‘De geur van mijn geboortegrond’

Castricum 2017

Dicteeauteur Gerard Wortel

door Pieter van Diepen

Het elfde Groot Castricums Dictee op 22 november in de plaatselijke bibliotheek was weer een feest. Mooi weer, niet onbelangrijk als je er in donker met de auto naartoe gaat, een mooie tekst en een spetterende entr’acte van de auteur, de Eemnesser bard Gerard Wortel. Een redelijk – voornamelijk grijs – deelnemersveld ook, met een twintigtal lokale diehards. En drie dicteetijgers, die buiten mededinging mee mochten doen.

Omdat ik er niet bij stil had gestaan dat je ook per trein in Castricum kunt komen, was ik op tijd de asfaltwoestijn opgegaan. Een half uur eerder dan de routeplanner aangaf – eventuele files incalculerend. Dat viel mee. Maar als je al om kwart voor zeven ter plaatse bent, valt er niet veel te beleven. Van lieverlee ben ik door een uitgestorven winkelcentrum Geesterduin gewandeld. Daar word je niet vrolijk van.
Dat werd ik wel toen ik in de bibliotheek hartelijk welkom werd geheten, en daar behalve auteur Gerard Wortel ook twee mededicteetijgers trof. Annemarie Braakman had de tocht vanuit Aalsmeer aanvaard, Bert Jansen vanuit Bussum.

Nederland Leest
Het thema van het dictee was het thema van Nederland Leest: robotica. Waar hadden we dat eerder gehoord? In Eemnes, twee weken eerder, was de titel van het memorabele derde Eemnesser dictee “Robotica”. Van dezelfde auteur als in Castricum: de Eemnesser bard, muzikant, dorpsdichter en ‘taalknutselaar’, liever dan taalkunstenaar. Gerard zei nog dat hij, toen Castricum hem om een tekst vroeg met dit thema, even dacht dat hij mooi dezelfde tekst als in Eemnes kon gebruiken. Eén voor de prijs van twee. Totdat hij zich realiseerde dat die damned dicteetijgers natuurlijk weer zouden komen. Het moet gezegd: hij kweet zich glansrijk van zijn taak. Weer een mooi verhaal, en weer genoeg dicteewoorden om het aantal fouten van de winnaar in de dubbele cijfers te krijgen. Van de lokale winnaar dan.

Castricum 2017

Het publiek in Castricum in afwachting van het dictee.

Cyborgs
Het begon al met de eerste woorden van de eerste zin. “Het jaar 2057 was …” – ik had het al zo geschreven, toen de auteur ingreep. Het jaartal moest in letters. Ongebruikelijk, maar wel een extra moeilijkheid: een spatie na duizend. Het verhaal ging over feestelijkheden voor tweedegeneratierobots, ter viering van het vijftigjarig bestaan van de humanoïde robot. Tweedegeneratierobots, ja, alles aan elkaar. In het Groot Dictee van 2010 struikelden velen over ‘derdegeneratieallochtonen’, maar dat kwam doordat Philip Freriks het toen uitsprak als ‘dérde generatie allochtónen’. De voorlezer in Castricum, cultuurwethouder Steeman, deed het goed.

De tweede zin: De burgemeester opende het jubileumjaar triomfantelijk met een wijdlopig discours over kunstmatige intelligentie en sprak lauwerende woorden over de groteske wijze waarop de doorsneecyborg uit zijn gemeente in de afgelopen decennia wist te assimileren, waarbij de laatste nooit ofte nimmer enig xenofobisch gedrag tentoonspreidde of ervandoor ging ingeval een collisie dreigde met de menselijke entiteit. Ga er maar aan staan! (Een cyborg is half mens, half machine: cybernetisch organisme.)

Twee soorten robots
De zorg- en knuffelrobots werden vervolgens reuzegrappig gefêteerd op een geëngageerde vaudeville. Dat was mijn grootste twijfelgeval: waren het nou twee soorten robots, zorgrobots en knuffelrobots, of was het maar één type robot, dat zowel zorgde als knuffelde, dus à la het peper-en-zoutstel zorg-en-knuffelrobots?
De androïde robots gingen nog voetballen op een zompig en gemillimeterd veld, in een derby met een-tweetjes, crosspasses en man-tegen-mangevechten, voor de feminiene robots waren er workshops maquilleren en coifferen, met voor sommige een gratis coupe soleil of een voucher om naar believen te outletten in een doe-het-zelfzaak, en als afsluiting van het jubilee was een bal masqué met linedancen en aerobiccen. Kortom, plezier alom.

Castricum 2017

Gerard Wortel droeg een aantal van zijn liederen voor.

Spetterende entr’acte
Ook voor de deelnemers plezier, want in de nakijkpauze was er een spetterend optreden van Gerard Wortel. Uit zijn boek Heimwee naar Eemnes, met 43 gedichten die hij schreef als dorpsdichter in de periode 2013–2015, droeg hij er gloedvol een aantal voor. ‘Vorstelijk onderscheid’ over de lintjesregen, ‘Straatterreur’ over senioren op e-bikes en over kunstgras in het polderdorp ‘Kunstgras in het polderdorp’.

De gedichten werden afgewisseld door liedjes, of liever: gedichten in de vorm van een lied. Zichzelf begeleidend op zijn gitaar vertolkte hij het gevoelige nummer over pappa’s die ooit pubers waren en het weemoedige lied over meester Adolfse en zijn Fiat Topolino. Gevoelig, weemoedig, hoezo dan spetterend? Wel, op speciaal verzoek van een van de deelnemers zong hij “Heimwee naar Eemnes”, met het fragment “Maar wat ik het meest kan missen, wat ik Eemnes eigen vond, is die onvervalste geur van spetterende koeienstront.” En het refrein, meegezongen door zijn gehoor:

Koeienstront, kóéienstront,
De geur van mijn geboortegrond,
Alles wat te groeien stond
Dank ik aan de koeienstront

Ik kom uit West-Friesland, in Castricum rook ik al bijna de geur van mijn geboortegrond. En ja, ik kom van een boerderij. Met de onbekende dichter René de Clercq (1877–1932) zeg ik: “Ik klets op de kluiten en glets in de moer, ik ben van den buiten, ik ben van den boer!”

Castricum 2017

Co Rol (rechts) neemt zijn prijs in ontvangst.

Slotakkoord
Aan alles komt een eind, ook aan het pauzeoptreden. Er volgde immers nog iets belangrijks: de uitslag en de prijsuitreiking. Ik zei al: het was moeilijk genoeg om de lokale schrijvers met een flink aantal rode strepen op te zadelen. Drie van hen staken erboven uit. Sonja de Jong en Tessa van den Brink eindigden ex aequo op de tweede plaats met 15 fouten. Na loting kreeg Tessa de tweede prijs en Sonja de derde. Maar de winnaar was Heemskerker Co Rol, met 14 fouten.

En de drie buitenpoorters? Annemarie had drie fouten (of waren het er vier?), Bert had er twee, waaronder het discutabele ‘stichting’ met een kleine s waar Stichting Feestcomité Castricum vereist was. En ik, ik schreef vorig jaar in mijn privéverslagje: “De tekst, geënt op het thema van ‘Nederland Leest’, met lekker veel dicteewoorden, maar toch een goedlopend verhaal, was knap moeilijk voor niet-dicteetijgers – getuige de foutenaantallen van de prijswinnaars – en moeilijk genoeg om ook dat rare clubje weer op het verkeerde been te zetten, zodat niemand met een nulfouter naar huis ging. Chapeau.”
Nu kon ik in mijn annotaties schrijven dat het eerste deel nog onverkort klopte, en ook het laatste woord. Maar het was deze keer wel een nulfouter!

Fake news uit Gent

Gent 2017

Café Hotsy Totsy in afwachting van de dicteeschrijvers.

door Bert Jansen

Gent heeft enige tijd geleden een nieuw zogeheten Verkeerscirculatieplan geïntroduceerd, dat beoogt de binnenstad leefbaarder te maken en de veiligheid van fietser en voetganger te vergroten. Prijzenswaard! Maar er is ook een – waarschijnlijk onbedoelde – keerzijde aan deze gulden medaille: dicteenomaden weten café Hotsy Totsy niet meer te bereiken. Dat causaal verband tussen de verkeersbelemmerende maatregelen en de opkomst bij Het Klein Dictee is natuurlijk niet met zekerheid vast te stellen, maar feit blijft dat de belangstelling buitengewoon pover was: niet meer dan pakweg twintig personen, een derde minder dan bij de vorige editie, hadden de weg naar de Gentse staminee weten te vinden. Zelfs de usual suspects, zoals daar zijn Christiane Adams, Birgit Kuppens, Trui Gonnissen en de Zottegemse tweeling Elsie en Leen Ribbens, ontbraken op het appel. Ikzelf liet, op weg naar Hotsy Totsy, mijn navigatiesysteem prevaleren boven de verbodsborden. De eerste GAS-boete van 55 euro is inmiddels bezorgd, maar ik verwacht er nog wel meer …

Dat roept de vraag op: was het de moeite waard? Een volmondig ‘ja’ is daarop mijn antwoord! In de middag vergaapte ik mij in het MSK (Museum voor de Schone Kunsten) aan de overweldigende kunst en de restauratie van de aanbidding van het Lam, het centrale deel van de polyptiek van de gebroeders Van Eyck, die al meer dan een half millennium de Sint-Baafskapitaal siert. In de vooravond pleisterde ik aan de mooiste lei van de hele wereld: domweg gelukkig aan de Korenlei.

Gent 2017

Herman Killens (links) en Frans Van Besien ontvangen hun prijzen uit handen van Jan De Lille.

Gents halfuurtje
Toen ik café Hotsy Totsy om kwart voor acht binnenstapte, zat er nog maar een handjevol dicteeadepten. Om acht uur was de start van het dictee voorzien; geheel volgens de traditie echter respecteerde men ook dit jaar een ‘Gents halfuurtje’. Maar kort na halfnegen opende Philippe Marmenout, de voorzitter van het dichterscollectief De Wolven van La Mancha, dan toch het bal. Hij schetste het geprogrammeerde verloop van de avond en stelde de man voor die aangezocht was om het dictee te declameren: Rudy Coddens, schepen en voorzitter OCMW én kandidaat-burgemeester van de stad van Jacob van Artevelde. Het kan niet ontkend worden: Rudy deed zijn best, maar het ruime palet aan exotische instinkers stelde de, overigens niet voor een kleintje vervaarde aspirant-burgemeester, af en toe voor onoverkomelijke uitspraakproblemen. Maar allee, wie zou er zijn tong níét breken over uitheemse woorden als za’atar, Cauchies en caravaggisme?

Al direct na die eerste lezing was het duidelijk dat de Wolven van La Mancha er weer in geslaagd waren een verbaal mijnenveld te leggen waaruit niet alleen de argeloze dilettant, maar ook de door de wol geverfde dicteetijger niet zonder kleerscheuren kon ontsnappen.
Het dictee met de titel ‘Niets dan de waarheid’ behandelde een actueel onderwerp: fake news.  Alleen dát woord al leidde bij menigeen tot gefronste wenkbrauwen: is het al goed ingeburgerd en moet het dus aaneen of is het een gelegenheidsontlening en moet het dus los? Het kwam welgeteld driemaal in het dictee voor en bij een verkeerde keuze zou dat – de van-dik-hout-zaagt-men-plankencorrectiemethode van de Wolven kennende – al meteen tot drie strafpunten kunnen leiden.
Wie overigens mocht denken dat het fenomeen nepnieuws van Amerikaanse bodem en recente datum is, weet na dit Gents dictee wel beter: ook in de no-goarea Homs en in de tijd van de Zeven Provinciën, ja zelfs in de oudheid werd de goegemeente al bewust op het verkeerde been gezet. En niet alleen smombies en naïevelingen zijn er het slachtoffer van, ook de online-ingezondenbrievenschrijvers, zoveel werd wel duidelijk. De vraag werd geponeerd of fake news de ondergang van het avondland inluidde, maar die was retorisch bedoeld; een antwoord werd in ieder geval niet gegeven.

Gent 2017

Het beruchte correctieteam in Gent.

Menistenleugentjes
Na de integrale lezing zat Coddens’ taak erop. Hij groette vriendelijk en poetste de plaat, waarna het de beurt was aan de schrijver van het dictee, Peter Catrie. In een goed tempo en duidelijk, zonder tot spellinguitspraak te vervallen, las hij het dictee in hapklare brokken voor. Nochtans vormt de Vlaamse tongval voor het Noord-Nederlandse oor toch altijd een extra handicap. In ieder geval voor uw verslaggever. In de zinsnede: ‘… ik spreek niet over menistenleugentjes ofte leugentjes om bestwil’ zou bij Nederlandse lezing vermoedelijk niet: ‘… of de leugentjes om bestwil’ op mijn papier verschenen zijn. Overigens vind ik het gebruik van ofte hier dubieus; dit voegwoord wordt normaliter alleen nog in de verbinding nooit ofte nimmer gebruikt. Felix Heyman tekende protest aan tegen de zijns inziens te radde lezing van Catrie, maar zijn verzoek om de zoveelste herhaling werd niet gehonoreerd. Terecht, dunkt mij; te vaak worden woorden en zinnen tot vervelens toe herhaald. Ook tempo is onderdeel van het dictee.

Gent 2017

Rein Leentfaar oreert tegen de organisatoren; achter hem houden de overige prijswinnaars zich kalm.

Dabben
In de eerste zin ging ik al meteen in de fout met dabben. Dit kan ik volledig op conto van een licht slijtend geheugen schrijven; minder dan een jaar geleden immers beeldden de scholieren bij het Soester Dictee uit hoe je moest dabben! Ik schreef ‘debben’, volgens het in dicteekringen algemeen geldende adagium: bij onbekendheid spel je fonologisch. Onbekendheid met het (Belgisch-Nederlandse!) woord nobiljons was aanleiding tot twee rode strepen. In de zin: ‘Nee, ik spreek over fake news waarmee sommige nobiljons uitpakken’ vatte ik nobiljons als lijdend voorwerp op; Ik schreef: ‘Nee, ik spreek over fake news waarmee sommigen nobillions uitpakken’.

Ook dit jaar zat er weer een flinke riedel eigennamen in het dictee. Verleden jaar waren het de (Rode) Duivels en de Azzurri, dit jaar Barça en Cauchie die mij als verklaard sporthater opbraken. Ik wil niet graag in het kamp van de linguïstische prinzipienreiters ingedeeld woorden, maar kan men écht in redelijkheid van de dicteeschrijver verwachten bekend te zijn met de bijnaam van een voetbalclub of met een kunstenaar-architect van het tweede garnituur die al meer dan zestig jaar de tuin op zijn buik heeft? En moet ik ook weten dat Het Liegebeest een tv-programma is? Ik heb niet eens een tv! Het gebruik van eigennamen in dictees is – naar mijn bescheiden mening – een algemeen probleem, maar het Gents dictee lijkt er patent op te hebben.

Byzantijns
Ook een paar discutabele kwesties wil ik hier niet onvermeld laten. Als het gaat over het achterelkaar concipiëren van malicieuze leugens kan mijns inziens ook een lans gebroken worden voor achter elkaar. Het gaat immers om een reeks en dan is ‘de ene leugen na de andere’ toch te verdedigen? En moet een Byzantijns complot dwingend verwijzen naar het oude Byzantium? Is in dit verband niet met evenveel kracht de betekenis slaafs, kruipend te verdedigen? En dat za’atar een kruidenmengsel is, weet ik nu door Wikipedia, maar in de gehomologeerde bronnen zoek ik het tevergeefs.  

Evidente fouten lijken mij: tiki-taka (vanwaar dat koppelteken?), avondland (hier wordt duidelijk gerefereerd aan de Occident; overigens kan ik geen context bedenken waarin onderkast te verdedigen is) en Octavanius (hier zal Octavianus bedoeld zijn).

Gent 2017

Herman Killens (2e), rodelantaarndrager Bob Claeys, Frans Van Besien (3e) en Rein Leentfaar (1e).

Peloton vol fouten
Het correctieteam nam ruim de tijd voor het zetten van de rode strepen, maar het ging dan ook niet om een gering aantal. Net als verleden jaar mocht – met 17 fouten – Frans Van Besien de derde prijs mee naar huis nemen. Herman Killens, twee jaar op rij goed voor goud, kon met 16 fouten geen kunstje uit zijn hoed toveren; hij moest in reizende Rein Leentfaar, die slechts 14 fouten maakte, zijn meerdere erkennen. Alle drie de winnaars gingen met een stapel boeken naar huis. Na de drie koplopers volgde het peloton: Frank Denys en ondergetekende (22), Raf Coppens (23) en hekkensluiter Felix Heyman (40).

Het was al na elven toen ik, op weg naar Philippine, Gent uitreed – opnieuw de verbodsborden negerend. Er was geen hond op straat, maar ik vrees dat de camera’s niet sliepen. Afwachten maar weer wat voor verrassingen de Vlaamse hermandad nog voor mij in petto heeft.

Rien Wisse speller van het jaar 2017

Ter Aar 2016

Rien Wisse na een overwinning in Ter Aar (2016)

door Jeroen van Heemskerck Düker (met dank aan Rien Wisse)

De Bredase redacteur Rien Wisse mag zich sinds de laatste editie van de BeNeDicteecompetitie officieus Speller van het jaar noemen. Met 486 punten uit acht dictees versloeg hij Rein Leentfaar (481) en de Vlaamse dicteereus Herman Killens (477).

Als Willem-Alexander op het bordes staat om het nieuwe kabinet te presenteren, is-ie dan de Koning of de koning? En is goenagoena wel een meervoud? Mensen die over dergelijke kwesties met plezier kunnen discussiëren, verzamelden zich zaterdag 18 november in de sfeervolle Bussumse villa van Bert Jansen. De vierde editie van de BeNeDicteecompetitie stond op het programma. De laatste van het jaar, met zoals gebruikelijk twee hondsmoeilijke verhalen. Louter mannen bevolkten de ochtendsessie, want de dames deden terzelfder tijd auditie voor het tv-spelletje De tafel van taal.

Competitie voor woordfetisjisten
De BeNeDicteecompetitie – met gevoel voor ironie wisselend gespeld – kreeg dit jaar vorm, na een lange aanloop. Onder aegide van Rein ‘de zwervende Zeeuw’ Leentfaar is een reeks gecreëerd van vier dagen met elk twee dictees. Al tijdens de eerste editie in het Vlaamse Opwijk werd duidelijk dat deze serie huiskamerdictees niet geschikt was voor eerzuchtige orthografen. Dacht je een carrousel wel van een caroussel te kunnen onderscheiden? Leuk voor je, maar met zulke types weten de dicteeschrijvers van dienst wel raad. Herman Killens trapte af met een krankzinnig sciencefictionverhaal waarin de krochten van de Dikke Van Dale werden verkend. In de daaropvolgende teksten – in Aalsmeer en Breskens, lees de verslagen er maar op na – kregen de zelfbenoemde superspellers er eveneens duchtig van langs.

Frank Denys

Dicteetijger Frank Denys

Kroniek van een onvoltooid jaar
Ook in Bussum lukte het veel deelnemers maar nauwelijks boven de gevreesde vijftigprocentgrens te blijven. En de gastheer had nog wel zo goed voor zijn gezelschap gezorgd, met koffie, madeleines, een exquise lunch en prima whisky. Helaas: honderd invulplaatsen met onverwachte schrijfwijzen vergen een extreem goed geheugen en een superieur gevoel voor de educated guess. Het ochtenddictee Kroniek van een onvoltooid jaar, geschreven en voorgedragen door Frank Denys, was een subliem (politiek) overzicht van 2017. Er zat heel wat in. Om maar wat te noemen: de president elect met zijn spread-eagle oratory en Americandreamverhaal, Palestijnen in mani of kufiyyah, een gedebaathificeerd Irak, de ghazidsja tegen talloze kufar, de bisbilles tussen Le Pen en Macron, en de lullenmannen met magirusladders bij de brand in Londen.
Menige deelnemer dacht even lucht te krijgen toen ook ‘vreedzamer nieuws’ werd aangekondigd. Maar toen het ging over cataclysmenperikelen, syzygieën, ongles-bleus, chiquige kostuums, watteaujurken en lahmacun, dreigde een guerre à outrance.

Goed, dat was nog geen vijfde deel van Franks honderd invulwoorden. Laten we naar de top drie gaan om de moed erin te houden: Herman Killens (17 fout), Rien Wisse (18) en Rein Leentfaar (22). Die laatstgenoemde meldde later per e-mail: “Ochtendzitting, zoals altijd nog niet wakker. ’s Middags gaat het altijd beter.” Daar bleek geen woord van gelogen te zijn, maar daarover straks meer.

Papendrecht 2016 RD

Huib Boogert

Een baby met vijftien hoofden
Het middagdictee, geschreven door Huib Boogert, werd voorgelezen door Annemarie Braakman. De dicteebabe uit Aalsmeer was inmiddels samen met Dian van Gelder teruggekeerd van de tv-auditie. Een baby met vijftien hoofden ging over de geboorte van het derde kabinet-Rutte. Je zag de deelnemers denken: dat moet beter te doen zijn dan vanmorgen. Nou, wel wát makkelijker, maar de schijn bedroog. Het was een humoristisch-kritisch verhaal, met ambachtelijk en journalistiek vakmanschap in elkaar gezet door de Goese meester. Ook weer met honderd invulplaatsen.
Een compilatie: Go-getter Mark Rutte glom van trots, toen hij als een ware hadjememaar zijn roedel padvinders en gogogirls presenteerde. De onderhandelaars stoven ooit als sikaherten uiteen. De concomitante politici gedroegen zich als bedorvendansen en slingerden zich als guereza’s door de Binnenhofjungle. Er kwam een trùk’i pan voorgereden, door een handige yu di Kòrsou met een koubeitel getimmerd en door ducttape bijeengehouden. De brezjnevdoctrine bleef buiten de deur. De dumbbells werden hooggehouden. Men oogstte propz. Toch zal de faex populi over vier jaar verweesd in het regeerakkoord turen, een qaly daargelaten.

Ter Aar 2016

Neerlandicus Bert Jansen luistert naar de eerste voorlezing van het dictee.

Top drie neemt afstand
Volgt u het nog? De subtop – René Dijkgraaf, Jeroen van Heemskerck Düker, Bert Jansen, Jozef Lamberts – keek na twee dictees enigszins verweesd voor zich uit. Een dicteetje winnen met drie foutjes is voor deze fanaten heel gewoon. De huiskamercompetitie levert hen daarentegen zomaar dertig, veertig fouten op. Voorbeeldje: 61 punten  (goede antwoorden) voor René en Jeroen, 68 voor gastheer Bert Jansen. De toppers deden het fors beter. Dezelfde top drie als ’s ochtends, in een wat andere volgorde: Rein Leentfaar (13 fout), Rien Wisse (15), Herman Killens (22). Ja, Rein is ’s middags beter in vorm dan ’s morgens.

De dagprijs ging naar Rien Wisse (in totaal 33 fout), gevolgd door Leentfaar (35) en Herman Killens (39). Daarmee stelde de Bredase taalexpert zijn jaaroverwinning zeker. Na acht dictees mag hij zich met trots de beste speller van 2017 noemen. Zeven deelnemers aan de competitie maakten kans op een podiumplaats, de overigen deden mee aan één of twee edities. De resultaten liepen wijd uiteen. Enkelen haalden met moeite 15 punten uit de honderd invulplaatsen, anderen nestelden zich in de middenmoot met 60 tot 80 correct gespelde woorden. In Bussum werd duidelijk dat de orthografisch begaafde taalfetisjist geen bladzijde van de Dikke Van Dale mag overslaan. Wie niet weet dat redneck een gaaf voorbeeld van een bahuvrihicompositum is, kan maar beter wegblijven.

Vanzelfsprekend laten de topspellers van Nederland en België dat niet op zich zitten. In 2018 zal Rien Wisse hard moeten werken om zijn titel te behouden.

Zutphense flora en fauna in het Volkshuis

Zutphen 2017

Het Volkshuis aan de gezellige Zutphense Houtmarkt was propvol met dicteeliefhebbers.

door Bert Jansen  |  Foto’s: Patrick van Gemert, Zutphens Persbureau

De organisatie van het negende Groot Zutphens Dictee, gehouden op donderdag 16 november, was dit jaar weer in bekwame handen bij de Lionsclub Zutphen-Kattenhaven. Ook dit jaar was de tekst samengesteld door een viermanschap bestaande uit Michel Groothedde, Jody Hagenbeek, Fiona de Heus en Jaap Pott. Alleen de locatie was dit jaar anders: niet meer het vertrouwde Fort Bronsbergen, maar Het Volkshuis, een in Amsterdamseschoolstijl gebouwd pand in hartje Zutphen, was dit jaar de plaats van handeling. De opbrengst ging naar Het Vergeten Kind.

Flora en fauna
Toen Jeroen van Heemskerck Düker en uw djoeroetoelis om zeven uur ‘het oudste koffiehuis van Nederland’ (tussen voorzichtige aanhalingstekens, want ik neem het klakkeloos over van de site) betraden, was een aanzienlijk deel van de tafeltjes al bezet; een uur later, bij aanvang van het dictee, telde ik ruim vijftig deelnemers, bijna een verdubbeling vergeleken bij een jaar geleden. De organisatoren in Zutphen kunnen zich dus zonder van onbescheidenheid beticht te worden het brevet van vermogen opspelden.

Na een woord van welkom (en een vermaning: ‘duidelijk schrijven!’), uitgesproken door Jody, werd het dictee, met de titel Flora en fauna, integraal voorgelezen. Voor de declamatie ‘in stukjes’ had men dit jaar Martine Letterie weten te strikken. Het hoeft geen verbazing te wekken dat Martine Letterie – nomen est omen – als gelauwerd kinderboekenschrijfster met een indrukwekkende lijst titels op haar naam én oud-lerares Nederlands begiftigd is met een heldere dictie. Dat neemt niet weg dat zij wat moeite had het juiste tempo te vinden; verscheidene keren moesten opgejaagde dicteeschrijvers haar manen gas terug te nemen.

Zutphen 2017

Martine Letterie leest het dictee voor.

Heraldische leeuw
Ondanks die heldere dictie ontspoorden ten minste twee dicteetijgers al direct in de eerste zin, toen Martine las: ‘De heraldische, dubbelstaartige gouden leeuw, keelkleurig getongd en genageld, is Zutphens stadsmascotte.’ In plaats van heraldisch verscheen heroïsch op hun blaadje – hoewel de voorlezing, volgens de goede Zutphense traditie, verluchtigd werd met dia’s, en bij de eerste zin het stadswapen met de twee getongde leeuwen prominent in beeld kwam. Ook het keelkleurige kwam niet bij iedereen correct gespeld op papier; menige dicteeschrijver – vermoedelijk niet bekend met het heraldische vocabulaire – schreef hier kilkleurig. Ook bij de afwijkende betekenis van getongd had niet iedereen direct de juiste context in het oog. Bij een enkeling sloeg – denkend aan zoöfilie – zelfs de fantasie compleet op hol …

De samenstellers katapulteerden de dicteeschrijvers niet minder dan honderdduizend jaar (in letters!) terug in de tijd, toen de mammoet en de steppewisent de toendravlakten van Zutphen avant la lettre bevolkten. Twee zinnen later echter zaten ze plotsklaps in de zogenoemde zeventiende-eeuwse Stadsboomgaard, waar regio-eigen appel- en perenrassen geplant werden, waaronder de zeldzame jeanned’arcpeer – dermate zeldzaam, dat niemand onder het publiek zo’n peer ooit gegeten had, laat staan dat men wist hoe dit woord te spellen!
Even leek het erop dat de extinctie van de Falco peregrinus nabij was, maar een zucht van verlichting steeg op uit de zaal, toen duidelijk werd dat je deze roofvogels tegenwoordig weer van de lokale kerktorens steile duikvluchten kunt zien maken. Daar staat tegenover dat de eenstijlige meidoorns langs de N348 ten dode zijn opgeschreven; ze zouden te veel te lijden hebben gehad, maar waarvan, dat bleef voor de buitenpoorters verborgen.
Ook in de laatste zin was het weer een en al ecologische kommer en kwel: de eikenprocessierups rukt op en de bij wordt met uitsterven bedreigd door de destructieve varroamijt.

Zutphen 2017

Jaap Pott bespreekt het dictee.

Etymologische uitstapjes
Nadat de correctieploeg zich had teruggetrokken in het VVV-kantoor aan de overkant van de Markt, waar men ongestoord en onbespied het rode potlood kon hanteren, was het de beurt aan meester Pott om de voetangels en klemmen in het dictee van deskundig commentaar te voorzien. Hij vertelde daarbij niet alleen sec hoe de woorden gespeld moesten worden, maar maakte ter illustratie leerrijke etymologische uitstapjes. Zo legde hij uit dat overlijden ‘overgaan naar een andere wereld’ betekent. Dialectsprekers wéten of ze ei of ij moeten schrijven; de gestipte ij klinkt bij hen als een ie. Het woord ‘wierook’ komt dus van ‘gewijde rook’. Ook de wetenschappelijke naam van de slechtvalk (Falco peregrinus) werd historisch verklaard: de valk die over (‘per’) de akker (‘ager’) vliegt. Hetzelfde woord als pelgrim, de vreemdeling die van voorbij de akker (dus van ver) komt.

Ik ben ervan overtuigd dat dergelijke inkijkjes in de geschiedenis van woorden niet alleen een ondersteuning zijn in de spelling van woorden, maar ook de belangstelling voor taal aanwakkeren. Het is leuk om te weten hoe het mannetje mannequin werd. Net zoals het leuk is het verband te zien tussen het album, de albino en de albe. Het verdiept het inzicht in taal, cultuur, geschiedenis en spelling. De etymologie is immers een van de vier pijlers waarop wij onze spelling baseren.

Zutphen 2017

Dicteekoningin Marry Potjes (in het blauw) nam gewoontegetrouw de eerste prijs mee naar huis.

Discussie ongewenst
Applaus dus voor de onvolprezen dictee-exegeet. Eén punt van (opbouwende) kritiek wil ik niet verhelen. Ik vind het spijtig dat er in Zutphen geen ruimte is voor discussie. ‘Protest is toegestaan, maar morgen pas, dan ben ik er toch niet’, sprak de apodictische Pott. Jammer, want het ontnam mij de kans om en plein public te betogen waarom ‘stortten’ in de tweede zin (‘Ook geïnspireerd door Lions’ prestigieuze leeuwen stortten de dicteesamenstellers zich dit jaar op flora en fauna; bereid u voor op nog eens zeven zinnenprikkelende zinnen.’) ook als tegenwoordige tijd te verdedigen is (overigens zónder te willen tornen aan het prerogatief van de jury waar het het laatste woord betreft). Gelukkig strekt Potts machtige arm niet zo ver dat hij mij nu kan beletten op deze plaats vrije teugel te geven aan het verwoorden van mijn visie.

Ik zou dan willen zeggen dat er tussen ‘storten’ en ‘stortten’ geen verschil te horen is en dat je er daarom voor een goed begrip een werkwoord voor in de plaats moet zetten waarin je de tijd wél hoort, bijvoorbeeld ‘kiezen’. Dan krijg je de zin: ‘Ook geïnspireerd door Lions’ prestigieuze leeuwen kiezen de dicteesamenstellers dit jaar voor flora en fauna; bereid u voor op nog eens zeven zinnenprikkelende zinnen.’ Een prima zin waarin het zogenaamde praesens historicum aan de vertelling een levendig karakter geeft en de beschrijving min of meer in het heden doorwerkt. Ook Jeroen, toch geen taalkundig minus habens, twijfelde over de tijd van het werkwoord.

Een jeanned'arcpeer

Een jeanned’arcpeer

Toffe peer
De avond overziend, stel ik vast dat het in de eerste alinea al genoemde illustere viertal het publiek opnieuw een fraai verhaal met kop en staart waarin de oude Hanzestad aan de IJssel de hoofdrol speelde, heeft weten voor te schotelen. Voor iemand die nog geen hommel van een bij kan onderscheiden, zoals schrijver dezes, was het qua onderwerp niet het gedroomde dictee, maar dat doet niets af aan mijn waardering.
Verleden jaar leerde ik de naam voor de verzinkbare paal in de weg voor het controleren van de toegang tot een straat of terrein (poller), dit jaar kan ik de jeanned’arcpeer aan mijn vocabularium toevoegen. Spijtig evenwel dat (de spelling van) dat woord in geen van de mij ten dienste staande woordenboeken staat opgetekend. Zélfs mijn lokale groentejuwelier kan deze peer niet leveren.

Zutphen 2017

Rein Leentfaar ziet de eerste prijs aan zijn neus voorbijgaan.

Leestekens
Opnieuw wil ik een lans breken voor een qua woordkeus iets moeilijker dictee. Zoals ik er ook voor zou willen pleiten foutief of in het geheel niet geplaatste leestekens niet fout te rekenen; interpunctie is geen onderdeel van de spelkunst. Waarmee ik natuurlijk niet het belang van het plaatsen van leestekens wil bagatelliseren. Geenszins! Het kan zelfs het verschil maken tussen leven en dood: ‘Hangen, niet vrij!’ stond eens op het gerechtelijk papier. Er had moeten staan: ‘Hangen niet, vrij!’ Vrij vervelend voor de gehangene …
Ook dit jaar hadden de auteurs dus gekozen voor een dictee zonder moeilijke woorden en écht grote struikelblokken. Een en ander neemt niet weg dat er in het dictee genoeg kiezelsteentjes zaten, waarover je ook een lelijke buiteling kunt maken. Enfin, dat bleek wel uit het feit dat er in de vijftig nagekeken dictees 1352 fouten werden gemaakt. Gemiddeld 27.

Zutphen 2017

Bert Jansen neemt zijn eerste prijs in ontvangst uit handen van Fiona van Gemert.

Ranglijst
Op een gedeelde derde plaats, met zestien fouten, eindigden Bert en John Stokkel. Het zilver was voor Wino Sijm. Hij misspelde twaalf keer. De ongekroonde Zutphense dicteekoningin Marry Potjes wist met haar 8 fouten bij de doorgefourneerde dicteetijger Rein Leentfaar langszij te komen en Jeroen van Heemskerck Düker (9 fouten, met dank aan de leestekenregel) zelfs een gevoelige orthografische oorvijg te verkopen. Jan Riefel eindigde met 17 rode strepen. Ondergetekende maakte zes fouten en mocht als prijs het boek De Wilde Planten in en om Zutphen in ontvangst nemen. Prachtig, nu kan hij zijn botanische kennis niveau leesplankje tenminste opvijzelen …

De vriendelijke Marieke Tomesen viel, net als verleden jaar, nét buiten de prijzen, maar ik vermeld haar naam toch graag, omdat ik die verleden jaar fout spelde. René Dijkgraaf strandde onderweg naar Zutphen door een onheilspellend geluid vanonder zijn motorkap. Jammer, maar het betekende wel één angstgegner minder voor de vier aanwezige dicteenomaden …

Bierkoning
Na afloop offerden we in het belendende Cambrinus aan Gambrinus, de legendarische bierkoning. Via de N345 verlieten Jeroen en meine Wenigkeit de ‘frontierstad’. Helaas konden we dus niet verifiëren of de eenstijlige meidoorns van Het Witte Lint inderdaad aan het wegkwijnen zijn. Enfin, dat staat nu op de rol voor 15 november 2018, bij de gelegenheid van het tweede bigiyari van het Groot Zutphens Dictee. De datum staat reeds in onze agenda genoteerd. Met onuitwisbare inkt!