De verdooldheid van de koning

In de ivoren toren hadden twee secretaresses hun verblijf: mevrouw Roomwit en mevrouw Smaragdgroen.

In de ivoren toren hadden twee secretaresses hun verblijf: mevrouw Roomwit en mevrouw Smaragdgroen.

door Edward Vanhove

Heel lang geleden was er eens een koning die op een laaggelegen landgoed bij de zee woonde. Aan de zuidhoek van zijn kasteel was een ontzaglijk hoge toren gebouwd die helemaal uit ivoor was gemaakt. De zuidwestelijke kasteelmuur had in het midden een portaal, waarlangs de bewoners van het koninkrijk naar het gepavoiseerde, met meldenstruiken beplante buitenhof konden gaan.

In de ivoren toren hadden twee secretaresses hun verblijf: mevrouw Roomwit en mevrouw Smaragdgroen. Ze ontleenden hun naam aan de kleur van de tulen mantel die zij onveranderlijk droegen. Om het verblijf van mevrouw Roomwit te bereiken, moest je wel honderd treden beklimmen. Mevrouw Smaragdgroen had van koningswege de functie van hoogste toezichthoudster gekregen. Zij woonde maar liefst tweehonderd treden hoog, zodat zij vanuit haar kamer doelmatig het toezicht kon uitoefenen. De koning mocht zijn secretaresses erg graag. Van mevrouw Smaragdgroen verwachtte hij dat zij af en toe een woordenlijst op de binnenmuren van het buitenhof aanplakte. Die lijst moest woorden vermelden die de onderdanen regelmatig gebruikten. Voor de spelling van de woorden mocht mevrouw Smaragdgroen – zolang de gekozen spelling maar met de uitspraak strookte – min of meer op haar intuïtie afgaan. De woordenlijsten van mevrouw Smaragdgroen hadden voor elk en een iegelijk een autoritaire status. Mevrouw Roomwit had de taak bij tussenpozen een aparte lijst aan te plakken. Zij beschreef in haar lijsten de taal nog veel vollediger: ook minder gebruikelijke woorden kwamen erin voor, en voor elk woord formuleerde mevrouw Roomwit een betekenis. Ook zij had best wat vrijheid in het spellen van de woorden, maar wat dat betreft had de koning haar lijsten – ondanks het grotere gebruiksgemak dat gepaard ging met de betekenisomschrijvingen – een wat ondergeschikte status toegekend.

Van de delicatessendoos had mevrouw Roomwit de inhoud helemaal in haar eentje opgepeuzeld.

Van de delicatessendoos had mevrouw Roomwit de inhoud helemaal in haar eentje opgepeuzeld.

Mevrouw Roomwit en mevrouw Smaragdgroen bezochten elkaars kamer nooit. Vriendinnen waren ze eigenlijk wel, maar hun communicatie liep toch bij lange na niet altijd gesmeerd. Eén keer had mevrouw Roomwit zich zelfs ostentatief onttrokken aan haar onderhorige hiërarchische verhouding met mevrouw Smaragdgroen. Van een delicatessendoos, die een bibliofiele anonymus persoonlijk voor mevrouw Smaragdgroen afgeleverd had en die met n-vormige toffees gevuld was, had zij de inhoud helemaal in haar eentje opgegeten. Dat kon mevrouw Smaragdgroen hoegenaamd niet hoogschatten.

Hoewel dat incident op de duur vergeven was, bleef de secretaressevriendschap toch steeds wat met twisten doorspekt. De een deed al eens hoeks tegen de ander of luisterde gewoonweg niet, zonder dat daar per se een diepgewortelde zaak aan ten grondslag lag. Het was en is wellicht, voor elk, de aard van het beestje.

***

Op een dag liet de koning vier onderdanen naar zijn kasteel komen. De genodigden stonden allen bekend als producente van merkartikelen bestemd voor kleinhandel. Hun artikelen waren wijd en zijd in het koninkrijk geliefd: ruitvormige dropjes, videocamerastabiliseringssystemen, snoepjes met fruitaroma en ten slotte mobiele wc’s. De producten waren zelfs zo populair dat de onderdanen ze op de duur waren gaan benoemen met een soortnaam die nog aan de naam van het respectieve merk herinnerde. Ook voor een product dat niet origineel was maar van een andere producent of producente stamde, gebruikten de onderdanen consequent die soortnaam.

De hofnar onderwierp de koning regelmatig aan een dictee.

De hofnar onderwierp de koning regelmatig aan een dictee.

De koning ontving zijn genodigden in een ontvangsthal die opgesierd was met een gecraqueleerde lambrisering en waarin rond een eivormig theetafeltje greige, met chintz gepolsterde crapaudjes waren opgesteld. “Dames,” sprak de koning, terwijl hij hun een frangipanetaartpunt aanbood, “jullie weten dat mijn hofnar mij regelmatig aan een dictee onderwerpt. Voor deelname aan die dictees roep ik steevast dertig van mijn onderdanen op – elke keer andere – en dertig lakeien. Hoe langer hoe meer ben ik verzot geraakt op die spellingbeeonderonsjes. Ach, wat verkeer ik graag in the winningmood!”

“De laatste tijd heb ik echter ervaren dat mijn dicteegezellen en -gezellinnen mij vaak verslaan. Ik zou jullie daarom om een gunst willen vragen … ”

“In hun dagelijkse taalgebruik hebben de onderdanen jullie productnaam van de hoofdletter ontdaan om die als soortnaam te gebruiken. Mijn secretaresses hebben van die taalpraktijk in hun woordenlijsten zelfs al uitdrukking gegeven. Omwille van het dictee-entertainment heb ik mijn secretaresses van bij het begin opgedragen dat zij – althans voor zover zij het woord opnemen – twee van de vier woorden in kwestie, in een ander aspect van het woord dan het kleinelettergebruik, bewust anders spellen dan de originele naam. Dat wist je: tenslotte word je geacht je regelmatig naar het buitenhof te begeven om je aldaar de inhoud van de geafficheerde lijsten eigen te maken. Nu verlang ik dat jullie eens onder elkaar beraadslagen, zodat de hiernavolgende nieuwsoortige toestand tot stand komt.”

De producentes vroegen zich stilaan af waarom de koning ze niet gewoonweg hun bedrijf had laten runnen. De monoloog leek immers nergens naartoe te gaan – en de koning zou toch moeten weten dat, aangezien hun merk uitermate succesvol was, de continue aanwezigheid van een bedrijfsleidster in het bedrijf verkieslijk was.

***

“Luister”, sprak de koning.

De koning vertelde de producentes dat hij ten eerste één soortnaam die al van een fout voorzien was, in de nabije toekomst de fout opnieuw zou laten vertonen, dat hij ten tweede de overblijvende soortnaam met een fout erin van die fout zou laten ontdoen, dat hij ten derde in één soortnaam die nog niet van een fout voorzien was, een fout zou laten stoppen en dat hij, ten vierde, van de overblijvende soortnaam zonder fout er zonder fout voor zou zorgen dat die ook zonder fout zou blijven.

Daarbij zou de koning mevrouw Roomwit uitzonderlijk toestaan dat zij in haar werk afweek van het werk van mevrouw Smaragdgroen. Dat de papyri-Roomwit en bijgevolg de afwijking er voor dictees – in verhouding tot de papyri-Smaragdgroen – niet altijd toe deden, was voor de koning geen halszaak: hij wilde alleen maar verwarring stichten onder de deelnemers aan zijn volgende dictee. Door met Roomwit te werken, profiteerde hij bovendien van haar iets hogere aanplakfrequentie, die hem de laatste tijd opgevallen was.

Daarop liet de koning de producentes, nu verbluft, alleen.

Daarop liet de koning de producentes, nu verbluft, alleen.

De koning vervolgde: “Voor die nieuwsoortige toestand zijn er, in mijn a-prioribeschouwing, vanzelfsprekend precies vier mogelijkheden. Jullie mogen vrij kiezen welke het wordt. Word het gewoonweg even met elkaar eens. Je conclusie verneem ik graag over precies één uur. Tot dan!” Daarop liet de koning de producentes, nu verbluft, alleen. “Arme koning”, zuchtten ze, muisstil doch in koor. “Laten we hopen dat de geestesartsen van het hof hem met de grootste zorg omringen.”

Niet veel later liet de koning weer een dictee plaatsvinden. Hij overwon glorierijk. Tevreden besloot de koning dat hij het ultieme middel gevonden had om zijn kampioenskansen steeds veilig te stellen. Hij maakte vanaf die dag dan ook veelvuldig gebruik van de gehanteerde tactiek.

Open brief aan de Taalunie

Jannes Klaassen

Oud-onderzoeker, spellingliefhebber en dicteeauteur Bob van Dijk. Foto: Jannes Klaassen.

Waarde spellingvrienden en -vriendinnen,

Graag wil ik jullie vragen om mee te doen met een collectief verzoek gericht aan de Nederlandse Taalunie. Het gaat om onderstaande woordenlijst waarin woorden staan opgenomen waarvan ik met mijn (beginners)dicteeverstand niet bij kan, maar die toch een plaats innemen in het Groene Boekje. Enerzijds gaat het om mijns inziens aperte inconsequenties, anderzijds om onduidelijkheden die een logische spelling voor een breder publiek in de weg staan.

In een gezamenlijk verzoek staan wij sterker om hier aandacht voor te genereren en hopelijk ook verandering in te krijgen. Mij is het individueel nog niet gelukt om een reactie terug te krijgen op ingediend commentaar.
Onderstaande lijst is een persoonlijke en ongetwijfeld staan er zaken in waar ik onvoldoende achtergrond bij heb. Daarom sta ik helemaal open voor commentaar en liefst ook voor aanvullingen. Stuur uw reactie naar: badijk@gmail.com . Ik stel voor om een inzendtermijn te hanteren tot 1 mei aanstaande, waarna ik de balans zal opmaken.
NB Mijn geliefde resus staat er ook bij. Dit woord is in 1991 de aanleiding geweest tot mijn interesse in spelling. Ik rondde destijds mijn medisch proefschrift af (Irregulaire bloedgroepantistoffen: een geregeld probleem, Leiden) en stuitte bij de toen nog handmatige spellingcontrole op de vreemde, ‘uitgeklede’ versie resus, terwijl tout medisch Nederland, maar ook het lekenpubliek, niet beter wist dan dat het rhesus moest zijn. Ik heb er, na gedegen onderzoek waaronder een bezoek aan Artis, waar de originele publicatie uit 1789 in de geklimatiseerde biblioteekkelders bewaard wordt, een artikel over geschreven in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde hetgeen gehonoreerd werd door Pinkhofs Medisch Woordenboek: één editie lang verscheen de letter h weer, totdat de redactie teruggefloten werd door: jaja, de Taalunie… U begrijpt de frustratie!

Met spellinggroeten,
Bob van Dijk, Groningen
(auteur Grootscheeps Scheepsdictee, dit jaar negende editie)

Inconsequenties

  • gynaecoloog, laesie vs. hematoloog, preses
  • IBAN-nummer (dubbelop)
  • tbc vs. CVA
  • bouwvak (afkorting, maar geen punt)
  • alle twee vs. allebei
  • bijna-doodervaring (overbodig verbindingsstreepje)
  • catacombe, caleidoscoop vs. katafalk, kalligrafie
  • korset vs. corselet
  • hors-d’oeuvre vs. hors de saison
  • haviken vs. hospikken
  • noordpool vs. Noordpoolexpeditie (noordpool=magnetische, geografische noordpool; waarom krijgt de expeditie erheen een hoofdletter?)
  • petitfour vs. petit-beurre
  • plasticfolie vs. plastic zak
  • pianospelen, vioolspelen vs. harp spelen, gitaar spelen

Onduidelijkheden

  • resus vs. oesophagus; aphelium vs. amfitheater (de letter -h- uit resus is ten onrechte vervallen, dit in schril contrast met het gebruik van -ph-)
  • stofzuigen en koffiezetten vs. boodschappen doen, herrie schoppen en koffiedik kijken (wie goeddoet, goed ontmoet); gestofzuigd vs. koffiegezet
  • 40-plusser, 24-karaats vs. 24 uursstaking en 40 urenweek
  • dégénéré vs. decolleté en etage (die eerste kún je gewoon niet fout uitspreken)
  • bouwvakantie, bouwvakvakantie, bouwvak (bouwvak is afkorting maar heeft geen punt)
  • zo-even vs. poëzie en echoën
  • kerstfeest en paaszondag vs. Suikerfeest en Palmzondag
  • marathon vs. biatlon en decatlon
  • scampi’s (scampi op zich is reeds meervoud)
  • Godsgezant vs. godsgebouw
  • hazenrug en hazenslaapje vs. hazewindhond (zelfde langdurige etymologische achtergrond)
  • des te meer vs. op-en-top
  • c.q. (casu quo) vs. cv (curriculum vitae)
  • hoogbejaard vs. jong belegen
  • koninklijke familie vs. Koninklijk Huis (op de website van het Koninklijk Huis wordt Koninklijke Familie vermeld)
  • opticien vs. officiële; reünie vs. re-integratie
  • oud-premier vs. vicepremier
  • schattebout vs. schattenjacht
  • skiër vs. skiester (skister zou logischer zijn)

Hoe dichter bij Dordt …

Dordrecht 2017

Het schaap is het symbool van Dordrecht. Elke deelnemer kreeg deze sleutelhanger mee naar huis.

door Bert Jansen | Foto’s: Huib Boogert

Filerijdend van Bussum naar Dordrecht doodden Jeroen van Heemskerck Düker en ik donderdag 16 maart de tijd met het elkaar bevragen en memoriseren van – zowel qua spelling als betekenis – ‘moeilijke’ woorden. Onder andere oxo, euthynteria, shakuhachi, hentai en pied-de-mouche passeerden de revue. Helaas echter kwam geen enkel hiervan ons te stade op het Groot Leerpark Dictee, waarnaar wij op weg waren.

Er zijn aardig wat uitdrukkingen met een aardrijkskundige naam erin (‘Zaltbommel geeft rommel’, ‘Tiel is niet viel’), maar er is er geen zo bekend als ‘Hoe dichter bij Dordt, hoe rotter het wordt’. Er zijn diverse verklaringen voor deze uitdrukking. De oudste gaat terug op het stapelrecht dat de stad van de schapenkoppen in de middeleeuwen bezat: goed voor de lokale schatkist, maar slecht voor de schippers, die hun beurs moesten trekken. Een plausibeler verklaring is de slechte toestand van de waterwegen rond het Eiland van Dordrecht, die ertoe leidde dat veel schepen vastliepen. Vooralsnog echter achtten wij de dichtgeslibde wegen bij de nadering van Dordrecht het meest van toepassing …

Dordrecht 2017

Randy van Halen (links) overziet de zaal.

Ary Scheffer
Vlak bij het centrum vonden we een parkeerplaats en via de Wijnstraat met zijn rijk geornamenteerde panden en eeuwenoude gevelstenen liepen we naar het Schefferplein, waar we maar met moeite een vrij tafeltje konden bemachtigen op het overvolle terras. Onder het toeziend oog van de Nederlands-Franse schilder Ary Scheffer genoten we van het voorjaarsweer en onze alcoholische versnapering. Domweg gelukkig op het Schefferplein! Maar wat jammer toch, dat een enkel historisch pand niet heeft weten te ontsnappen aan de nietsontziende vernieuwingsdrift van op geld beluste projectontwikkelaars, en een affreuze zwarte timmerage het fraaie architectonische ritme doorbreekt. Zelfs de in lange diagonalen over het plein vallende lentezon kon de lelijkheid niet maskeren. Desalniettemin voelden we mee met de burgemeester die ooit ‘Hoe dichter bij Dordt, hoe rotter het wordt’ aanvulde met: ‘… maar ben je er eenmaal in, dan heb je het naar je zin!’

Dordrecht 2017

Een aula vol nerveuze scholieren en een enkel nog nerveuzer personeelslid …

Middelbareschooljeugd
Het Wartburg College, aan de buitenrand van de stad, liep aan het begin van de avond langzaam vol. Toen Rian Vogel – die samen met Tineke van ‘t Hof voor de organisatie tekende – de avond opende, was de aula maar liefst door 87 mensen bevolkt, voornamelijk middelbareschooljeugd. Chapeau voor de organisatie om zoveel leerlingen enthousiast te maken voor het ondergeschoven kind dat spelling is in de Nederlandse les.

Op het podium zaten naast de bekende dicteetijger Randy van Halen – de schrijver van het dictee – Peter Heijkoop, wethouder onderwijs van de gemeente Dordrecht, Han van Gorkum, directeur van HBO Drechtsteden en Herman den Hollander, directeur van het Wartburg College. Samen vormden zij de jury. Randy las zélf zijn dictee voor, waarin bijdehante kooplieden centraal stonden die trachtten de wet- en regelgeving van de stad door middel van een trucje te omzeilen om zo geen taksen te hoeven betalen. Topspeller Randy was uit zijn orthografische ivoren toren, waarin hij gewoonlijk vertoeft, afgedaald en had zich aangepast aan het niveau van de doelgroep. In zijn dictee had hij dan ook voornamelijk de basisregels getoetst, zoals die der werkwoordsvervoeging, de tussen-n-regel en de regel van de samentrekking (op woordniveau). Jammer dat het wat veel van hetzelfde was en hij de vervoeging van Engelse werkwoorden (hij pusht, scrolt, heeft geüpdatet, geüpload) en de vervoegde initiaalwerkwoorden (heeft ge-sms’t, ge-gsm’d) geheel buiten beschouwing had gelaten. Ook de (verbogen vorm van) bijvoeglijk gebruikte voltooide deelwoorden (het afgebrande huis), waar veel leerlingen moeite mee hebben, zocht ik tevergeefs in zijn dictee. Een gemiste kans, dunkt mij. De moeilijkste woorden voor de jeugd waren wel queeste en bietebauw, dat men vrijwel eendrachtig (volksetymologisch) verbasterd had tot bietenbouw. Ook ging men massaal de bietenbrug op bij de woorden taksen en quatsch.

Dordrecht 2017

Deelneemsters vermaken zich in de pauze met scrabble.

Taal en spelling
Het is schering en inslag dat men bij een dictee rept van een ‘taalwedstrijd’. Ook in het Wartburg College gebeurde dat weer. Ik zou voor meer precisie in dezen willen pleiten; taal en spelling zijn – hoewel nauw verbonden – onderscheiden fenomenen: de taal kunnen we vergelijken met de motor, de spelling met de carrosserie en de wielen. Bij een dictee wordt de kennis van de spelling getest. Niets minder, maar ook niets meer!
Bij zo’n spellingwedstrijd moet natuurlijk uiterste zorg en aandacht worden besteed aan woordgebruik en zinsbouw – zo mogelijk nog meer dan daarbuiten al geboden is. De taal moet niet minder dan geacheveerd zijn. Helaas heeft de angry young man van het dicteecircuit het op dat punt (enigszins) laten afweten. In niet minder dan vijf van de elf zinnen moest ik – à contrecoeur! – het virtuele rode potlood hanteren.

Kijk bijvoorbeeld eens naar de tweede zin: ‘De belastingbetalers avant la lettre waren eerdaags eropuit getrokken om verderop bij een agrariër een schaap te kopen.‘ Vervang het bijwoord van tijd (eerdaags) door het synonieme ‘binnenkort’ en je hoort direct waar de grammaticale schoen wringt. In zin 5 was men van plan ‘het schaap dit tenue te laten aantrekken.‘ Wellicht was zo’n antropogene actie van een schaap in het middeleeuwse Dordrecht klein bier, maar voor de eenentwintigste-eeuwse niet-Dordter doet zo’n zin een bovenmatig beroep op de fantasie. De zesde zin vertoont een klassieke tantebetjestijl, in zin 9 is sprake van een semantisch deraillement: de moeite bleek ‘voor Piet Snot te zijn geweest‘. Je kunt eruitzien als Piet Snot (onnozel), voor Piet Snot staan (een mal figuur slaan) en iemand voor Piet Snot zetten (hem een belachelijk figuur laten slaan), maar ik zie niet goed hoe een van deze betekenissen in het onderhavige zinsverband zou passen. Ten slotte zou ik de legende uit de laatste zin liever reserveren voor een verhaal waarin een heilige de hoofdrol speelt. In deze context zou ik eerder van sage spreken.

Dordrecht 2017

Wethouder Peter Heijkoop feliciteert de categoriewinnares.

Shoot-out
In de pauze kon men de tijd doden met een spelletje schaak of scrabble. Ik vermoed dat er niet één spel afgerond was toen de bel voor uitleg en prijsuitreiking klonk; op voorspraak van Randy was er namelijk voor een invuldictee gekozen en de nakijkploeg had de 44 invulplaatsen in no time gecontroleerd. Han van Gorkum overliep in rap tempo de cruces, waarbij hij af en toe moeite had de rumoerige zaal te overstemmen, waarna werd overgegaan tot de prijsuitreiking.
In de categorie personeel waren er vier mensen met acht fouten, maar één shoot-outwoord (te weten shoot-out) volstond om de winnaar te kunnen aanwijzen: Kees Kraaijeveld. De overallwinnaar was Joyce Bertran. Zij maakte slechts zes fouten en mocht de sculptuur mee naar huis nemen. Gemiddeld werden er zo’n twintig fouten gemaakt, maar er waren er verscheidenen met 34 fouten. Eén persoon (naam en adres bij de redactie bekend) was erin geslaagd 37 keer verkeerd te gokken.

Dordrecht 2017

Spellingkampioene Joyce Bertran met haar trofee

Eropuit
Tussen de drie ‘tijgers’, die hors concours meededen, ontspon zich na afloop een discussie over eropuit getrokken. Huib Boogert had erop uitgetrokken, wat hem de enige rode streep had opgeleverd. Ten onrechte, meende hij. Met enige tegenzin geef ik toe dat er voor zijn standpunt iets te zeggen valt …;-)). Over deze kwestie is al de nodige digitale inkt vergoten, in het bijzonder door onze bentgenoot Pieter van Diepen. In een brief aan Piet van Sterkenburg schreef hij er onder meer het volgende over:

Stelt u zich een podium voor met een stripteasedanseres. Op de vraag ‘Wat hebt u op dat podium gedaan?’ antwoordt zij ‘Ik heb mijn kleren erop uitgetrokken.’ Het werkwoord is (kleren) ‘uittrekken’. Heel anders dan bij ‘ik ben eropuit getrokken’: dan is het werkwoord ‘trekken’ (naar buiten, eropuit). Als de stripshow belabberd was, zo vervolgde ik mijn voorbeeld, zegt zij misschien ‘Ik ben erop afgegaan’ en dat is iets heel anders dan ‘Ik ben eropaf gegaan’.

Enfin, we kunnen nu besluiten dat we alle drie nul fout hadden. Onze favoriete slogan is – ondanks de nodige kritische kanttekeningen – sinds donderdag 16 maart: ‘Hoe dichter bij Dordt, hoe mooier het wordt!’

Taaluniebaas Bennis, die niet van de n is

Hans Bennis

Prof. dr. Hans Bennis in 2009. Foto: Carla Ruigendijk.

door JvHD

Spelling vindt professor Bennis oninteressant. Op zichzelf is dat geen buitenissige opinie van een taalkundige. Maar Hans Bennis is binnenkort de baas van de Taalunie, en dus verantwoordelijk voor het Groene Boekje. Heeft hij wel een mening over spelling? Maak kennis met Bennis, die niet van de tussen-n is.

Per 1 februari 2017 neemt prof. dr. Hans Bennis (65) het roer over van de Taalunie. Zijn voorganger Geert Joris hield het nog geen vier jaar vol. Tot opluchting van menigeen legde hij zijn functie in het najaar van 2016 neer. Het experiment om een beroepsmanager buiten de neerlandistiek aan te stellen als hoofd van de Taalunie, mag als mislukt bestempeld worden. Joris bezuinigde onder de wapenspreuk ‘wie betaalt, bepaalt’ fors op de inhoud, terwijl hij investeerde in de communicatie van zijn eigen toko. Zo dreigden onder meer de opleidingen Nederlands in het buitenland (Indonesië, Italië) van de menukaart te verdwijnen. Ook het Instituut voor Nederlandse Lexicologie kon harde maatregelen verwachten. Daarentegen werd de afdeling communicatie versterkt met verscheidene medewerkers en een speciale verandermanager.

Bennis is stennis
De opvolger van Joris gaat het anders doen. ‘Mijn voorganger profileerde zich als pure manager’, zegt hij in het januarinummer van Onze Taal. Zelf kiest hij naar eigen zeggen voor de dialoog. Zijn voorsprong op Geert Joris mag duidelijk zijn: naast neerlandicus, gespecialiseerd in grammatica en syntaxis, is hij bestuurder van het Meertens Instituut. Ook is hij hoogleraar taalvariatie aan de Universiteit van Amsterdam. Bennis heeft kennis, dat is zeker; maar hem kleeft ook een reputatie aan van tegendraadse rebel. ‘Bennis is stennis’, is een gebbetje dat al langer rondzingt in kringen van neerlandici. Hans vindt het zelf wel meevallen. ‘Ik houd van het inhoudelijke dispuut’, zegt hij in het profiel van Onze Taal. ‘Maar als de wedstrijd gespeeld is, ga je samen een biertje drinken.’

Zoals Jan Erik Grezel in Onze Taal schrijft, is de overgang van Bennis opmerkelijk. Taaldiversiteit is het speerpunt van het Meertens Instituut en bovendien Bennis’ vakgebied. De Taalunie daarentegen stelt de norm en stuurt aan op uniformiteit. Wat vindt Hans daarvan? Wel, hij hanteert een pragmatisch standpunt. ‘We hebben besloten dat er één [taalvariëteit] is die we in het nationale verkeer hanteren. Dat noemen we de standaardtaal. Je moet daarbij een zekere uniformiteit nastreven.’ Maar al te gek wil de neerlandicus het niet maken. ‘Het moet binnen een bepaalde bandbreedte blijven.’ Wie die breedte bepaalt, daar laat Bennis zich niet over uit.

Groene Boekje

Het Groene Boekje: niet zo interessant, volgens de nieuwe directeur van de Taalunie.

Onzinnige tussen-n
Op het vlak van spelling heeft de Taaluniebaas een eigenzinnige, en voor dicteeliefhebbers wellicht verontrustende mening. ‘Ik ga de wonderlijke en onlogische spelling die we nu hebben, niet verdedigen’, meldt Bennis in Onze Taal. Sterker nog, hij wenst zich er niet aan te houden. ‘Bij alles wat ik publiceer, eis ik van de uitgever dat ik geen tussen-n hoef te gebruiken. Die tussen-n-regel is onzinnig.’ Die opinie komt niet uit de lucht vallen. Acht jaar geleden liet Bennis zich al badinerend uit over mensen die spelling serieus nemen. In een vraaggesprek dat Onze Taal in 2009 publiceerde, verwonderde hij zich over de malloten die graag dicteetjes schrijven: ‘Ik begrijp niet dat intelligente mensen hieraan meedoen, laat staan dat ze er trots op zijn als ze weinig fouten maken.[…] Van mij mogen ze de officiële spelling wel afschaffen.’ Acht jaar later zal hij ‘ze’ in zijn laatste zin moeten vervangen door ‘we’.

Het hoofd van de Taalunie hoeven we dus niet te vrezen bij dicteewedstrijdjes. Bennis gaat lekker zijn eigen orthografische gang, en als iemand daar iets van vindt … so what? Fouten in werkwoordspelling vindt hij iets interessanter, omdat die zijn vakgebied raken. Desondanks sluit hij graag af met een zalvend advies: ‘Laten we niet iedereen beoordelen op de manier waarop hij de d’s en t’s zet.’ Een nobele gedachte.

Het verdriet van Anneke Neijt

Anneke Neijt

Prof. dr. Anneke Neijt

door JvHD

Toen professor Anneke Neijt op 3 juni afscheid nam als hoogleraar in Nijmegen, had zij wel kunnen verwachten dat er een stormpje zou opsteken na haar afscheidsrede. Zij voerde immers het gesundes Volksempfinden met ferme uitspraken over de werkwijze van de Taalunie: “Ik ken geen modern land waarin de spelling zo ondemocratisch en autoritair is geregeld en bovendien zo ondeskundig.”

Bijval was haar deel, zie bijvoorbeeld deze en deze reactie. De zin die er direct op volgde, waarin zij stelt dat ‘iedereen tot op zekere hoogte taalkundige zou moeten zijn’ ging in het rumoer verloren. Maar wat was nu eigenlijk de boodschap die de hoogleraar wilde uitdragen bij haar afscheid? In haar rede gaat zij allereerst in op gesproken taal en de wijze waarop we die taal weergeven in schrifttekens. Daarmee belandt zij al snel op het gebied van de spelling. Niet zo verwonderlijk, want Anneke Neijt heeft zich tijdens haar hele carrière hiermee beziggehouden. Zelf memoreert zij haar betrokkenheid bij de commissie die vanaf 1990 werkte aan een advies voor de spellingherziening. ‘Dat is niet gelukt’, stelt zij vast. ‘Onze spellingadviezen kwamen terecht in de prullenbak.’

Groene Boekje

Het nieuwe Groene Boekje

Ondeskundig
In het vervolg van haar rede behandelt Neijt de belangrijkste feilen waaraan het Groene Boekje, dat in 1995 zijn beslag kreeg zónder haar adviezen, in haar ogen nog altijd lijdt. Het gaat haar met name om verwarrende en ondeskundige beschrijvingen van de onderliggende regels, niet om de beginselen zelf. Bij de uitzonderingen op de regel van gelijkvormigheid mist zij bijvoorbeeld de belangrijkste, die van de verdubbeling c.q. verenkeling: groot wordt grote, grot wordt grotten. De uitleg van verstening vindt zij onjuist, de sisklankregel incorrect. Op die punten gaat zij vervolgens met kennis van zaken in.

De tussen-n
Wat de aandacht van de pers vooral trok, was Neijts behandeling van de tussen-n-regel. Dat was te verwachten. De hoogleraar constateert zelf al dat ‘je als neerlandicus een stortvloed van verwijten over je heen [kunt] krijgen als het om dat onderdeel van de spelling gaat.’ Dat komt, aldus Neijt, doordat de regel ‘descriptief inadequaat’ is, oftewel niet overeenkomt met ons taalgevoel. Zij poneert een alternatieve beschrijving van de regel: ‘Zoals we de woorden buiten de samenstelling schrijven, zo schrijven we ze ook binnen de samenstelling. Wanneer het linkerdeel van de samenstelling buiten de samenstelling op –en eindigt, schrijf dan –en. Wanneer het linkerdeel van de samenstelling buiten de samenstelling op een –e eindigt, schrijf dan een –e, tenzij het gaat om afleidingen van een bijvoeglijk naamwoord die een persoon aanduiden.’

Bunnik Dictee van 2015: het erepodium bij de jeugd. Links professor Anneke Neijt.

Bunnik Dictee van 2015: het erepodium bij de jeugd. Links professor Anneke Neijt.

Lage eisen
Toch pleit de terugtredende hoogleraar allerminst voor spellingvereenvoudiging, en al helemaal niet voor minder aandacht voor spelling. Zij is van mening dat de ‘ondeskundige beschrijving’ van de regels in het Groene Boekje ertoe hebben geleid dat spelling voor menig gebruiker ‘een gokspel’ geworden is. En dat wordt in haar visie mede in de hand gewerkt door de te lage eisen in het onderwijs. Hoe die eisen wel zouden moeten zijn? ‘Als een onderdeel van de spelling onderwezen is, moeten alle leerlingen minstens 90% goed scoren op dat onderdeel. Anders is er geen zekerheid dat leerlingen dat spellingonderdeel goed beheersen.’ Het schoolvak Nederlands is niet uitdagend genoeg, leerlingen zouden ‘bewust geletterd’ gemaakt moeten worden. En ‘in het spellingonderwijs is het belangrijk om te benadrukken dat de regels aansluiten bij ons taalgevoel en dat uitzonderingen op grond van de taalgeschiedenis te verklaren zijn.’

Een betere, deskundiger uitleg is dus gewenst. Inzicht in het taalsysteem, en dus ook in de noodzakelijke spellingregels, kan leiden tot meer enthousiasme voor de taal. Met die visie heeft de vertrekkende professor Neijt, zelf actief betrokken bij onder meer het Groot Kromme Rijndictee, een krachtig statement afgegeven.

Lees de voorpublicatie hier. De gehele afscheidsrede is te lezen op Neijts website en te bekijken op YouTube.

Lang leve het heen-en-weer tussen zwaardvis en hanenpoten

Crowne Plaza

Het Crowne Plaza hotel in Antwerpen

door Bert De Kerpel*

Toen ik me medio december in het Antwerpse Crowne Plaza aanmeldde als kandidaat voor het Groot Dictee kreeg ik terstond een lawine aan Groene Boekjes over me heen, waar niet zelden een dicteenomade aan vast leek te hangen. Dan weet je wel hoe laat het is. Zelf had ik ook het Boekje bij me, drie dagen eerder op de kop getikt. Voorlopig bleef het in mijn schoudertas zitten.

In de lobby van het hotel was het opvallend stil. Ik knoopte een kort gesprek aan met een dame van in de zeventig. Ze zou later de oudste deelneemster blijken. Een andere kandidate was aan het wachten op haar kind, dat niet veel later arriveerde met een spandoek voor mama. Ik ontmoette ook opvallend veel andere vertaalstudenten en vertalers. Een hoge haardos bewoog zich plots door de gezellige drukte. Marleen Merckx was aangekomen, samen met de andere prominenten. Elk van ons kreeg De Morgen in de handen gedrukt, maar die zou weinig gelezen worden onderweg.

kasuaris

Een kasuaris

Koetjes, kalfjes en kasuarissen
Wat volgde was een busrit waarop ik leuke mensen ontmoette, gesprekken voerde met die leuke mensen, en me bij elk pseudomoeilijk woord dat zo’n leukerd in de mond nam luidop afvroeg hoe je dat nu weer spelt – een fenomeen waar ik niet het enige slachtoffer van bleek en dat uiteindelijk epidemische proporties zou aannemen. Na een tijdje praatten we ook niet langer over koetjes en kalfjes, maar over kasuarissen en przewalskipaarden.

Toen de man aan de overkant van het gangpad plots mijn Groene Boekje aanwees – ‘eindelijk iemand die de nieuwste editie bij zich heeft’ – werd mijn vermoeden bevestigd dat ik met de taaladviseur van de VRT te maken had. Van de weeromstuit wierp ik mijn Verkavelingsvlaams op de bagageplank – sta me toe de veredelde hoedenplank beurtbalkjesgewijs die naam te geven – en haalde ik mijn Algemeen Nederlands boven. Achteraf bekeken heeft die busoefening haar nut bewezen toen ik na de finale een woordje mocht zeggen voor de camera, maar Joost mag weten hoe er überhaupt nog iets over mijn lippen kwam nadat het leeuwendeel van mijn verbiage tijdens het Dictee al afrit Parkerpen gekozen had. Bovendien zei Corry Hancké, een journaliste bij De Standaard die als BV meedeed, me nog op de bus dat ik zenuwachtig was. Ze sloeg nagels met koppen, maar ik durf het achteraf bekeken gezonde stress te noemen.

parker

Niet iedereen is gewend aan de Parkerpen

Die Parkerpen, daar heb ik overigens een klein dozijn binnensmondse vloeken aan gewijd. Geloof me vrij: het is geen goed idee om voor het eerst met een vulpen te schrijven op het Groot Dictee. Zo was ik als totale pennenleek oprecht verbaasd toen het ding plots besloot zijn inktgespui te staken- achteraf werd me verteld dat je er dan mee hoort te schudden. Het zou handige info zijn voor een volgende keer als volgende keren niet a priori (twee woorden met een spatie) uitgesloten waren. Als het een a-priorikeus (één woord met een koppelteken) was geweest, dan wist ik het wel.

Maar wat praat ik hier over pennen, de bus was amper aangekomen. Die bus was overigens niet het Binnenhof opgereden, wat ik min of meer verwacht had, maar was gestopt in een belendende straat. We staken over, passeerden een haringenkraam en liepen de rode loper op. De Tweede Kamervoorzitter was net opgestapt, maar wij hadden iets anders aan ons hoofd. Na lang wachten (lees: bitterballen eten) in de Noenzaal,  bracht een belleman de gestreste janboel van Dicteedeelnemers tot bedaren: ‘Dames en heren, volgt u mij voor het Groot Dictee der Nederlandse Taal!’

Lieve Joris

Lieve Joris

Gruttenpap en krentjebrij in bomma’s fauteuil
Het Dictee was een parel. Je hoort het goed, verkleinwoorden zijn in dezen uit den boze. Hoewel het thema eigenlijk voor de hand lag – het heen-en-weer tussen Vlaanderen en Nederland weerspiegelt perfect de nieuwe competitieve insteek – had ik daar helemaal niet aan gedacht. Zo zei ik achteraf tegen Lieve Joris dat ik halvelings verwacht had de vluchtelingencrisis op mijn bord te krijgen. Ze had er even aan gedacht, maar was uiteindelijk toch bij haar heimat gebleven, met een prachtige wisselwerking tussen Vlaamse en Nederlandse huiselijkheid als gevolg. Helaas heb ik mijn ingestudeerde sjiieten en soennieten thuis moeten laten.

Na het Dictee werden we opnieuw naar de Noenzaal geëscorteerd. Zowel dat escorteren als die Noenzaal mag je vrij letterlijk nemen. Een horde selfieamateurs werd van de gepolitoerde banken gejaagd om de rest te vervoegen richting banket. Net als op de bus heb ik er geweldige mensen ontmoet. Ik at er zwaardvis, luisterde met een half oor naar discussies over apostroffen en koppeltekens, en wachtte ongeduldig tot de belleman opnieuw zou verschijnen. Dat deed hij een dik uur later (de jury had last met een aantal ex aequo’s… en de hanenpoten van een Nederlandse journalist die daardoor zijn foutenaantal nogal zag oplopen).

Elixir

Elixir d’Anvers gaat in 2016 een grote toekomst tegemoet

Brand in Mokum
Bij de verbetering bleek tot mijn verbazing dat ik de typisch Nederlandse woorden correct gespeld had. Voortaan kan ik zonder problemen jij-bakken pareren. Nog nooit gehoord van een linkmiegel, maar ik heb hem verdorie goed op mijn blad gekregen. Mokum kende ik van het kinderliedje en krentjebrij lag me beter dan Elixir d’Anvers (en vermoedelijk niet alleen op het vlak van spelling). Helaas was ik in de val getrapt waar de presentatoren nog zo voor gewaarschuwd hadden: bij het herlezen heb ik zeker twee woorden doorgestreept en anders geschreven, hoewel mijn eerste versie juist bleek.  Nu we alles overlopen hadden, steeg er geroezemoes op uit de Kamer. Iemand zei dat hij wellicht tien fouten had. Iemand anders twaalf. Nog iemand anders beschreef het als een ramp. Ik had verwacht dat er eerst een top drie zou komen, maar dat was niet het geval. Na de Nederlandse winnaars werd de naam van Bart Cannaerts genoemd. En daarna de mijne. Ik zat in de finale. <melig> Op dat moment besefte ik niet dat ik de hoofdrol in mijn eigen droom aan het spelen was. </melig>

Over de finale werd achteraf veel gepalaverd. Zonder twijfel is het een uitgekiende zet om de kijkcijfers wat op te krikken. Maar uitgekiende zetten kunnen ook hun charmes hebben. Bovendien luidde de eerste vraag elk jaar of de winnaar een Nederlander of een Belg was. Mij leek het een mooie aanvulling op het plechtige Dictee. Het is wel leuk als Marleen Merckx je naam scandeert om je aan te moedigen. Het was ook handig dat ons Vlaamse team uit een Bart en een Bert bestond. Niet dat de alliteratie ons geholpen heeft – de tomaten-groentesoep werd wel degelijk zo heet gegeten als ze werd opgediend – maar voor mij was het hele Dictee een prachtervaring die zijn weerga niet kent.

Freriks

Freriks dicteert, Permentier zet het op een zuipen.

Het Boekje met de baard
Op de terugreis naar Antwerpen zat ik naast het vleesgeworden Groene Boekje. Ludo Permentier vertelde over hoe hij jaren geleden, als een van de felste criticasters van het Boekje, gevraagd was om ‘het dan zelf maar te doen’. En dat deed hij. Een jaar lang lag zijn keukentafel vol met paperassen. Het resultaat: de leidraad die ik, samen met alle andere kandidaten, heb doorploegd in de – korte – aanloop naar het Dictee. Toen ik daar op de bus zat te luisteren naar het Boekje in eigen persoon, kon ik niet anders dan eerbied te koesteren voor de man met de baard. Zoiets is niet meer en niet minder dan een titanenwerk. Laten we dat werk in ere houden. Het Boekje, het Dictee, de Van Dale, de pennen… Ze getuigen van ‘een tijdperk dat velen al hebben afgesloten: toen schone spelling nog een punt van eer was’, om de woorden te gebruiken die Corry Hancké na afloop schreef in De Standaard.

* Bert De Kerpel schrijft een eigen blog, waarop ook dit artikel is geplaatst. Verhalen en opinies over taal, poëzie en het leven, alleszins het lezen waard: de toornige tjiftjaf.