die uit het gebruik dreigen te vallen. René moet weten dat hij ze niet voor niets uit de krochten van zijn woordenboeken heeft opgedoken: wij adopteren ze. Wij gebruiken ze. Op gevaar af dat we als janweetal geafficheerd worden. En nee, het bezigen van in onbruik geraakte woorden is niet elitair! Eenieder die zijn woordenschat wil uitbreiden, staan woordenboeken ter beschikking die gratis te raadplegen zijn.

Ton Pors – Harderwijk 2017

Organisator Bert van Maarleveld

Bettelheims battle
René, in het grote grammaticabos geen babe in the woods, ging er voorzichtig van uit dat zijn dictee geen discussiepuntjes zou bevatten, maar in dat opzicht had hij toch buiten oud-GDdNT-winnaar Jacques Bettelheim gerekend. Na afloop van het dictee opperde deze dat in de zin “Soms wordt je bijvoorbeeld verzocht ‘geachte dames en heren’ door ‘beste mensen’ te vervangen” ook ‘word je’ goed gerekend zou moeten worden. In de moerlemei bleef hij echter een vox clamantis in deserto. Maar niet voor lang; een dag later trok hij bij de Taaladviesdienst van Onze Taal aan de bel. Rutger Kiezebrink wees er in zijn reactie op dat er in Van Dale geen steun te vinden is voor uitsluitend de vorm mét t. Daar staat expliciet ‘de heren wordt of worden verzocht hierheen te komen’. Ook staat in Van Dale de voorbeeldzin ‘men wordt verzocht hier niet te roken’, en aangezien ‘men’ alleen onderwerp van de zin kan zijn en nooit meewerkend voorwerp of lijdend voorwerp, moeten ook andere onderwerpen mogelijk zijn in combinatie met ‘verzocht worden’. Ergo: zowel ‘wordt je verzocht’ als ‘word je verzocht’ is correct. Waarmee maar weer eens bewezen is dat je een gemankeerde formele educatie best kunt paren aan een scherp inzicht in de grammatische functie …

Ton Pors – Harderwijk 2017

Jeroen van Heemskerck Düker denkt na – en hij is niet de enige.

De gedateerde datief
Over het meewerkend voorwerp is al heel wat inkt vergoten, onder anderen door mijn helaas overleden leermeester (leermeesteres?) en vriendin Frida Balk-Smit Duyzentkunst. Zij repte meer dan twintig jaar geleden al van ‘de teloorgang van het meewerkend voorwerp’. Want ga maar na: zoals het eerder ‘lusten’ verging, zo vergaat het nu ‘verzoeken’. En met ‘passen’ zal het krek eender aflopen: er is geen middelbareschoolleerling meer die zegt ‘mij past die schoen niet’. ‘Ik pas die schoen niet’ is voor jongeren de enige vorm. De toekomst is dus voor ‘de heren worden verzocht’. Daar helpt geen lievemoederen aan!
Ook in het onlangs verschenen werkje ‘Maar zo heb ik dat geleerd’ van oud-taaladviseur Wouter van Wingerden wordt aandacht aan dit onderwerp besteed. Hij komt tot dezelfde conclusie als zijn vroegere collega.
‘De reizigers wordt verzocht’ hoor je intussen alleen nog maar op Schiphol. Telkens als ik het hoor, vraag ik mij af of de omroeper (m/v) dat ook zo zou zeggen als die tekst niet op zijn of haar blaadje stond, als hij of zij vrijuit sprak, niet belemmerd door voorschriften. Ik weet zeker van niet. Professor Kruisinga, een grammaticus uit de vorige eeuw, placht te zeggen dat alle voorschriften voor taalgebruik bedervend zijn. Daarin kan ik – zonder de tak af te zagen waar ik zelf op zit – niet geheel met hem meegaan, maar een punt heeft hij wel.

De mooiste vondst in het dictee was wat mij betreft wel de zin: ‘De kortte van dit betoog verhindert uitweiding over deze interessante gedachte.’ Menige dicteetijger had niet het analogon gezien met dikte en breedte.

Ton Pors – Harderwijk 2017

Marissa van Vliet is blij met haar eerste prijs bij de liefhebbers.

Ontwapenend gemak
Na afloop van het dictee behandelde René nog eens de diverse spellingproblemen. Hij bespeelde de zaal weer met ontwapenend gemak – en vissend naar complimentjes (‘Ik hoop dat jullie mij nu nog wel lief vinden’). Het hoogtepunt vormde wel het hilarische filmpje uit 1989 van John Cleese die Tina Turner introduceert.

Bij de teams gaf D66 eenieder het nakijken (13 fouten gemiddeld). De ChristenUnie wist nog maar net de scholieren in toom te houden (15 tegenover 15,5 gemiddeld). De uitslag bij de liefhebbers liet een afgetekende overwinning zien voor classica Marissa van Vliet. Deze coming woman in het dictee- én quizcircuit struikelde slechts zes keer (gemiddeld 18) tijdens het lastige parcours; haar prijs: een etentje voor twee bij restaurant Ratatouille. Wij zijn benieuwd wie ze meevraagt … Ze werd op de voet gevolgd door Mirjam Driest (8 fouten, goed voor een pen). Het brons was voor Hommes Bontemps (11 fouten, goed voor een bon van Brasserie De Bank). Annemarie Braakman deed weliswaar buiten mededinging mee, maar haar foutenaantal (net als Marissa slechts 6) had wel vermeld mogen worden. Bij dezen alsnog!

Ton Pors – Harderwijk 2017

Johan de Boer

Specialisten
Helaas had het correctieteam zich niet zo secuur van zijn taak gekweten, zodat het exacte foutenaantal van de top drie niet te geven is. Vast staat echter dat bij de specialisten de dicteetrojka Johan de Boer, Rein Leentfaar en Rien Wisse (deze volgorde is strikt alfabetisch-lexicografisch; er kan geen voorkeur uit worden afgeleid) elkaar nauwelijks iets toegaf. Er circuleerden verschillende tellingen, maar in alle drie kwam hun foutenaantal neer op ongeveer tien (gemiddeld 21). Chapeau!

René hield er rekening mee dat men aan het dictee thelalgie of heautoscopie zou kunnen overhouden. Nou dat viel wat mij betreft mee: het beperkte zich tot een flinke kater. Nochtans hoop ik er volgend jaar weer bij te zijn. Ik zeg dus: tot ziens bij de bigiyari!