Te moeilijk, te archaïsch? Quatsch

Przewalskipaardjes

Przewalskipaardjes

door Jeroen van Heemskerck Düker

Als een harde scheet tijdens een yogales klonk op 24 mei de mededeling dat het Groot Dictee na ruim een kwarteeuw was afgedankt. Exit Philip Freriks, przewalskipaardjes en tseetseevliegen. Zij moeten plaats maken voor de jeugd.

Het jaarlijkse wedstrijdje in de bankjes van de Eerste Kamer is in de ogen van de makers hopeloos ouderwets: ‘’Er gebeurt veel met taal, bij jongeren, op sociale media. Dat zag je niet terug op tv, het dictee was archaïsch. De kijkcijfers zijn de laatste twee jaar hard gedaald: van 722 naar 368 duizend’. Aldus Willemijn Francissen, eindredactrice van NTR (Volkskrant, 24-05-2017) .

Sommigen vielen haar bij. Het dictee was veel te moeilijk. ‘Alleen de geoefendste spelers van het spel konden meekomen. De rest haakte moedeloos af […]’, vonden twee oud-deelnemers, die geen podiumplaats wisten te veroveren (NRC, 25-05-2017). In veel commentaren kwam het befaamde adjectief ‘elitair’ voor. Daarmee meent menig reaguurder een onwelgevallig evenement afdoende te depreciëren. Maar hoe valide zijn de argumenten van zowel de makers als de kijkers?

Oud-premier Van Agt (r) maakt zich op voor een knuffel met dicteerwinnaar Randy van Halen (2014)

Oud-premier Van Agt (r) maakt zich op voor een knuffel met dicteewinnaar Randy van Halen (2014)

Van woensdag naar zaterdag
Om de kijkcijfers kun je niet heen. Heel Hilversum loert dagelijks bij het ontbijt naar de getallen die de SKO opdient. En ja hoor, de cijfers van het Groot Dictee zijn gehalveerd nadat het programma op instigatie van een frisse jongeling verhuisde naar het tweede net. Terwijl de openingsmelodie van C.P.E. Bach op NPO 1 zo’n driekwart miljoen nieuwsgierigen naar het beeldscherm lokte, zakte nu de belangstelling plots in. Dat was niet alleen het gevolg van de verhuizing: de uitzenddag verschoof van woensdag naar zaterdag en Freriks begon pas tegen tien uur met dicteren. Desondanks wist hij nog bijna 400 duizend liefhebbers te trekken, waar de meeste programma’s op die zender het moeten doen met de helft – of veel minder.

Ter illustratie: gemiddeld boekt NPO 2 op zaterdag een resultaat van 80 duizend kijkers. Op dezelfde dag vinden zo’n 360 duizend mensen al 23 jaar lang de weg naar Eigen Huis en Tuin op het concurrerende net RTL 4 (dagrapporten SKO, kijkonderzoek.nl). Hoezo tegenvallende kijkcijfers? Zelfs malle experimenten met een patriottische tweekamp tussen Belgische en Nederlandse deelnemers wisten de liefhebber niet voor de televisie weg te halen. Als Francissen vindt dat zij geen ‘gemeenschapsgeld over de balk’ mag gooien (NRC 24-05-2017), mag zij allereerst alle kunstprogramma’s en documentaires – vrijwel alle veel slechter bezocht dan het dictee – uit de programmering weggummen.

Doodzonde
Kortom, de verminderde kijkcijfers tonen weliswaar aan dat de netmanagers van de NPO aan een opfriscursus toe zijn, maar niet dat het Groot Dictee aan populariteit heeft ingeboet. Om die kritiek voor te zijn, voegde Francissen eraan toe dat jongeren weinig belangstelling tonen voor de spellingwedstrijd. ‘Archaïsch’ noemde zij het – en dat is een doodzonde in tv-land, dat een verloren strijd voert tegen de nieuwe media. Zij sloeg de spijker op de kop. Het dictee was een kwarteeuw geleden al een anachronisme. Philip Freriks lanceerde de wedstrijd naar Frans model op de nationale tv met de nodige ironie, als een hardvochtig examen in een intimiderende omgeving waarin alleen de excellente deelnemers enige kans maakten op ‘eeuwige roem’. Educatie van het volk was allerminst de opzet. In de bankjes van de Eerste Kamer mochten de matadoren van de orthografie strijden om het kampioenschap. Niets meer, niets minder.

Sophie van den Enk

Zoals altijd waren de BN’ers en BV’s veel belangrijker dan de gewone deelnemers. Dit is mevrouw Sophie van den Enk in 2014.

Masochistische BN’ers
Om het voor de minder begaafde spellers aantrekkelijk te maken, nodigde men een cohort masochistische BN’ers en BV’en uit. Daarmee voldeed ook de publieke omroep aan de eis van amusement: Sjef en Ingrid konden zich verkneukelen om die hautaine acteur en het rondborstige soapsterretje, die nóg minder begrepen van al die moeilijke woorden dan zij. Lachen! Uiteindelijk won natuurlijk een man die dagelijks met de neus in de boeken zat – meestal van belegen leeftijd, op één onrustbarende uitzondering na – en kon iedereen opgelucht ademhalen. Zie je wel, dit niveau is niet voor gewone stervelingen weggelegd.

Elitair brouwsel
Zo hoort het ook, zou ik denken. Daarom blijf ik mij verbazen om de reactie die in tal van commentaren op het verscheiden van het Groot Dictee de boventoon voert. Het was ‘het openluchtmuseum van de taal’, een ‘elitair brouwsel’. Veel te veel moeilijke woorden, met als perfide gevolg dat de gewone taalgebruiker het aflegt tegen de lexiconfetisjisten en andere zonderlingen die de leidraad in het Groene Boekje meer dan eens hebben gelezen. Het is de borrelpraat die na een van de vele plaatselijke dictees steevast te horen is. ‘Ik ben best heel goed in taal’, meldt menig deelnemer na afloop, ‘maar hoe kan ik nou weten hoe je kladderadatsch schrijft? Belachelijk om dat te vragen in een dictee.’

Het aardige is dat de generaties elkaar om de oren slaan met hetzelfde argument. Vijftigjarigen lopen rood aan tijdens een dictee over powergrrls met te veel doekoe, scholieren trekkebekken bij teksten over minuscule kasuarissen. Beide groepen weten zeker dat niemand die woorden ooit gebruikt, laat staan kan spellen. Maar de gymnasiaste die vorig jaar in het Goois Dictee een donquichot noteerde als een donkey shot, heeft toch wat geleerd. De rijkdom van onze taal is fenomenaal, en dicteemakers maken daar dankbaar gebruik van.

GDdNT 2016

Roberto la Rocca, de laatste winnaar van het Groot Dictee (2016).

Campionissimo
Daags na de brute executie van het Groot Dictee won Tom Dumoulin na een zenuwslopende tijdrit de Giro d’Italia. Alle Nederlandse fietsers – huisvrouwen met drie kinderen voorop en achterop, mountainbikers, vakantiefietsers – stonden te juichen voor de buis. De allerbeste fietser won. Hoe komt het toch dat de druiven na een dictee veelal zo zuur zijn? Wedstrijdjes waarin de beste wint, na duchtige controle door een vakjury, zijn kijkcijfermagneten: Heel Holland bakt, Idols, noem maar op. Nederlanders en Belgen smullen ervan, tenzij het gaat om orthografisch begaafde types.

Misschien vervangen de wanhopige netmanagers van de publieke omroep het dictee door een lollige spelshow waarin het pleit beslecht wordt door degene die het woord cultuur correct weet op te schrijven. Op dat moment hebben de liefhebbers allang afgehaakt. Die vermeien zich liever met de zestig jaarlijkse dicteewedstrijden die gelukkig nog altijd overal in Nederland te bezoeken zijn.

Kraaienmars abrupt ingezet

Freriks

Freriks dicteert, Permentier zet het op een zuipen.

door Bert Jansen

Het Groot Dictee der Nederlandse Taal is niet meer. Na jaren kwakkelen kwam zijn verscheiden toch nog onverwacht. Een waardig afscheid was het niet vergund; de stekker is er rücksichtslos uitgetrokken en de nomaden en liefhebbers staan verweesd aan de groeve, allen met één brandende vraag: hoe nu verder?

Voor zijn teloorgang werd al jaren gevreesd. Met name vanaf het moment dat Han van Gessel in 2004 het stokje overdroeg, en romanciers en novellisten verantwoordelijk werden voor de teksten, ging het bergafwaarts – het schrijven van een dicteetekst bleek toch te appelleren aan andere talenten dan het schrijven van een roman of novelle. Kees van Kooten was er in 2013 zelfs in geslaagd de ganse dicteefamilie met zijn malle fratsen tegen zich in het harnas te jagen. De genadeslag kwam twee jaar terug, toen men – in een wanhopige poging de kijkcijfers op te krikken – meende het klassieke dictee aan te moeten vullen met een tweekamp tussen de finalisten. BN’ers en BV’en moesten nóg prominenter in beeld.

Te archaïsch
Het Groot Dictee der Nederlandse Taal was ‘te archaïsch’, oordeelde de eindredactrice van NTR, Willemijn Francissen. ‘Meer aandacht voor het taalgebruik op de sociale media is geboden’, vond zij. Ruim baan dus voor de ongearticuleerde woordenbrij van de reaguurders wier woordenschat die van twaalfjarigen nauwelijks te boven gaat. Tja, wat moeten we ook met woorden als antimakassar, kasuaris, guichelheil en riposte? Wat moeten we met zwezeriken die in een bistrootje in een koperen kasserol worden bereid?
Maar elk nadeel heb z’n voordeel: we blijven voortaan verschoond van de gênante taferelen van BN’ers en BV’en die schaamteloos hun gebrekkige spelvaardigheid etaleerden als waren zij trots op hun karrenvrachten kemels. Zij wisten zich elk jaar weer ijdel in de schijnwerpers te manoeuvreren, terwijl mestkar, pek en veren hun loon had moeten zijn.

Hoewel ik er weinig fiducie in heb, hoop ik toch dat er een wetenswaardig taalspel voor het dictee in de plaats komt. Een taalspel waarin alle aspecten van onze taal – niet alleen spelling, maar ook etymologie, spreekwoorden en gezegden en idioom – aan de orde komen. En dat daarin slechts plaats is voor diegenen die zich op die terreinen hebben gekwalificeerd.

Bert Jansen is taalkundige te Bussum en veelvoudig winnaar van dicteewedstrijden.

Geld regeert

Philip Freriks

Philip Freriks dicteert in de Eerste Kamer

door René Dijkgraaf

De NTR-managers, die zelf vaagtaal tot norm hebben verheven, snappen het nut van goed taalgebruik niet.

Platheid heeft weer gewonnen. De NTR heeft het Groot Dictee eerst langzaam gewurgd door het format te ‘moderniseren’ en door de klassieke uitzendavond te verplaatsen, nu kan het programma dus bij het grof vuil: doel bereikt.

Waarom? Omdat kijkcijfers boven alles gaan: geld regeert. Programmamakers kijken niet naar leerzaamheid, want er moet geld verdiend worden. Het genoegen dat individuele kijkers aan een bepaald programma beleven telt niet: levert geen geld op. 26 jaar traditie?

Niks mee te maken, het gaat om budget. De NTR-managers, die zelf vaagtaal tot norm hebben verheven, snappen het nut van goed taalgebruik niet.

De discussievervuiling op de sociale media heeft veel te maken met een gebrek aan schrijfkennis, maar de NTR-bonzen zijn – door de eurobiljetten voor hun ogen – niet in staat dat te zien.

Eén avond per jaar kregen mensen een keer uitleg over een onbekend woord. Eén avond per jaar leerden we echt iets over onze taal. Eén avond per jaar zagen we erudiete presentatoren. Dit bastion is nu weg, de trollen hebben gewonnen. Wie kent nog het woord verheffingsideaal?

Niet te bevatten …. hier zijn geen woorden voor

Plotseling uit ons midden weggerukt …

Geschokt, maar dankbaar voor de tijd die we ervan
hebben kunnen genieten, reageren wij
op het bericht van het veel te vroege overlijden van:

Het Groot Dictee der Nederlandse Taal

In 1990 nog geheten het Nationaal Dictee der Nederlandse Taal

* 15-12-1990               † 24-05-2017

Een bijzonder instituut is niet meer.

Het przewalskipaard voorgoed uitgestorven,
de krambamboeli voorgoed uitgetoost:
zonder het Groot Dictee zal de decembermaand nooit meer hetzelfde zijn.

Uit aller naam: de dicteeliefhebbers

Allerbelabberdst (afscheid van Breskens)

door Huib Boogert

ALLERBELABBERDST

De sheriff van de taal, het orakel uit Breskens
Het zijn ereaanduidingen voor Rein.
Ik hoorde ook: de grootvizier van Van Dale
Hoe blij kan Breskens met hem zijn.

Maar….zijn jaarlijkse taalevenement
Gaat er na tien jaar mee stoppen.
Triestig voor de spellingfanaten,
Hoe moeten ze dit verkroppen?

Het is gebeurd met het jaarlijks treffen
Het gaat zeker weten niet meer door;
Hoe moeten we dit ooit verwerken?
Waar leven we nu nog voor?

Moeten we nu zelf woorden gaan maken?
Zoals Van Gaal met z’n lepeltje-lepeltje?
Ik stel voor: met de borsten tegen elkaar
Noemen we voortaan tepeltje-tepeltje.

Hallelujahoedje en zeehond laarsjes
Of combattanten met quinoawrap:
Rein bedacht en schreef ’t foutloos,
Dus houd ik maar eerbiedig mijn klep.

Allerbelabberdst, kiptandoorimenuutje,
éminence grise, laissez-passer:
Zomaar een paar ’Breskense’ woorden,
We dragen ze levenslang met ons mee.

Bewondering voor de Reinse vondsten
Werd tien jaar lang alom gehoord,
Maar met of zonder Breskens dictee:
Rein heeft altijd het laatste woord.

Dicteetje ineenflansen? Makkelijk zat!

Van Dale

De nieuwe Van Dale in kleurige cassette

Door Rien Wisse, redacteur van De Spelt, je broodnodige dicteenieuws

Een dictee samenstellen was altijd een ingewikkelde klus, voorbehouden aan virtuoze taalnerds. Gelukkig is er nu een systeem waarmee het een fluitje van een cent is geworden: de dictee-ineenflansmethode (dim).

Hoe werkt de dim?
Open het dictee met de standaardzin De volgende woorden zijn best moeilijk. Zet er een dubbele punt achter en ga los met een opsomming van tig moeilijke woorden. Als je een paar minuten in de Dikke Van Dale bladert, heb je die al te pakken. Varieer met In dit dictee mogen niet onvermeld blijven.

Praeteritio
Je kunt ook een retorische truc gebruiken: Deze woorden kun je maar beter vermijden. En dan dus weer een lading instinkers. Die truc heet praeteritio, pretermissie of paraleipsis – iets zogenaamd niet willen zeggen, maar het ondertussen tóch doen.

Lachen
Laat je niet uit het veld slaan door zoïlussen die beweren dat een dictee een goedlopend, liefst humoristisch verhaal moet zijn. Laat dat verhaal maar zitten. De lachers krijg je heus wel op je hand.

Voorbeeld van ‘een dimmetje’
“De volgende woorden zijn best moeilijk: audax Japeti genus, brogue, cembalo, du jour, entremetstje, fiekruid, gay nineties, hawkingstraling, Itar-Tass, joint de culasse. In dit dictee mogen niet onvermeld blijven: Stagiriet, usucapio, vis animae, worggezwel, zoöstuprum. Deze woorden kun je maar beter vermijden: bûter, brea, griene tsiis, Xetra DAX, yohimbine.