Dicteeannotaties

Door Rien Wisse, redacteur van De Spelt, je broodnodige dicteenieuws

Orthografisch hoogbegaafden hebben de gewoonte elkaar na een dictee te bestoken met verklarende aantekeningen. Neurolinguïsten duiden dat als verwerkingsritueel, schuldbekentenis of victoriegekraai bij posttraumatische stressstoornis, narcistische krenking of gesublimeerde libido. De Spelt wist enkele van die annotaties te achterhalen.

Het dictee
De genummerde, gemarkeerde woorden moesten ingevuld worden. Per invulplaats werd maximaal één fout gerekend.

1 De keuze op het met QL-lampen verlichte buffet 2 is enorm: agnèssorelsoep, ziedendhete 3 loempia’s met taotjo, murgh, cacciucco’s met extra vergine olijfolie, pommes dauphine 4 en runderpoelet met asafoetida en cyperwijn. En als afsluiter volgen 5 er Opwijkse paardenvijgen, mattentaarten, yogonaise, scroppino’s en 6 appelpunten van Karmijn de Sonnaville. ‘Mjammie!’, roept hij uit. ‘7 Daar moet ik mijn werkloze chef-kok thuis toch eens over aanspreken.’ Luid geeuwend grist hij hongerig een quisse van lombards hoen van de tafel en net voor hij midden op het buffet plompverloren 8 in slaap valt, spreekt hij de gevleugelde woorden: ‘Amai, net 9 op tijd. 10 Ik zie ze vliegen.’

De annotaties

  1. Zinsbegin, dus hoofdletter. Niet The, want het is een Nederlandse zin.
  2. Mijn is één norm werd na lang discussiëren afgekeurd. Onterecht.
  3. Goed gegokt. Ik twijfelde over loempiasmet en loempia’s-meth (methamfetamine).
  4. Mijn tweede (vermijdbare) fout; en staat gewoon in mijn lijst. Ik schreef n-runderpoelet.
  5. Fout drie: erop Wijkse. Maar volgen erop is verdedigbaar. En Wijk bestaat ook.
  6. Los, niet appelpuntenvan (vrachtauto met appelpunten).
  7. Fout vier, verschlimmbesserung: Darmoetik, de naam van de werkloze chef-kok (dacht ik).
  8. Fout vijf. Vanwege slaap schreef ik inn (herberg). Nog niet goed wakker (ochtenddictee).
  9. Klinkt als toptijd vanwege dat net ervoor, maar hier is op tijd bedoeld (gemene instinker).
  10. Ik verstond excisievliegen; kon ik niet thuisbrengen. Gelukkig nog op tijd verbeterd.

 

Al met al vijf fout, waarvan twee onterecht, één vermijdbaar en één omdat het dictee in de ochtend werd gehouden. Dus eigenlijk één fout (zou eerste plaats geweest zijn).

 

 

 

Het Groot Dictee verdient beter dan een aftocht langs het achterpoortje

GDdNT 2016

Presentator Philip Freriks, met achter hem juryvoorzitster Annemarie Jorritsma.

door Steven Delarue

Deze opinie verscheen eerder op Knack.be en op het blog van de auteur.

Het Groot Dictee stopt ermee, zo wisten de Nederlandse en Vlaamse krantensites op 24 mei te vertellen. Na 27 edities trekt de Nederlandse omroep NTR er definitief de stekker uit, want “de kijkcijfers zijn te laag”, het programma is “over zijn hoogtepunt heen”, en de hele opzet is nogal “archaïsch”. Dat het er ooit van zou komen, dat stond vast, maar dat het een afscheid in mineur zou worden, is bijzonder spijtig te noemen. Het instituut dat het Groot Dictee der Nederlandse Taal door de jaren heen is geworden, verdient beter dan een aftocht langs het achterpoortje.

Laat ik maar meteen met een bekentenis beginnen: ik ben sinds jaar en dag een dicteeliefhebber. Een van m’n eerste lagereschoolherinneringen dateert van 1995, toen ik op 7-jarige leeftijd mijn lerares in het tweede leerjaar terechtwees omdat ze pyama op het bord had geschreven – terwijl dat sinds de net doorgevoerde spellinghervorming toch wel écht pyjama moest zijn. Het was m’n ouders een raadsel vanwaar die plotse fascinatie voor spelling precies kwam, en ze is nooit verdwenen. Ik deed jaarlijks mee aan het ook al ter ziele gegane Groot Nederlands Dictee van het Davidsfonds, eerst in de jeugdcategorieën, later bij de volwassenen. Toen ik in Gent taal- en letterkunde ging studeren, organiseerde ik jarenlang een eigen Groot Dictee bij de studentenkring. En voor het Groot Dictee maakte ik steevast plaats vrij in m’n agenda – de laatste jaren ging ik zelfs met andere dicteeliefhebbers meeschrijven in de bibliotheek van Merelbeke. Het is een bijzonder ras, dat van de dicteetijger.

‘Het is een bijzonder ras, dat van de dicteetijger’

Hoewel het bovenstaande niemand uit m’n onmiddellijke omgeving zal verbazen, heeft het de voorbije jaren wel vaak voor ongemakkelijke gesprekken gezorgd met collega-taalkundigen en –sociolinguïsten. Het is immers een lastige spreidstand: als sociolinguïst pleiten voor een open blik op taal, vanuit de gelijkwaardigheid van verschillende talen en taalvariëteiten, maar tegelijk op een donkere zaterdagavond in december driftig meeschrijven met een dictee waar je oren van gaan tuiten, om daarna triomfantelijk op Facebook te posten dat je er maar drie fout had. Dat het Groot Dictee nu op de schop gaat, levert op m’n Twittertijdlijn dan ook vooral vrolijke of ongevoelige reacties op, en die kan ik ergens wel begrijpen. Het klopt inderdaad dat het Groot Dictee er mee verantwoordelijk is dat veel mensen nog steeds denken dat taal gelijk is aan spelling, terwijl er zoveel meer is dan spelling alleen. Bovendien was het Groot Dictee volgens sommigen ook niet meteen bijzonder goede reclame voor die Nederlandse spelling: in het rapport ‘Ze kunnen niet meer spellen’, dat de Taalunie in 2011 uitbracht, heet het zelfs dat zo’n dictee vooral “een demonstratie van de onbeheersbaarheid van de spellingregels” is. Daarom werden er in het verleden al vaker alternatieven naar voren geschoven, ook door taalkundigen. Sterre Leufkens en Marten van der Meulen, die samen taalblogs schrijven onder de naam Milfje Meulskens, pleitten enkele jaren terug bijvoorbeeld al voor een ‘Grote Taalquiz’, waarin het brede veld van wat taal is en kan aan bod komt – in plaats van een Groot Dictee waarin alleen dat smalle spellingperceeltje vrij baan krijgt.

Randy van Halen, winnaar van het Groot Dictee in 2014, wordt geïnterviewd door Philip Freriks.

Randy van Halen, winnaar van het Groot Dictee in 2014, wordt geïnterviewd door Philip Freriks.

En toch. Toch schrijf ik hier een stuk waarin ik het bestaansrecht van zo’n Groot Dictee wil verdedigen. Niet omdat ik ontken dat taal meer is dan spelling, want ik ben een van de grootste pleitbezorgers voor ruime aandacht voor taal in de breedste zin van het woord, maar net omdat taal ook spelling is. In dat opzicht is het dan ook pure onzin dat Willemijn Francissen, de “integraal eindredacteur kennis” (laat de functienaam even bezinken) van de NTR, als argument opwerpt dat er nu al zoveel gebeurt rond taal dat het Dictee wel geschrapt kan worden. Niet alleen geeft dat de – zeer onterechte – indruk dat er vroeger dan blijkbaar niéts rond taal gebeurde, het versterkt ook de idee dat het Groot Dictee op zich voor een tv-omroep wel kan volstaan om de taalflank volledig af te dekken.

‘Kijken naar schrijvende mensen heeft iets vervreemdends, iets voyeuristisch ook bijna’

Voor alle duidelijkheid: dat is niet zo. Er kan niet genoeg aandacht besteed worden aan taal op radio en tv (en al helemaal niet op de openbare omroep), en dat moet net op allerlei verschillende manieren en in allerlei verschillende formats. Van poëzieslams tot literatuurprijzen, van Lingo tot Tien voor Taal, van ‘de Grote Taalquiz’ (laat die er maar komen!) tot… het Groot Dictee. Ja, het is inderdaad wat archaïsch, en net daarom verdient het nog steeds zijn plaats op de televisie. Kijken naar schrijvende mensen heeft iets vervreemdends, iets voyeuristisch ook bijna. Het is een voorbeeld van interactieve televisie, nog voor het bestaan van rode knoppen en Twitterwalls: een oproep om zélf mee te doen, en niet louter toeschouwer te zijn. Het is ook een vorm van onthaasting, een vroege voorloper van de nu nochtans zo hippe slow tv. Als Ruben Van Gucht uren aan een stuk door het Vlaamse landschap fietst voor zijn hoogstpersoonlijke Ronde van Vlaanderen, omgeven door camera’s, dan oogst hij daar lof voor, maar diezelfde eigenschap – traagheid – wordt het Groot Dictee nu wél aangewreven.

Ook het andere argument dat door de NTR wordt aangehaald, namelijk de immer dalende kijkcijfers, mag niet puur door een gebrek aan interesse worden verklaard. Dat het Groot Dictee recent van woensdagavond naar zaterdagavond werd verplaatst, en ook nog eens een later uitzenduur kreeg op een minder bekeken zender, is een voorbeeld van een verstikkingsoperatie die in het verleden al tal van steengoede televisieprogramma’s klein heeft gekregen – van De Canvascrack in Vlaanderen tot Sesamstraat in Nederland. Wie met een dictee op zaterdagavond 368.000 Nederlandse kijkers kan lokken, doet het volgens mij verre van slecht.

‘Eén opluchting: de misstap om er een ‘speelsere’ versie van te maken, is gelukkig niet begaan’

Dictee-icoon Bart Chabot leest zijn dictee voor in 2014.

Dictee-icoon Bart Chabot leest zijn dictee voor in 2014.

Eén opluchting: de misstap om er een ‘speelsere’ versie van te maken, is gelukkig niet begaan. De piste werd blijkbaar wel verkend – met stemkastjes en een stand-upcomedian, de gruwel! – maar is afgevoerd. Groot gelijk: je organiseert zo’n Groot Dictee zoals het hoort, of je doet het niet. Alleen valt de keuze om het dan maar niet meer te doen nu op een zodanig knullige manier dat het pijnlijk is voor iedereen die er in de 26-jarige geschiedenis van het Dictee aan heeft meegewerkt, en voor alle dicteeliefhebbers die het evenement een warm hart toedroegen. Of nee, schrap ‘dicteeliefhebbers’, en maak er ‘spellingaficionado’s’ van – een prachtig dicteewoord dat we nu helaas nooit uit Philip Freriks’ mond zullen horen.

Neerlandicus dr. Steven Delarue (1988) is werkzaam aan het Onderwijscentrum Gent. Hij is liefhebber van het Eurovisiesongfestival, dictees en Chimay blauw. Hij heeft een eigen blog.

Te moeilijk, te archaïsch? Quatsch

Przewalskipaardjes

Przewalskipaardjes

door Jeroen van Heemskerck Düker

Als een harde scheet tijdens een yogales klonk op 24 mei de mededeling dat het Groot Dictee na ruim een kwarteeuw was afgedankt. Exit Philip Freriks, przewalskipaardjes en tseetseevliegen. Zij moeten plaats maken voor de jeugd.

Het jaarlijkse wedstrijdje in de bankjes van de Eerste Kamer is in de ogen van de makers hopeloos ouderwets: ‘’Er gebeurt veel met taal, bij jongeren, op sociale media. Dat zag je niet terug op tv, het dictee was archaïsch. De kijkcijfers zijn de laatste twee jaar hard gedaald: van 722 naar 368 duizend’. Aldus Willemijn Francissen, eindredactrice van NTR (Volkskrant, 24-05-2017) .

Sommigen vielen haar bij. Het dictee was veel te moeilijk. ‘Alleen de geoefendste spelers van het spel konden meekomen. De rest haakte moedeloos af […]’, vonden twee oud-deelnemers, die geen podiumplaats wisten te veroveren (NRC, 25-05-2017). In veel commentaren kwam het befaamde adjectief ‘elitair’ voor. Daarmee meent menig reaguurder een onwelgevallig evenement afdoende te depreciëren. Maar hoe valide zijn de argumenten van zowel de makers als de kijkers?

Oud-premier Van Agt (r) maakt zich op voor een knuffel met dicteerwinnaar Randy van Halen (2014)

Oud-premier Van Agt (r) maakt zich op voor een knuffel met dicteewinnaar Randy van Halen (2014)

Van woensdag naar zaterdag
Om de kijkcijfers kun je niet heen. Heel Hilversum loert dagelijks bij het ontbijt naar de getallen die de SKO opdient. En ja hoor, de cijfers van het Groot Dictee zijn gehalveerd nadat het programma op instigatie van een frisse jongeling verhuisde naar het tweede net. Terwijl de openingsmelodie van C.P.E. Bach op NPO 1 zo’n driekwart miljoen nieuwsgierigen naar het beeldscherm lokte, zakte nu de belangstelling plots in. Dat was niet alleen het gevolg van de verhuizing: de uitzenddag verschoof van woensdag naar zaterdag en Freriks begon pas tegen tien uur met dicteren. Desondanks wist hij nog bijna 400 duizend liefhebbers te trekken, waar de meeste programma’s op die zender het moeten doen met de helft – of veel minder.

Ter illustratie: gemiddeld boekt NPO 2 op zaterdag een resultaat van 80 duizend kijkers. Op dezelfde dag vinden zo’n 360 duizend mensen al 23 jaar lang de weg naar Eigen Huis en Tuin op het concurrerende net RTL 4 (dagrapporten SKO, kijkonderzoek.nl). Hoezo tegenvallende kijkcijfers? Zelfs malle experimenten met een patriottische tweekamp tussen Belgische en Nederlandse deelnemers wisten de liefhebber niet voor de televisie weg te halen. Als Francissen vindt dat zij geen ‘gemeenschapsgeld over de balk’ mag gooien (NRC 24-05-2017), mag zij allereerst alle kunstprogramma’s en documentaires – vrijwel alle veel slechter bezocht dan het dictee – uit de programmering weggummen.

Doodzonde
Kortom, de verminderde kijkcijfers tonen weliswaar aan dat de netmanagers van de NPO aan een opfriscursus toe zijn, maar niet dat het Groot Dictee aan populariteit heeft ingeboet. Om die kritiek voor te zijn, voegde Francissen eraan toe dat jongeren weinig belangstelling tonen voor de spellingwedstrijd. ‘Archaïsch’ noemde zij het – en dat is een doodzonde in tv-land, dat een verloren strijd voert tegen de nieuwe media. Zij sloeg de spijker op de kop. Het dictee was een kwarteeuw geleden al een anachronisme. Philip Freriks lanceerde de wedstrijd naar Frans model op de nationale tv met de nodige ironie, als een hardvochtig examen in een intimiderende omgeving waarin alleen de excellente deelnemers enige kans maakten op ‘eeuwige roem’. Educatie van het volk was allerminst de opzet. In de bankjes van de Eerste Kamer mochten de matadoren van de orthografie strijden om het kampioenschap. Niets meer, niets minder.

Sophie van den Enk

Zoals altijd waren de BN’ers en BV’s veel belangrijker dan de gewone deelnemers. Dit is mevrouw Sophie van den Enk in 2014.

Masochistische BN’ers
Om het voor de minder begaafde spellers aantrekkelijk te maken, nodigde men een cohort masochistische BN’ers en BV’en uit. Daarmee voldeed ook de publieke omroep aan de eis van amusement: Sjef en Ingrid konden zich verkneukelen om die hautaine acteur en het rondborstige soapsterretje, die nóg minder begrepen van al die moeilijke woorden dan zij. Lachen! Uiteindelijk won natuurlijk een man die dagelijks met de neus in de boeken zat – meestal van belegen leeftijd, op één onrustbarende uitzondering na – en kon iedereen opgelucht ademhalen. Zie je wel, dit niveau is niet voor gewone stervelingen weggelegd.

Elitair brouwsel
Zo hoort het ook, zou ik denken. Daarom blijf ik mij verbazen om de reactie die in tal van commentaren op het verscheiden van het Groot Dictee de boventoon voert. Het was ‘het openluchtmuseum van de taal’, een ‘elitair brouwsel’. Veel te veel moeilijke woorden, met als perfide gevolg dat de gewone taalgebruiker het aflegt tegen de lexiconfetisjisten en andere zonderlingen die de leidraad in het Groene Boekje meer dan eens hebben gelezen. Het is de borrelpraat die na een van de vele plaatselijke dictees steevast te horen is. ‘Ik ben best heel goed in taal’, meldt menig deelnemer na afloop, ‘maar hoe kan ik nou weten hoe je kladderadatsch schrijft? Belachelijk om dat te vragen in een dictee.’

Het aardige is dat de generaties elkaar om de oren slaan met hetzelfde argument. Vijftigjarigen lopen rood aan tijdens een dictee over powergrrls met te veel doekoe, scholieren trekkebekken bij teksten over minuscule kasuarissen. Beide groepen weten zeker dat niemand die woorden ooit gebruikt, laat staan kan spellen. Maar de gymnasiaste die vorig jaar in het Goois Dictee een donquichot noteerde als een donkey shot, heeft toch wat geleerd. De rijkdom van onze taal is fenomenaal, en dicteemakers maken daar dankbaar gebruik van.

GDdNT 2016

Roberto la Rocca, de laatste winnaar van het Groot Dictee (2016).

Campionissimo
Daags na de brute executie van het Groot Dictee won Tom Dumoulin na een zenuwslopende tijdrit de Giro d’Italia. Alle Nederlandse fietsers – huisvrouwen met drie kinderen voorop en achterop, mountainbikers, vakantiefietsers – stonden te juichen voor de buis. De allerbeste fietser won. Hoe komt het toch dat de druiven na een dictee veelal zo zuur zijn? Wedstrijdjes waarin de beste wint, na duchtige controle door een vakjury, zijn kijkcijfermagneten: Heel Holland bakt, Idols, noem maar op. Nederlanders en Belgen smullen ervan, tenzij het gaat om orthografisch begaafde types.

Misschien vervangen de wanhopige netmanagers van de publieke omroep het dictee door een lollige spelshow waarin het pleit beslecht wordt door degene die het woord cultuur correct weet op te schrijven. Op dat moment hebben de liefhebbers allang afgehaakt. Die vermeien zich liever met de zestig jaarlijkse dicteewedstrijden die gelukkig nog altijd overal in Nederland te bezoeken zijn.

Kraaienmars abrupt ingezet

Freriks

Freriks dicteert, Permentier zet het op een zuipen.

door Bert Jansen

Het Groot Dictee der Nederlandse Taal is niet meer. Na jaren kwakkelen kwam zijn verscheiden toch nog onverwacht. Een waardig afscheid was het niet vergund; de stekker is er rücksichtslos uitgetrokken en de nomaden en liefhebbers staan verweesd aan de groeve, allen met één brandende vraag: hoe nu verder?

Voor zijn teloorgang werd al jaren gevreesd. Met name vanaf het moment dat Han van Gessel in 2004 het stokje overdroeg, en romanciers en novellisten verantwoordelijk werden voor de teksten, ging het bergafwaarts – het schrijven van een dicteetekst bleek toch te appelleren aan andere talenten dan het schrijven van een roman of novelle. Kees van Kooten was er in 2013 zelfs in geslaagd de ganse dicteefamilie met zijn malle fratsen tegen zich in het harnas te jagen. De genadeslag kwam twee jaar terug, toen men – in een wanhopige poging de kijkcijfers op te krikken – meende het klassieke dictee aan te moeten vullen met een tweekamp tussen de finalisten. BN’ers en BV’en moesten nóg prominenter in beeld.

Te archaïsch
Het Groot Dictee der Nederlandse Taal was ‘te archaïsch’, oordeelde de eindredactrice van NTR, Willemijn Francissen. ‘Meer aandacht voor het taalgebruik op de sociale media is geboden’, vond zij. Ruim baan dus voor de ongearticuleerde woordenbrij van de reaguurders wier woordenschat die van twaalfjarigen nauwelijks te boven gaat. Tja, wat moeten we ook met woorden als antimakassar, kasuaris, guichelheil en riposte? Wat moeten we met zwezeriken die in een bistrootje in een koperen kasserol worden bereid?
Maar elk nadeel heb z’n voordeel: we blijven voortaan verschoond van de gênante taferelen van BN’ers en BV’en die schaamteloos hun gebrekkige spelvaardigheid etaleerden als waren zij trots op hun karrenvrachten kemels. Zij wisten zich elk jaar weer ijdel in de schijnwerpers te manoeuvreren, terwijl mestkar, pek en veren hun loon had moeten zijn.

Hoewel ik er weinig fiducie in heb, hoop ik toch dat er een wetenswaardig taalspel voor het dictee in de plaats komt. Een taalspel waarin alle aspecten van onze taal – niet alleen spelling, maar ook etymologie, spreekwoorden en gezegden en idioom – aan de orde komen. En dat daarin slechts plaats is voor diegenen die zich op die terreinen hebben gekwalificeerd.

Bert Jansen is taalkundige te Bussum en veelvoudig winnaar van dicteewedstrijden.

Geld regeert

Philip Freriks

Philip Freriks dicteert in de Eerste Kamer

door René Dijkgraaf

De NTR-managers, die zelf vaagtaal tot norm hebben verheven, snappen het nut van goed taalgebruik niet.

Platheid heeft weer gewonnen. De NTR heeft het Groot Dictee eerst langzaam gewurgd door het format te ‘moderniseren’ en door de klassieke uitzendavond te verplaatsen, nu kan het programma dus bij het grof vuil: doel bereikt.

Waarom? Omdat kijkcijfers boven alles gaan: geld regeert. Programmamakers kijken niet naar leerzaamheid, want er moet geld verdiend worden. Het genoegen dat individuele kijkers aan een bepaald programma beleven telt niet: levert geen geld op. 26 jaar traditie?

Niks mee te maken, het gaat om budget. De NTR-managers, die zelf vaagtaal tot norm hebben verheven, snappen het nut van goed taalgebruik niet.

De discussievervuiling op de sociale media heeft veel te maken met een gebrek aan schrijfkennis, maar de NTR-bonzen zijn – door de eurobiljetten voor hun ogen – niet in staat dat te zien.

Eén avond per jaar kregen mensen een keer uitleg over een onbekend woord. Eén avond per jaar leerden we echt iets over onze taal. Eén avond per jaar zagen we erudiete presentatoren. Dit bastion is nu weg, de trollen hebben gewonnen. Wie kent nog het woord verheffingsideaal?

De verdooldheid van de koning

In de ivoren toren hadden twee secretaresses hun verblijf: mevrouw Roomwit en mevrouw Smaragdgroen.

In de ivoren toren hadden twee secretaresses hun verblijf: mevrouw Roomwit en mevrouw Smaragdgroen.

door Edward Vanhove

Heel lang geleden was er eens een koning die op een laaggelegen landgoed bij de zee woonde. Aan de zuidhoek van zijn kasteel was een ontzaglijk hoge toren gebouwd die helemaal uit ivoor was gemaakt. De zuidwestelijke kasteelmuur had in het midden een portaal, waarlangs de bewoners van het koninkrijk naar het gepavoiseerde, met meldenstruiken beplante buitenhof konden gaan.

In de ivoren toren hadden twee secretaresses hun verblijf: mevrouw Roomwit en mevrouw Smaragdgroen. Ze ontleenden hun naam aan de kleur van de tulen mantel die zij onveranderlijk droegen. Om het verblijf van mevrouw Roomwit te bereiken, moest je wel honderd treden beklimmen. Mevrouw Smaragdgroen had van koningswege de functie van hoogste toezichthoudster gekregen. Zij woonde maar liefst tweehonderd treden hoog, zodat zij vanuit haar kamer doelmatig het toezicht kon uitoefenen. De koning mocht zijn secretaresses erg graag. Van mevrouw Smaragdgroen verwachtte hij dat zij af en toe een woordenlijst op de binnenmuren van het buitenhof aanplakte. Die lijst moest woorden vermelden die de onderdanen regelmatig gebruikten. Voor de spelling van de woorden mocht mevrouw Smaragdgroen – zolang de gekozen spelling maar met de uitspraak strookte – min of meer op haar intuïtie afgaan. De woordenlijsten van mevrouw Smaragdgroen hadden voor elk en een iegelijk een autoritaire status. Mevrouw Roomwit had de taak bij tussenpozen een aparte lijst aan te plakken. Zij beschreef in haar lijsten de taal nog veel vollediger: ook minder gebruikelijke woorden kwamen erin voor, en voor elk woord formuleerde mevrouw Roomwit een betekenis. Ook zij had best wat vrijheid in het spellen van de woorden, maar wat dat betreft had de koning haar lijsten – ondanks het grotere gebruiksgemak dat gepaard ging met de betekenisomschrijvingen – een wat ondergeschikte status toegekend.

Van de delicatessendoos had mevrouw Roomwit de inhoud helemaal in haar eentje opgepeuzeld.

Van de delicatessendoos had mevrouw Roomwit de inhoud helemaal in haar eentje opgepeuzeld.

Mevrouw Roomwit en mevrouw Smaragdgroen bezochten elkaars kamer nooit. Vriendinnen waren ze eigenlijk wel, maar hun communicatie liep toch bij lange na niet altijd gesmeerd. Eén keer had mevrouw Roomwit zich zelfs ostentatief onttrokken aan haar onderhorige hiërarchische verhouding met mevrouw Smaragdgroen. Van een delicatessendoos, die een bibliofiele anonymus persoonlijk voor mevrouw Smaragdgroen afgeleverd had en die met n-vormige toffees gevuld was, had zij de inhoud helemaal in haar eentje opgegeten. Dat kon mevrouw Smaragdgroen hoegenaamd niet hoogschatten.

Hoewel dat incident op de duur vergeven was, bleef de secretaressevriendschap toch steeds wat met twisten doorspekt. De een deed al eens hoeks tegen de ander of luisterde gewoonweg niet, zonder dat daar per se een diepgewortelde zaak aan ten grondslag lag. Het was en is wellicht, voor elk, de aard van het beestje.

***

Op een dag liet de koning vier onderdanen naar zijn kasteel komen. De genodigden stonden allen bekend als producente van merkartikelen bestemd voor kleinhandel. Hun artikelen waren wijd en zijd in het koninkrijk geliefd: ruitvormige dropjes, videocamerastabiliseringssystemen, snoepjes met fruitaroma en ten slotte mobiele wc’s. De producten waren zelfs zo populair dat de onderdanen ze op de duur waren gaan benoemen met een soortnaam die nog aan de naam van het respectieve merk herinnerde. Ook voor een product dat niet origineel was maar van een andere producent of producente stamde, gebruikten de onderdanen consequent die soortnaam.

De hofnar onderwierp de koning regelmatig aan een dictee.

De hofnar onderwierp de koning regelmatig aan een dictee.

De koning ontving zijn genodigden in een ontvangsthal die opgesierd was met een gecraqueleerde lambrisering en waarin rond een eivormig theetafeltje greige, met chintz gepolsterde crapaudjes waren opgesteld. “Dames,” sprak de koning, terwijl hij hun een frangipanetaartpunt aanbood, “jullie weten dat mijn hofnar mij regelmatig aan een dictee onderwerpt. Voor deelname aan die dictees roep ik steevast dertig van mijn onderdanen op – elke keer andere – en dertig lakeien. Hoe langer hoe meer ben ik verzot geraakt op die spellingbeeonderonsjes. Ach, wat verkeer ik graag in the winningmood!”

“De laatste tijd heb ik echter ervaren dat mijn dicteegezellen en -gezellinnen mij vaak verslaan. Ik zou jullie daarom om een gunst willen vragen … ”

“In hun dagelijkse taalgebruik hebben de onderdanen jullie productnaam van de hoofdletter ontdaan om die als soortnaam te gebruiken. Mijn secretaresses hebben van die taalpraktijk in hun woordenlijsten zelfs al uitdrukking gegeven. Omwille van het dictee-entertainment heb ik mijn secretaresses van bij het begin opgedragen dat zij – althans voor zover zij het woord opnemen – twee van de vier woorden in kwestie, in een ander aspect van het woord dan het kleinelettergebruik, bewust anders spellen dan de originele naam. Dat wist je: tenslotte word je geacht je regelmatig naar het buitenhof te begeven om je aldaar de inhoud van de geafficheerde lijsten eigen te maken. Nu verlang ik dat jullie eens onder elkaar beraadslagen, zodat de hiernavolgende nieuwsoortige toestand tot stand komt.”

De producentes vroegen zich stilaan af waarom de koning ze niet gewoonweg hun bedrijf had laten runnen. De monoloog leek immers nergens naartoe te gaan – en de koning zou toch moeten weten dat, aangezien hun merk uitermate succesvol was, de continue aanwezigheid van een bedrijfsleidster in het bedrijf verkieslijk was.

***

“Luister”, sprak de koning.

De koning vertelde de producentes dat hij ten eerste één soortnaam die al van een fout voorzien was, in de nabije toekomst de fout opnieuw zou laten vertonen, dat hij ten tweede de overblijvende soortnaam met een fout erin van die fout zou laten ontdoen, dat hij ten derde in één soortnaam die nog niet van een fout voorzien was, een fout zou laten stoppen en dat hij, ten vierde, van de overblijvende soortnaam zonder fout er zonder fout voor zou zorgen dat die ook zonder fout zou blijven.

Daarbij zou de koning mevrouw Roomwit uitzonderlijk toestaan dat zij in haar werk afweek van het werk van mevrouw Smaragdgroen. Dat de papyri-Roomwit en bijgevolg de afwijking er voor dictees – in verhouding tot de papyri-Smaragdgroen – niet altijd toe deden, was voor de koning geen halszaak: hij wilde alleen maar verwarring stichten onder de deelnemers aan zijn volgende dictee. Door met Roomwit te werken, profiteerde hij bovendien van haar iets hogere aanplakfrequentie, die hem de laatste tijd opgevallen was.

Daarop liet de koning de producentes, nu verbluft, alleen.

Daarop liet de koning de producentes, nu verbluft, alleen.

De koning vervolgde: “Voor die nieuwsoortige toestand zijn er, in mijn a-prioribeschouwing, vanzelfsprekend precies vier mogelijkheden. Jullie mogen vrij kiezen welke het wordt. Word het gewoonweg even met elkaar eens. Je conclusie verneem ik graag over precies één uur. Tot dan!” Daarop liet de koning de producentes, nu verbluft, alleen. “Arme koning”, zuchtten ze, muisstil doch in koor. “Laten we hopen dat de geestesartsen van het hof hem met de grootste zorg omringen.”

Niet veel later liet de koning weer een dictee plaatsvinden. Hij overwon glorierijk. Tevreden besloot de koning dat hij het ultieme middel gevonden had om zijn kampioenskansen steeds veilig te stellen. Hij maakte vanaf die dag dan ook veelvuldig gebruik van de gehanteerde tactiek.