Tien tips voor deelnemers

Gaat u deelnemen aan een dicteewedstrijd? Dan voldoet u in elk geval aan de eerste voorwaarde voor kampioenen: interesse in taal en spelling. Waarschijnlijk bent u goed op de hoogte van de regels en haalt u met gemak een stapeltje fouten uit een willekeurige tekst op internet. Maar om het podium te halen van een dictee-evenement in pakweg Zutphen, Gent of Harderwijk, is het zaak een stapje extra te zetten. Een gedegen voorbereiding is onontbeerlijk. En ook tijdens het evenement zijn er zaken waaraan je enige aandacht moet besteden.

Hier volgen de tien gouden tips voor de dicteekampioen in spe. Vijf voor dagelijks gebruik, vijf voor de wedstrijd zelf.

Training

  1. Lees zoveel je kunt. Kranten, tijdschriften, romans, wetenschappelijke artikelen, blogs over taal … om het even wat. Zo verrijk je je woordenschat en raak je vertrouwd met niet-alledaagse woordbeelden als ideeëloos en 65+-kaart. Veel bedreven spellers slaan regelmatig de Van Dale open en noteren woorden die zij niet kennen of die op ongebruikelijke wijze gespeld worden.
  2. Bestudeer de Leidraad. De Woordenlijst Nederlandse Taal – doorgaans aangeduid als Het Groene Boekje – bestaat uit twee delen: een selectie van woorden met een potentieel spellingprobleem, en de Leidraad die eraan voorafgaat. Dat is een compleet overzicht van de spellingregels. Aan de hand van de basisregels kun je in principe elke Nederlandse samenstelling, afleiding en werkwoordsvorm correct spellen. Gebruik de laatste editie uit 2015. Achterin zijn enkele handige lijstjes en adviezen opgenomen (eponiemen, voornaamwoordelijke bijwoorden et cetera). De Leidraad en een veel uitgebreidere versie van de woordenlijst staan (ook) op Woordenlijst.org.
  3. Oefen met oude dictees. Op Dictees.nl verzamelen we de teksten van alle dicteewedstrijden in Nederland en België. Kies er eentje uit en laat iemand dicteren. Oefenen kan knap lastig zijn, omdat niet iedereen dicteren even leuk vindt. Maar het is vrijwel de enige mogelijkheid. Alleen op de website van het Groot Dictee kun je oefenen aan de hand van gesproken tekst.
  4. Train jezelf op internet. De website Beter spellen is een uitstekend startpunt voor de ambitieuze liefhebber. Dagelijks krijg je vier meerkeuzevragen voorgeschoteld. Je score kun je over een periode van zes weken terugzien. Bovendien verwijst elke vraag je naar een uitleg over het betreffende spellingprincipe. Voor de gevorderden heeft Dictees.nl een wekelijks dictee van tien moeilijke meerkeuzevragen. Elke maandag om acht uur ‘s ochtends staat er een nieuwe test voor je klaar. Je kunt natuurlijk ook oudere tests doen.
  5. Koop het Roze Boekje. De pocket 5000 venijnige dicteewoorden – in de wandeling het Roze Boekje – is een lijst van beruchte valkuilen die in vrijwel elk dictee terugkomen. Kost nog geen tientje. Kun je alle 5000 woordjes correct spellen, dan ben je al bijna zeker van een toppositie op een gemiddelde dicteeavond. Achterin vind je enkele oefendicteetjes rondom verschillende thema’s (ij of ei, tussen-n of niet).

Tijdens het dictee

  1. De gebruikelijke aanbevelingen voor elk wedstrijdevenement gelden onverkort voor een dictee: kom ruim op tijd, zorg ervoor dat je uitgerust en ontspannen bent, wees hoffelijk tegen organisatoren en deelnemers. Zet je telefoon uit.
  2. Het kan handig zijn je in te lezen in de plaatselijke topografie en het actuele nieuws. Veel teksten zijn geschreven rondom lokale thema’s. Historische namen, plaatsaanduidingen et cetera hebben veelal een afwijkende spelling.
  3. Gebruik een kladpapiertje. In geval van twijfel kun je verschillende woordbeelden uitproberen, waaruit je het meest waarschijnlijke selecteert.
  4. Schrijf duidelijk. Hanenpoten die voor de correctoren onmogelijk te ontcijferen zijn, leveren onnodige fouten op. Laat duidelijk zien of je een hoofdletter bedoelt of een kleine letter. Geef spaties de ruimte. Om schrijfkramp te voorkomen, kan het gebruik van een vulpen een uitkomst zijn.
  5. Vermijd discussie. Tijdens het dictee zijn wijsneuzige aanmerkingen al helemaal uit den boze, maar ook tijdens de nabespreking is het aan te bevelen je commentaar te beperken. Alleen bij aperte tekstfouten heeft kritiek zin, mits je een onfeilbaar argument hebt.