De verdooldheid van de koning

In de ivoren toren hadden twee secretaresses hun verblijf: mevrouw Roomwit en mevrouw Smaragdgroen.

In de ivoren toren hadden twee secretaresses hun verblijf: mevrouw Roomwit en mevrouw Smaragdgroen.

door Edward Vanhove

Heel lang geleden was er eens een koning die op een laaggelegen landgoed bij de zee woonde. Aan de zuidhoek van zijn kasteel was een ontzaglijk hoge toren gebouwd die helemaal uit ivoor was gemaakt. De zuidwestelijke kasteelmuur had in het midden een portaal, waarlangs de bewoners van het koninkrijk naar het gepavoiseerde, met meldenstruiken beplante buitenhof konden gaan.

In de ivoren toren hadden twee secretaresses hun verblijf: mevrouw Roomwit en mevrouw Smaragdgroen. Ze ontleenden hun naam aan de kleur van de tulen mantel die zij onveranderlijk droegen. Om het verblijf van mevrouw Roomwit te bereiken, moest je wel honderd treden beklimmen. Mevrouw Smaragdgroen had van koningswege de functie van hoogste toezichthoudster gekregen. Zij woonde maar liefst tweehonderd treden hoog, zodat zij vanuit haar kamer doelmatig het toezicht kon uitoefenen. De koning mocht zijn secretaresses erg graag. Van mevrouw Smaragdgroen verwachtte hij dat zij af en toe een woordenlijst op de binnenmuren van het buitenhof aanplakte. Die lijst moest woorden vermelden die de onderdanen regelmatig gebruikten. Voor de spelling van de woorden mocht mevrouw Smaragdgroen – zolang de gekozen spelling maar met de uitspraak strookte – min of meer op haar intuïtie afgaan. De woordenlijsten van mevrouw Smaragdgroen hadden voor elk en een iegelijk een autoritaire status. Mevrouw Roomwit had de taak bij tussenpozen een aparte lijst aan te plakken. Zij beschreef in haar lijsten de taal nog veel vollediger: ook minder gebruikelijke woorden kwamen erin voor, en voor elk woord formuleerde mevrouw Roomwit een betekenis. Ook zij had best wat vrijheid in het spellen van de woorden, maar wat dat betreft had de koning haar lijsten – ondanks het grotere gebruiksgemak dat gepaard ging met de betekenisomschrijvingen – een wat ondergeschikte status toegekend.

Van de delicatessendoos had mevrouw Roomwit de inhoud helemaal in haar eentje opgepeuzeld.

Van de delicatessendoos had mevrouw Roomwit de inhoud helemaal in haar eentje opgepeuzeld.

Mevrouw Roomwit en mevrouw Smaragdgroen bezochten elkaars kamer nooit. Vriendinnen waren ze eigenlijk wel, maar hun communicatie liep toch bij lange na niet altijd gesmeerd. Eén keer had mevrouw Roomwit zich zelfs ostentatief onttrokken aan haar onderhorige hiërarchische verhouding met mevrouw Smaragdgroen. Van een delicatessendoos, die een bibliofiele anonymus persoonlijk voor mevrouw Smaragdgroen afgeleverd had en die met n-vormige toffees gevuld was, had zij de inhoud helemaal in haar eentje opgegeten. Dat kon mevrouw Smaragdgroen hoegenaamd niet hoogschatten.

Hoewel dat incident op de duur vergeven was, bleef de secretaressevriendschap toch steeds wat met twisten doorspekt. De een deed al eens hoeks tegen de ander of luisterde gewoonweg niet, zonder dat daar per se een diepgewortelde zaak aan ten grondslag lag. Het was en is wellicht, voor elk, de aard van het beestje.

***

Op een dag liet de koning vier onderdanen naar zijn kasteel komen. De genodigden stonden allen bekend als producente van merkartikelen bestemd voor kleinhandel. Hun artikelen waren wijd en zijd in het koninkrijk geliefd: ruitvormige dropjes, videocamerastabiliseringssystemen, snoepjes met fruitaroma en ten slotte mobiele wc’s. De producten waren zelfs zo populair dat de onderdanen ze op de duur waren gaan benoemen met een soortnaam die nog aan de naam van het respectieve merk herinnerde. Ook voor een product dat niet origineel was maar van een andere producent of producente stamde, gebruikten de onderdanen consequent die soortnaam.

De hofnar onderwierp de koning regelmatig aan een dictee.

De hofnar onderwierp de koning regelmatig aan een dictee.

De koning ontving zijn genodigden in een ontvangsthal die opgesierd was met een gecraqueleerde lambrisering en waarin rond een eivormig theetafeltje greige, met chintz gepolsterde crapaudjes waren opgesteld. “Dames,” sprak de koning, terwijl hij hun een frangipanetaartpunt aanbood, “jullie weten dat mijn hofnar mij regelmatig aan een dictee onderwerpt. Voor deelname aan die dictees roep ik steevast dertig van mijn onderdanen op – elke keer andere – en dertig lakeien. Hoe langer hoe meer ben ik verzot geraakt op die spellingbeeonderonsjes. Ach, wat verkeer ik graag in the winningmood!”

“De laatste tijd heb ik echter ervaren dat mijn dicteegezellen en -gezellinnen mij vaak verslaan. Ik zou jullie daarom om een gunst willen vragen … ”

“In hun dagelijkse taalgebruik hebben de onderdanen jullie productnaam van de hoofdletter ontdaan om die als soortnaam te gebruiken. Mijn secretaresses hebben van die taalpraktijk in hun woordenlijsten zelfs al uitdrukking gegeven. Omwille van het dictee-entertainment heb ik mijn secretaresses van bij het begin opgedragen dat zij – althans voor zover zij het woord opnemen – twee van de vier woorden in kwestie, in een ander aspect van het woord dan het kleinelettergebruik, bewust anders spellen dan de originele naam. Dat wist je: tenslotte word je geacht je regelmatig naar het buitenhof te begeven om je aldaar de inhoud van de geafficheerde lijsten eigen te maken. Nu verlang ik dat jullie eens onder elkaar beraadslagen, zodat de hiernavolgende nieuwsoortige toestand tot stand komt.”

De producentes vroegen zich stilaan af waarom de koning ze niet gewoonweg hun bedrijf had laten runnen. De monoloog leek immers nergens naartoe te gaan – en de koning zou toch moeten weten dat, aangezien hun merk uitermate succesvol was, de continue aanwezigheid van een bedrijfsleidster in het bedrijf verkieslijk was.

***

“Luister”, sprak de koning.

De koning vertelde de producentes dat hij ten eerste één soortnaam die al van een fout voorzien was, in de nabije toekomst de fout opnieuw zou laten vertonen, dat hij ten tweede de overblijvende soortnaam met een fout erin van die fout zou laten ontdoen, dat hij ten derde in één soortnaam die nog niet van een fout voorzien was, een fout zou laten stoppen en dat hij, ten vierde, van de overblijvende soortnaam zonder fout er zonder fout voor zou zorgen dat die ook zonder fout zou blijven.

Daarbij zou de koning mevrouw Roomwit uitzonderlijk toestaan dat zij in haar werk afweek van het werk van mevrouw Smaragdgroen. Dat de papyri-Roomwit en bijgevolg de afwijking er voor dictees – in verhouding tot de papyri-Smaragdgroen – niet altijd toe deden, was voor de koning geen halszaak: hij wilde alleen maar verwarring stichten onder de deelnemers aan zijn volgende dictee. Door met Roomwit te werken, profiteerde hij bovendien van haar iets hogere aanplakfrequentie, die hem de laatste tijd opgevallen was.

Daarop liet de koning de producentes, nu verbluft, alleen.

Daarop liet de koning de producentes, nu verbluft, alleen.

De koning vervolgde: “Voor die nieuwsoortige toestand zijn er, in mijn a-prioribeschouwing, vanzelfsprekend precies vier mogelijkheden. Jullie mogen vrij kiezen welke het wordt. Word het gewoonweg even met elkaar eens. Je conclusie verneem ik graag over precies één uur. Tot dan!” Daarop liet de koning de producentes, nu verbluft, alleen. “Arme koning”, zuchtten ze, muisstil doch in koor. “Laten we hopen dat de geestesartsen van het hof hem met de grootste zorg omringen.”

Niet veel later liet de koning weer een dictee plaatsvinden. Hij overwon glorierijk. Tevreden besloot de koning dat hij het ultieme middel gevonden had om zijn kampioenskansen steeds veilig te stellen. Hij maakte vanaf die dag dan ook veelvuldig gebruik van de gehanteerde tactiek.

2 reacties

  1. Dit schitterende carrolliaanse sprookje zou verplichte bedlectuur moeten zijn voor de twee Machtige Poortwachters der Nederlandse Taal!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>