Te moeilijk, te archaïsch? Quatsch

Przewalskipaardjes

Przewalskipaardjes

door Jeroen van Heemskerck Düker

Als een harde scheet tijdens een yogales klonk op 24 mei de mededeling dat het Groot Dictee na ruim een kwarteeuw was afgedankt. Exit Philip Freriks, przewalskipaardjes en tseetseevliegen. Zij moeten plaats maken voor de jeugd.

Het jaarlijkse wedstrijdje in de bankjes van de Eerste Kamer is in de ogen van de makers hopeloos ouderwets: ‘’Er gebeurt veel met taal, bij jongeren, op sociale media. Dat zag je niet terug op tv, het dictee was archaïsch. De kijkcijfers zijn de laatste twee jaar hard gedaald: van 722 naar 368 duizend’. Aldus Willemijn Francissen, eindredactrice van NTR (Volkskrant, 24-05-2017) .

Sommigen vielen haar bij. Het dictee was veel te moeilijk. ‘Alleen de geoefendste spelers van het spel konden meekomen. De rest haakte moedeloos af […]’, vonden twee oud-deelnemers, die geen podiumplaats wisten te veroveren (NRC, 25-05-2017). In veel commentaren kwam het befaamde adjectief ‘elitair’ voor. Daarmee meent menig reaguurder een onwelgevallig evenement afdoende te depreciëren. Maar hoe valide zijn de argumenten van zowel de makers als de kijkers?

Oud-premier Van Agt (r) maakt zich op voor een knuffel met dicteerwinnaar Randy van Halen (2014)

Oud-premier Van Agt (r) maakt zich op voor een knuffel met dicteewinnaar Randy van Halen (2014)

Van woensdag naar zaterdag
Om de kijkcijfers kun je niet heen. Heel Hilversum loert dagelijks bij het ontbijt naar de getallen die de SKO opdient. En ja hoor, de cijfers van het Groot Dictee zijn gehalveerd nadat het programma op instigatie van een frisse jongeling verhuisde naar het tweede net. Terwijl de openingsmelodie van C.P.E. Bach op NPO 1 zo’n driekwart miljoen nieuwsgierigen naar het beeldscherm lokte, zakte nu de belangstelling plots in. Dat was niet alleen het gevolg van de verhuizing: de uitzenddag verschoof van woensdag naar zaterdag en Freriks begon pas tegen tien uur met dicteren. Desondanks wist hij nog bijna 400 duizend liefhebbers te trekken, waar de meeste programma’s op die zender het moeten doen met de helft – of veel minder.

Ter illustratie: gemiddeld boekt NPO 2 op zaterdag een resultaat van 80 duizend kijkers. Op dezelfde dag vinden zo’n 360 duizend mensen al 23 jaar lang de weg naar Eigen Huis en Tuin op het concurrerende net RTL 4 (dagrapporten SKO, kijkonderzoek.nl). Hoezo tegenvallende kijkcijfers? Zelfs malle experimenten met een patriottische tweekamp tussen Belgische en Nederlandse deelnemers wisten de liefhebber niet voor de televisie weg te halen. Als Francissen vindt dat zij geen ‘gemeenschapsgeld over de balk’ mag gooien (NRC 24-05-2017), mag zij allereerst alle kunstprogramma’s en documentaires – vrijwel alle veel slechter bezocht dan het dictee – uit de programmering weggummen.

Doodzonde
Kortom, de verminderde kijkcijfers tonen weliswaar aan dat de netmanagers van de NPO aan een opfriscursus toe zijn, maar niet dat het Groot Dictee aan populariteit heeft ingeboet. Om die kritiek voor te zijn, voegde Francissen eraan toe dat jongeren weinig belangstelling tonen voor de spellingwedstrijd. ‘Archaïsch’ noemde zij het – en dat is een doodzonde in tv-land, dat een verloren strijd voert tegen de nieuwe media. Zij sloeg de spijker op de kop. Het dictee was een kwarteeuw geleden al een anachronisme. Philip Freriks lanceerde de wedstrijd naar Frans model op de nationale tv met de nodige ironie, als een hardvochtig examen in een intimiderende omgeving waarin alleen de excellente deelnemers enige kans maakten op ‘eeuwige roem’. Educatie van het volk was allerminst de opzet. In de bankjes van de Eerste Kamer mochten de matadoren van de orthografie strijden om het kampioenschap. Niets meer, niets minder.

Sophie van den Enk

Zoals altijd waren de BN’ers en BV’s veel belangrijker dan de gewone deelnemers. Dit is mevrouw Sophie van den Enk in 2014.

Masochistische BN’ers
Om het voor de minder begaafde spellers aantrekkelijk te maken, nodigde men een cohort masochistische BN’ers en BV’en uit. Daarmee voldeed ook de publieke omroep aan de eis van amusement: Sjef en Ingrid konden zich verkneukelen om die hautaine acteur en het rondborstige soapsterretje, die nóg minder begrepen van al die moeilijke woorden dan zij. Lachen! Uiteindelijk won natuurlijk een man die dagelijks met de neus in de boeken zat – meestal van belegen leeftijd, op één onrustbarende uitzondering na – en kon iedereen opgelucht ademhalen. Zie je wel, dit niveau is niet voor gewone stervelingen weggelegd.

Elitair brouwsel
Zo hoort het ook, zou ik denken. Daarom blijf ik mij verbazen om de reactie die in tal van commentaren op het verscheiden van het Groot Dictee de boventoon voert. Het was ‘het openluchtmuseum van de taal’, een ‘elitair brouwsel’. Veel te veel moeilijke woorden, met als perfide gevolg dat de gewone taalgebruiker het aflegt tegen de lexiconfetisjisten en andere zonderlingen die de leidraad in het Groene Boekje meer dan eens hebben gelezen. Het is de borrelpraat die na een van de vele plaatselijke dictees steevast te horen is. ‘Ik ben best heel goed in taal’, meldt menig deelnemer na afloop, ‘maar hoe kan ik nou weten hoe je kladderadatsch schrijft? Belachelijk om dat te vragen in een dictee.’

Het aardige is dat de generaties elkaar om de oren slaan met hetzelfde argument. Vijftigjarigen lopen rood aan tijdens een dictee over powergrrls met te veel doekoe, scholieren trekkebekken bij teksten over minuscule kasuarissen. Beide groepen weten zeker dat niemand die woorden ooit gebruikt, laat staan kan spellen. Maar de gymnasiaste die vorig jaar in het Goois Dictee een donquichot noteerde als een donkey shot, heeft toch wat geleerd. De rijkdom van onze taal is fenomenaal, en dicteemakers maken daar dankbaar gebruik van.

GDdNT 2016

Roberto la Rocca, de laatste winnaar van het Groot Dictee (2016).

Campionissimo
Daags na de brute executie van het Groot Dictee won Tom Dumoulin na een zenuwslopende tijdrit de Giro d’Italia. Alle Nederlandse fietsers – huisvrouwen met drie kinderen voorop en achterop, mountainbikers, vakantiefietsers – stonden te juichen voor de buis. De allerbeste fietser won. Hoe komt het toch dat de druiven na een dictee veelal zo zuur zijn? Wedstrijdjes waarin de beste wint, na duchtige controle door een vakjury, zijn kijkcijfermagneten: Heel Holland bakt, Idols, noem maar op. Nederlanders en Belgen smullen ervan, tenzij het gaat om orthografisch begaafde types.

Misschien vervangen de wanhopige netmanagers van de publieke omroep het dictee door een lollige spelshow waarin het pleit beslecht wordt door degene die het woord cultuur correct weet op te schrijven. Op dat moment hebben de liefhebbers allang afgehaakt. Die vermeien zich liever met de zestig jaarlijkse dicteewedstrijden die gelukkig nog altijd overal in Nederland te bezoeken zijn.

Kraaienmars abrupt ingezet

Freriks

Freriks dicteert, Permentier zet het op een zuipen.

door Bert Jansen

Het Groot Dictee der Nederlandse Taal is niet meer. Na jaren kwakkelen kwam zijn verscheiden toch nog onverwacht. Een waardig afscheid was het niet vergund; de stekker is er rücksichtslos uitgetrokken en de nomaden en liefhebbers staan verweesd aan de groeve, allen met één brandende vraag: hoe nu verder?

Voor zijn teloorgang werd al jaren gevreesd. Met name vanaf het moment dat Han van Gessel in 2004 het stokje overdroeg, en romanciers en novellisten verantwoordelijk werden voor de teksten, ging het bergafwaarts – het schrijven van een dicteetekst bleek toch te appelleren aan andere talenten dan het schrijven van een roman of novelle. Kees van Kooten was er in 2013 zelfs in geslaagd de ganse dicteefamilie met zijn malle fratsen tegen zich in het harnas te jagen. De genadeslag kwam twee jaar terug, toen men – in een wanhopige poging de kijkcijfers op te krikken – meende het klassieke dictee aan te moeten vullen met een tweekamp tussen de finalisten. BN’ers en BV’en moesten nóg prominenter in beeld.

Te archaïsch
Het Groot Dictee der Nederlandse Taal was ‘te archaïsch’, oordeelde de eindredactrice van NTR, Willemijn Francissen. ‘Meer aandacht voor het taalgebruik op de sociale media is geboden’, vond zij. Ruim baan dus voor de ongearticuleerde woordenbrij van de reaguurders wier woordenschat die van twaalfjarigen nauwelijks te boven gaat. Tja, wat moeten we ook met woorden als antimakassar, kasuaris, guichelheil en riposte? Wat moeten we met zwezeriken die in een bistrootje in een koperen kasserol worden bereid?
Maar elk nadeel heb z’n voordeel: we blijven voortaan verschoond van de gênante taferelen van BN’ers en BV’en die schaamteloos hun gebrekkige spelvaardigheid etaleerden als waren zij trots op hun karrenvrachten kemels. Zij wisten zich elk jaar weer ijdel in de schijnwerpers te manoeuvreren, terwijl mestkar, pek en veren hun loon had moeten zijn.

Hoewel ik er weinig fiducie in heb, hoop ik toch dat er een wetenswaardig taalspel voor het dictee in de plaats komt. Een taalspel waarin alle aspecten van onze taal – niet alleen spelling, maar ook etymologie, spreekwoorden en gezegden en idioom – aan de orde komen. En dat daarin slechts plaats is voor diegenen die zich op die terreinen hebben gekwalificeerd.

Bert Jansen is taalkundige te Bussum en veelvoudig winnaar van dicteewedstrijden.

Geld regeert

Philip Freriks

Philip Freriks dicteert in de Eerste Kamer

door René Dijkgraaf

De NTR-managers, die zelf vaagtaal tot norm hebben verheven, snappen het nut van goed taalgebruik niet.

Platheid heeft weer gewonnen. De NTR heeft het Groot Dictee eerst langzaam gewurgd door het format te ‘moderniseren’ en door de klassieke uitzendavond te verplaatsen, nu kan het programma dus bij het grof vuil: doel bereikt.

Waarom? Omdat kijkcijfers boven alles gaan: geld regeert. Programmamakers kijken niet naar leerzaamheid, want er moet geld verdiend worden. Het genoegen dat individuele kijkers aan een bepaald programma beleven telt niet: levert geen geld op. 26 jaar traditie?

Niks mee te maken, het gaat om budget. De NTR-managers, die zelf vaagtaal tot norm hebben verheven, snappen het nut van goed taalgebruik niet.

De discussievervuiling op de sociale media heeft veel te maken met een gebrek aan schrijfkennis, maar de NTR-bonzen zijn – door de eurobiljetten voor hun ogen – niet in staat dat te zien.

Eén avond per jaar kregen mensen een keer uitleg over een onbekend woord. Eén avond per jaar leerden we echt iets over onze taal. Eén avond per jaar zagen we erudiete presentatoren. Dit bastion is nu weg, de trollen hebben gewonnen. Wie kent nog het woord verheffingsideaal?

De verdooldheid van de koning

In de ivoren toren hadden twee secretaresses hun verblijf: mevrouw Roomwit en mevrouw Smaragdgroen.

In de ivoren toren hadden twee secretaresses hun verblijf: mevrouw Roomwit en mevrouw Smaragdgroen.

door Edward Vanhove

Heel lang geleden was er eens een koning die op een laaggelegen landgoed bij de zee woonde. Aan de zuidhoek van zijn kasteel was een ontzaglijk hoge toren gebouwd die helemaal uit ivoor was gemaakt. De zuidwestelijke kasteelmuur had in het midden een portaal, waarlangs de bewoners van het koninkrijk naar het gepavoiseerde, met meldenstruiken beplante buitenhof konden gaan.

In de ivoren toren hadden twee secretaresses hun verblijf: mevrouw Roomwit en mevrouw Smaragdgroen. Ze ontleenden hun naam aan de kleur van de tulen mantel die zij onveranderlijk droegen. Om het verblijf van mevrouw Roomwit te bereiken, moest je wel honderd treden beklimmen. Mevrouw Smaragdgroen had van koningswege de functie van hoogste toezichthoudster gekregen. Zij woonde maar liefst tweehonderd treden hoog, zodat zij vanuit haar kamer doelmatig het toezicht kon uitoefenen. De koning mocht zijn secretaresses erg graag. Van mevrouw Smaragdgroen verwachtte hij dat zij af en toe een woordenlijst op de binnenmuren van het buitenhof aanplakte. Die lijst moest woorden vermelden die de onderdanen regelmatig gebruikten. Voor de spelling van de woorden mocht mevrouw Smaragdgroen – zolang de gekozen spelling maar met de uitspraak strookte – min of meer op haar intuïtie afgaan. De woordenlijsten van mevrouw Smaragdgroen hadden voor elk en een iegelijk een autoritaire status. Mevrouw Roomwit had de taak bij tussenpozen een aparte lijst aan te plakken. Zij beschreef in haar lijsten de taal nog veel vollediger: ook minder gebruikelijke woorden kwamen erin voor, en voor elk woord formuleerde mevrouw Roomwit een betekenis. Ook zij had best wat vrijheid in het spellen van de woorden, maar wat dat betreft had de koning haar lijsten – ondanks het grotere gebruiksgemak dat gepaard ging met de betekenisomschrijvingen – een wat ondergeschikte status toegekend.

Van de delicatessendoos had mevrouw Roomwit de inhoud helemaal in haar eentje opgepeuzeld.

Van de delicatessendoos had mevrouw Roomwit de inhoud helemaal in haar eentje opgepeuzeld.

Mevrouw Roomwit en mevrouw Smaragdgroen bezochten elkaars kamer nooit. Vriendinnen waren ze eigenlijk wel, maar hun communicatie liep toch bij lange na niet altijd gesmeerd. Eén keer had mevrouw Roomwit zich zelfs ostentatief onttrokken aan haar onderhorige hiërarchische verhouding met mevrouw Smaragdgroen. Van een delicatessendoos, die een bibliofiele anonymus persoonlijk voor mevrouw Smaragdgroen afgeleverd had en die met n-vormige toffees gevuld was, had zij de inhoud helemaal in haar eentje opgegeten. Dat kon mevrouw Smaragdgroen hoegenaamd niet hoogschatten.

Hoewel dat incident op de duur vergeven was, bleef de secretaressevriendschap toch steeds wat met twisten doorspekt. De een deed al eens hoeks tegen de ander of luisterde gewoonweg niet, zonder dat daar per se een diepgewortelde zaak aan ten grondslag lag. Het was en is wellicht, voor elk, de aard van het beestje.

***

Op een dag liet de koning vier onderdanen naar zijn kasteel komen. De genodigden stonden allen bekend als producente van merkartikelen bestemd voor kleinhandel. Hun artikelen waren wijd en zijd in het koninkrijk geliefd: ruitvormige dropjes, videocamerastabiliseringssystemen, snoepjes met fruitaroma en ten slotte mobiele wc’s. De producten waren zelfs zo populair dat de onderdanen ze op de duur waren gaan benoemen met een soortnaam die nog aan de naam van het respectieve merk herinnerde. Ook voor een product dat niet origineel was maar van een andere producent of producente stamde, gebruikten de onderdanen consequent die soortnaam.

De hofnar onderwierp de koning regelmatig aan een dictee.

De hofnar onderwierp de koning regelmatig aan een dictee.

De koning ontving zijn genodigden in een ontvangsthal die opgesierd was met een gecraqueleerde lambrisering en waarin rond een eivormig theetafeltje greige, met chintz gepolsterde crapaudjes waren opgesteld. “Dames,” sprak de koning, terwijl hij hun een frangipanetaartpunt aanbood, “jullie weten dat mijn hofnar mij regelmatig aan een dictee onderwerpt. Voor deelname aan die dictees roep ik steevast dertig van mijn onderdanen op – elke keer andere – en dertig lakeien. Hoe langer hoe meer ben ik verzot geraakt op die spellingbeeonderonsjes. Ach, wat verkeer ik graag in the winningmood!”

“De laatste tijd heb ik echter ervaren dat mijn dicteegezellen en -gezellinnen mij vaak verslaan. Ik zou jullie daarom om een gunst willen vragen … ”

“In hun dagelijkse taalgebruik hebben de onderdanen jullie productnaam van de hoofdletter ontdaan om die als soortnaam te gebruiken. Mijn secretaresses hebben van die taalpraktijk in hun woordenlijsten zelfs al uitdrukking gegeven. Omwille van het dictee-entertainment heb ik mijn secretaresses van bij het begin opgedragen dat zij – althans voor zover zij het woord opnemen – twee van de vier woorden in kwestie, in een ander aspect van het woord dan het kleinelettergebruik, bewust anders spellen dan de originele naam. Dat wist je: tenslotte word je geacht je regelmatig naar het buitenhof te begeven om je aldaar de inhoud van de geafficheerde lijsten eigen te maken. Nu verlang ik dat jullie eens onder elkaar beraadslagen, zodat de hiernavolgende nieuwsoortige toestand tot stand komt.”

De producentes vroegen zich stilaan af waarom de koning ze niet gewoonweg hun bedrijf had laten runnen. De monoloog leek immers nergens naartoe te gaan – en de koning zou toch moeten weten dat, aangezien hun merk uitermate succesvol was, de continue aanwezigheid van een bedrijfsleidster in het bedrijf verkieslijk was.

***

“Luister”, sprak de koning.

De koning vertelde de producentes dat hij ten eerste één soortnaam die al van een fout voorzien was, in de nabije toekomst de fout opnieuw zou laten vertonen, dat hij ten tweede de overblijvende soortnaam met een fout erin van die fout zou laten ontdoen, dat hij ten derde in één soortnaam die nog niet van een fout voorzien was, een fout zou laten stoppen en dat hij, ten vierde, van de overblijvende soortnaam zonder fout er zonder fout voor zou zorgen dat die ook zonder fout zou blijven.

Daarbij zou de koning mevrouw Roomwit uitzonderlijk toestaan dat zij in haar werk afweek van het werk van mevrouw Smaragdgroen. Dat de papyri-Roomwit en bijgevolg de afwijking er voor dictees – in verhouding tot de papyri-Smaragdgroen – niet altijd toe deden, was voor de koning geen halszaak: hij wilde alleen maar verwarring stichten onder de deelnemers aan zijn volgende dictee. Door met Roomwit te werken, profiteerde hij bovendien van haar iets hogere aanplakfrequentie, die hem de laatste tijd opgevallen was.

Daarop liet de koning de producentes, nu verbluft, alleen.

Daarop liet de koning de producentes, nu verbluft, alleen.

De koning vervolgde: “Voor die nieuwsoortige toestand zijn er, in mijn a-prioribeschouwing, vanzelfsprekend precies vier mogelijkheden. Jullie mogen vrij kiezen welke het wordt. Word het gewoonweg even met elkaar eens. Je conclusie verneem ik graag over precies één uur. Tot dan!” Daarop liet de koning de producentes, nu verbluft, alleen. “Arme koning”, zuchtten ze, muisstil doch in koor. “Laten we hopen dat de geestesartsen van het hof hem met de grootste zorg omringen.”

Niet veel later liet de koning weer een dictee plaatsvinden. Hij overwon glorierijk. Tevreden besloot de koning dat hij het ultieme middel gevonden had om zijn kampioenskansen steeds veilig te stellen. Hij maakte vanaf die dag dan ook veelvuldig gebruik van de gehanteerde tactiek.

Open brief aan de Taalunie

Jannes Klaassen

Oud-onderzoeker, spellingliefhebber en dicteeauteur Bob van Dijk. Foto: Jannes Klaassen.

Waarde spellingvrienden en -vriendinnen,

Graag wil ik jullie vragen om mee te doen met een collectief verzoek gericht aan de Nederlandse Taalunie. Het gaat om onderstaande woordenlijst waarin woorden staan opgenomen waarvan ik met mijn (beginners)dicteeverstand niet bij kan, maar die toch een plaats innemen in het Groene Boekje. Enerzijds gaat het om mijns inziens aperte inconsequenties, anderzijds om onduidelijkheden die een logische spelling voor een breder publiek in de weg staan.

In een gezamenlijk verzoek staan wij sterker om hier aandacht voor te genereren en hopelijk ook verandering in te krijgen. Mij is het individueel nog niet gelukt om een reactie terug te krijgen op ingediend commentaar.
Onderstaande lijst is een persoonlijke en ongetwijfeld staan er zaken in waar ik onvoldoende achtergrond bij heb. Daarom sta ik helemaal open voor commentaar en liefst ook voor aanvullingen. Stuur uw reactie naar: badijk@gmail.com . Ik stel voor om een inzendtermijn te hanteren tot 1 mei aanstaande, waarna ik de balans zal opmaken.
NB Mijn geliefde resus staat er ook bij. Dit woord is in 1991 de aanleiding geweest tot mijn interesse in spelling. Ik rondde destijds mijn medisch proefschrift af (Irregulaire bloedgroepantistoffen: een geregeld probleem, Leiden) en stuitte bij de toen nog handmatige spellingcontrole op de vreemde, ‘uitgeklede’ versie resus, terwijl tout medisch Nederland, maar ook het lekenpubliek, niet beter wist dan dat het rhesus moest zijn. Ik heb er, na gedegen onderzoek waaronder een bezoek aan Artis, waar de originele publicatie uit 1789 in de geklimatiseerde biblioteekkelders bewaard wordt, een artikel over geschreven in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde hetgeen gehonoreerd werd door Pinkhofs Medisch Woordenboek: één editie lang verscheen de letter h weer, totdat de redactie teruggefloten werd door: jaja, de Taalunie… U begrijpt de frustratie!

Met spellinggroeten,
Bob van Dijk, Groningen
(auteur Grootscheeps Scheepsdictee, dit jaar negende editie)

Inconsequenties

  • gynaecoloog, laesie vs. hematoloog, preses
  • IBAN-nummer (dubbelop)
  • tbc vs. CVA
  • bouwvak (afkorting, maar geen punt)
  • alle twee vs. allebei
  • bijna-doodervaring (overbodig verbindingsstreepje)
  • catacombe, caleidoscoop vs. katafalk, kalligrafie
  • korset vs. corselet
  • hors-d’oeuvre vs. hors de saison
  • haviken vs. hospikken
  • noordpool vs. Noordpoolexpeditie (noordpool=magnetische, geografische noordpool; waarom krijgt de expeditie erheen een hoofdletter?)
  • petitfour vs. petit-beurre
  • plasticfolie vs. plastic zak
  • pianospelen, vioolspelen vs. harp spelen, gitaar spelen

Onduidelijkheden

  • resus vs. oesophagus; aphelium vs. amfitheater (de letter -h- uit resus is ten onrechte vervallen, dit in schril contrast met het gebruik van -ph-)
  • stofzuigen en koffiezetten vs. boodschappen doen, herrie schoppen en koffiedik kijken (wie goeddoet, goed ontmoet); gestofzuigd vs. koffiegezet
  • 40-plusser, 24-karaats vs. 24 uursstaking en 40 urenweek
  • dégénéré vs. decolleté en etage (die eerste kún je gewoon niet fout uitspreken)
  • bouwvakantie, bouwvakvakantie, bouwvak (bouwvak is afkorting maar heeft geen punt)
  • zo-even vs. poëzie en echoën
  • kerstfeest en paaszondag vs. Suikerfeest en Palmzondag
  • marathon vs. biatlon en decatlon
  • scampi’s (scampi op zich is reeds meervoud)
  • Godsgezant vs. godsgebouw
  • hazenrug en hazenslaapje vs. hazewindhond (zelfde langdurige etymologische achtergrond)
  • des te meer vs. op-en-top
  • c.q. (casu quo) vs. cv (curriculum vitae)
  • hoogbejaard vs. jong belegen
  • koninklijke familie vs. Koninklijk Huis (op de website van het Koninklijk Huis wordt Koninklijke Familie vermeld)
  • opticien vs. officiële; reünie vs. re-integratie
  • oud-premier vs. vicepremier
  • schattebout vs. schattenjacht
  • skiër vs. skiester (skister zou logischer zijn)

Hoe dichter bij Dordt …

Dordrecht 2017

Het schaap is het symbool van Dordrecht. Elke deelnemer kreeg deze sleutelhanger mee naar huis.

door Bert Jansen | Foto’s: Huib Boogert

Filerijdend van Bussum naar Dordrecht doodden Jeroen van Heemskerck Düker en ik donderdag 16 maart de tijd met het elkaar bevragen en memoriseren van – zowel qua spelling als betekenis – ‘moeilijke’ woorden. Onder andere oxo, euthynteria, shakuhachi, hentai en pied-de-mouche passeerden de revue. Helaas echter kwam geen enkel hiervan ons te stade op het Groot Leerpark Dictee, waarnaar wij op weg waren.

Er zijn aardig wat uitdrukkingen met een aardrijkskundige naam erin (‘Zaltbommel geeft rommel’, ‘Tiel is niet viel’), maar er is er geen zo bekend als ‘Hoe dichter bij Dordt, hoe rotter het wordt’. Er zijn diverse verklaringen voor deze uitdrukking. De oudste gaat terug op het stapelrecht dat de stad van de schapenkoppen in de middeleeuwen bezat: goed voor de lokale schatkist, maar slecht voor de schippers, die hun beurs moesten trekken. Een plausibeler verklaring is de slechte toestand van de waterwegen rond het Eiland van Dordrecht, die ertoe leidde dat veel schepen vastliepen. Vooralsnog echter achtten wij de dichtgeslibde wegen bij de nadering van Dordrecht het meest van toepassing …

Dordrecht 2017

Randy van Halen (links) overziet de zaal.

Ary Scheffer
Vlak bij het centrum vonden we een parkeerplaats en via de Wijnstraat met zijn rijk geornamenteerde panden en eeuwenoude gevelstenen liepen we naar het Schefferplein, waar we maar met moeite een vrij tafeltje konden bemachtigen op het overvolle terras. Onder het toeziend oog van de Nederlands-Franse schilder Ary Scheffer genoten we van het voorjaarsweer en onze alcoholische versnapering. Domweg gelukkig op het Schefferplein! Maar wat jammer toch, dat een enkel historisch pand niet heeft weten te ontsnappen aan de nietsontziende vernieuwingsdrift van op geld beluste projectontwikkelaars, en een affreuze zwarte timmerage het fraaie architectonische ritme doorbreekt. Zelfs de in lange diagonalen over het plein vallende lentezon kon de lelijkheid niet maskeren. Desalniettemin voelden we mee met de burgemeester die ooit ‘Hoe dichter bij Dordt, hoe rotter het wordt’ aanvulde met: ‘… maar ben je er eenmaal in, dan heb je het naar je zin!’

Dordrecht 2017

Een aula vol nerveuze scholieren en een enkel nog nerveuzer personeelslid …

Middelbareschooljeugd
Het Wartburg College, aan de buitenrand van de stad, liep aan het begin van de avond langzaam vol. Toen Rian Vogel – die samen met Tineke van ‘t Hof voor de organisatie tekende – de avond opende, was de aula maar liefst door 87 mensen bevolkt, voornamelijk middelbareschooljeugd. Chapeau voor de organisatie om zoveel leerlingen enthousiast te maken voor het ondergeschoven kind dat spelling is in de Nederlandse les.

Op het podium zaten naast de bekende dicteetijger Randy van Halen – de schrijver van het dictee – Peter Heijkoop, wethouder onderwijs van de gemeente Dordrecht, Han van Gorkum, directeur van HBO Drechtsteden en Herman den Hollander, directeur van het Wartburg College. Samen vormden zij de jury. Randy las zélf zijn dictee voor, waarin bijdehante kooplieden centraal stonden die trachtten de wet- en regelgeving van de stad door middel van een trucje te omzeilen om zo geen taksen te hoeven betalen. Topspeller Randy was uit zijn orthografische ivoren toren, waarin hij gewoonlijk vertoeft, afgedaald en had zich aangepast aan het niveau van de doelgroep. In zijn dictee had hij dan ook voornamelijk de basisregels getoetst, zoals die der werkwoordsvervoeging, de tussen-n-regel en de regel van de samentrekking (op woordniveau). Jammer dat het wat veel van hetzelfde was en hij de vervoeging van Engelse werkwoorden (hij pusht, scrolt, heeft geüpdatet, geüpload) en de vervoegde initiaalwerkwoorden (heeft ge-sms’t, ge-gsm’d) geheel buiten beschouwing had gelaten. Ook de (verbogen vorm van) bijvoeglijk gebruikte voltooide deelwoorden (het afgebrande huis), waar veel leerlingen moeite mee hebben, zocht ik tevergeefs in zijn dictee. Een gemiste kans, dunkt mij. De moeilijkste woorden voor de jeugd waren wel queeste en bietebauw, dat men vrijwel eendrachtig (volksetymologisch) verbasterd had tot bietenbouw. Ook ging men massaal de bietenbrug op bij de woorden taksen en quatsch.

Dordrecht 2017

Deelneemsters vermaken zich in de pauze met scrabble.

Taal en spelling
Het is schering en inslag dat men bij een dictee rept van een ‘taalwedstrijd’. Ook in het Wartburg College gebeurde dat weer. Ik zou voor meer precisie in dezen willen pleiten; taal en spelling zijn – hoewel nauw verbonden – onderscheiden fenomenen: de taal kunnen we vergelijken met de motor, de spelling met de carrosserie en de wielen. Bij een dictee wordt de kennis van de spelling getest. Niets minder, maar ook niets meer!
Bij zo’n spellingwedstrijd moet natuurlijk uiterste zorg en aandacht worden besteed aan woordgebruik en zinsbouw – zo mogelijk nog meer dan daarbuiten al geboden is. De taal moet niet minder dan geacheveerd zijn. Helaas heeft de angry young man van het dicteecircuit het op dat punt (enigszins) laten afweten. In niet minder dan vijf van de elf zinnen moest ik – à contrecoeur! – het virtuele rode potlood hanteren.

Kijk bijvoorbeeld eens naar de tweede zin: ‘De belastingbetalers avant la lettre waren eerdaags eropuit getrokken om verderop bij een agrariër een schaap te kopen.‘ Vervang het bijwoord van tijd (eerdaags) door het synonieme ‘binnenkort’ en je hoort direct waar de grammaticale schoen wringt. In zin 5 was men van plan ‘het schaap dit tenue te laten aantrekken.‘ Wellicht was zo’n antropogene actie van een schaap in het middeleeuwse Dordrecht klein bier, maar voor de eenentwintigste-eeuwse niet-Dordter doet zo’n zin een bovenmatig beroep op de fantasie. De zesde zin vertoont een klassieke tantebetjestijl, in zin 9 is sprake van een semantisch deraillement: de moeite bleek ‘voor Piet Snot te zijn geweest‘. Je kunt eruitzien als Piet Snot (onnozel), voor Piet Snot staan (een mal figuur slaan) en iemand voor Piet Snot zetten (hem een belachelijk figuur laten slaan), maar ik zie niet goed hoe een van deze betekenissen in het onderhavige zinsverband zou passen. Ten slotte zou ik de legende uit de laatste zin liever reserveren voor een verhaal waarin een heilige de hoofdrol speelt. In deze context zou ik eerder van sage spreken.

Dordrecht 2017

Wethouder Peter Heijkoop feliciteert de categoriewinnares.

Shoot-out
In de pauze kon men de tijd doden met een spelletje schaak of scrabble. Ik vermoed dat er niet één spel afgerond was toen de bel voor uitleg en prijsuitreiking klonk; op voorspraak van Randy was er namelijk voor een invuldictee gekozen en de nakijkploeg had de 44 invulplaatsen in no time gecontroleerd. Han van Gorkum overliep in rap tempo de cruces, waarbij hij af en toe moeite had de rumoerige zaal te overstemmen, waarna werd overgegaan tot de prijsuitreiking.
In de categorie personeel waren er vier mensen met acht fouten, maar één shoot-outwoord (te weten shoot-out) volstond om de winnaar te kunnen aanwijzen: Kees Kraaijeveld. De overallwinnaar was Joyce Bertran. Zij maakte slechts zes fouten en mocht de sculptuur mee naar huis nemen. Gemiddeld werden er zo’n twintig fouten gemaakt, maar er waren er verscheidenen met 34 fouten. Eén persoon (naam en adres bij de redactie bekend) was erin geslaagd 37 keer verkeerd te gokken.

Dordrecht 2017

Spellingkampioene Joyce Bertran met haar trofee

Eropuit
Tussen de drie ‘tijgers’, die hors concours meededen, ontspon zich na afloop een discussie over eropuit getrokken. Huib Boogert had erop uitgetrokken, wat hem de enige rode streep had opgeleverd. Ten onrechte, meende hij. Met enige tegenzin geef ik toe dat er voor zijn standpunt iets te zeggen valt …;-)). Over deze kwestie is al de nodige digitale inkt vergoten, in het bijzonder door onze bentgenoot Pieter van Diepen. In een brief aan Piet van Sterkenburg schreef hij er onder meer het volgende over:

Stelt u zich een podium voor met een stripteasedanseres. Op de vraag ‘Wat hebt u op dat podium gedaan?’ antwoordt zij ‘Ik heb mijn kleren erop uitgetrokken.’ Het werkwoord is (kleren) ‘uittrekken’. Heel anders dan bij ‘ik ben eropuit getrokken’: dan is het werkwoord ‘trekken’ (naar buiten, eropuit). Als de stripshow belabberd was, zo vervolgde ik mijn voorbeeld, zegt zij misschien ‘Ik ben erop afgegaan’ en dat is iets heel anders dan ‘Ik ben eropaf gegaan’.

Enfin, we kunnen nu besluiten dat we alle drie nul fout hadden. Onze favoriete slogan is – ondanks de nodige kritische kanttekeningen – sinds donderdag 16 maart: ‘Hoe dichter bij Dordt, hoe mooier het wordt!’