Dicteefanaat verstrikt in jarretellengordel

De bewuste jarretelle.

De bewuste jarretelle.

Door Rien Wisse, redacteur van De Spelt, je broodnodige dicteenieuws

De 58-jarige Marinus Woordenaar, voorzitter van de Dicteepartij, raakte gisteren in een Bredase lingeriewinkel verstrikt in een jarretellengordel. Hij wilde onderzoeken of er een tussen-n in voorkwam. Dat ging mis.

De dicteefanaat kon het nog wel navertellen: “Ik vermoedde dat het om een meervoud ging, want in de winkel waren diverse exemplaren uitgestald. Maar was het een meervoud met n of s? Waren het jarretellen, jarretelles of jarretels? Ik zag zo gauw geen tussen-n en raakte in paniek. Ik hield het niet meer en wilde een van die gordels van dichtbij onderzoeken. Ik zag zo’n ding voor het eerst en associeerde het met dicteewoorden als lascief, voluptueus en zinnenprikkelend. Daar werd ik enorm door afgeleid.”

Verkoopster Maatje Rubens van boetiek Amour Fou trad meteen adequaat op: “Ik zei nog: ‘Doet u wel voorzichtig, meneer? Het elastiek kan lelijk terugschieten.’ Mijn woorden waren nog niet koud, of hij werd vol in zijn gezicht geraakt en ging van zijn stokje. Het zag er best eng uit. Ik heb meteen 112 gebeld.”

Marinus Woordenaar

Marinus Woordenaar

Crisisdienst
De man moest door de Bredase brandweer uit zijn benarde positie bevrijd worden. Commandant Van Vuren: “De bandjes van de kousophouder hadden zijn hals omstrengeld, waren onder zijn bril geschoten en zaten klem tussen zijn haar en de jarretellenvitrine. Er stond een waanzinnige druk op. Zoiets hadden wij nooit eerder meegemaakt.”

Het slachtoffer werd onderzocht door de crisisdienst van de ggz. Psychiater Van der Geest nam het niet zo nauw met de privacy van zijn patiënt: “Obsessief-compulsieve taalontwikkelingsstoornissen manifesteren zich des te meer in deze dicteeloze vakantietijd. Toen de patiënt weer bij was, vroeg ik hem: ‘En, weer bij?’ Hij antwoordde veelbetekenend ‘Er zat inderdaad een n bij’, en voegde er nog aan toe: ‘Daarmee is de kous af. Laten we erover ophouden.’ Ja, ik moest er ook even over nadenken.”

Het organisatiecomité van het Bredase Groot Roparun Dictee was wegens vakantie niet bereikbaar voor commentaar.

Taalles in een Kudelstaartse kroeg

Kudelstaart 2017

Annemarie Braakman-Ven introduceert Bert Jansen aan het publiek.

door Joke van der Zee

Zelfs de meest doorgewinterde taalliefhebber voelde zich afgelopen woensdagavond 5 juli bij tijd en wijle een ‘dummy’. Neerlandicus Bert Jansen gaf in het Kudelstaartse café Op de Hoek taalles aan zo’n 25 belangstellenden, met aansluitend een dictee voor dummy’s. Jansen was er op uitnodiging van Stichting Groot Aalsmeers Dictee (SGAD), die naast het jaarlijkse Aalsmeers Dictee ook andere taalevenementen organiseert.

Dat je dinertje niet als ‘dineetje’ schrijft maar wel zo uitspreekt en dat gewelddadig toch echt met ‘dubbel d’ is, die je dan weer niet hoort, dat zijn wáre instinkers. In het instapdictee dat Jansen presenteerde kwamen er nog veel meer voorbij: echte dicteewoorden. “Om alvast te oefenen voor het Aalsmeers Dictee”, adviseerde hij. Aan de orde kwamen onder meer gedachtegoed, uit-en-ter-na en bediscussiëren.

Kudelstaart 2017

Bezoekers luisteren naar het instapdictee van Bert Jansen.

Taalreis
Alvorens het publiek lustig meeschreef met de dicteezinnen had Jansen diverse taalkwesties naar voren gebracht. Hij begon met de geschiedenis en nam de toehoorders verder mee op ‘taalreis’ door een woud van moeilijke termen die naam geven aan allerlei taalregels. “Hogere wiskunde leek het wel, maar zeer zeker interessant”, aldus een bezoeker. Wanneer een hoofdletter, wel of geen tussenstreepje, een accent op de é? En waarom is het geen sjampanje? Of waarom zeggen we zaddoek maar schrijven we zakdoek? En dan ‘t kofschip. Jansen spreekt liever van fokschaapshit. “De ‘sh’-klank moet ook vertegenwoordigd zijn om het voltooid deelwoord te bepalen.

De Bussumse neerlandicus pakte nog veel meer woorden aan die voor hoofdbrekens zorgen in de Nederlandse spelling en schrijfwijze. Want: waarom is het Amsterdam ArenA met tweemaal een hoofdletter A? “In de spelling heet dit het donorprincipe. Je houdt deze schrijfwijze aan omdat het een eigennaam is”, legde Jansen ut. Ook haalde hij de ‘los schrijf manie’ aan. En dat levert soms hilarische verwarringen op. Een oudemannenhuis is iets anders dan het oude mannenhuis. De wenkbrauwen in het publiek gingen omhoog bij het zien van woorden als massagebed dat weer iets heel anders betekent dan een massa-gebed. Taal… is nadenken!

Kudelstaart 2017

Neerlandicus Bert Jansen

Menukaart
Jansen denkt er veel aan, zelfs voorafgaand aan zijn lezing, toen hij op de menukaart van ‘De Hoek’ een foutje ontwaarde: ice tea, dat toch echt aan elkaar geschreven moet worden. Ook lokale taalfouten kwamen aan de orde, zoals het verkeerd weergegeven straatnaambord in Kudelstaart: Ad Verschueren Plein. Moet zijn: Ad Verschuerenplein. Jansen fungeerde deze avond als taalvraagbaak en leraar, maar bovenal als begenadigd verteller waar menig bezoeker veel van opgestoken heeft.

Het Groot Dictee verdient beter dan een aftocht langs het achterpoortje

GDdNT 2016

Presentator Philip Freriks, met achter hem juryvoorzitster Annemarie Jorritsma.

door Steven Delarue

Deze opinie verscheen eerder op Knack.be en op het blog van de auteur.

Het Groot Dictee stopt ermee, zo wisten de Nederlandse en Vlaamse krantensites op 24 mei te vertellen. Na 27 edities trekt de Nederlandse omroep NTR er definitief de stekker uit, want “de kijkcijfers zijn te laag”, het programma is “over zijn hoogtepunt heen”, en de hele opzet is nogal “archaïsch”. Dat het er ooit van zou komen, dat stond vast, maar dat het een afscheid in mineur zou worden, is bijzonder spijtig te noemen. Het instituut dat het Groot Dictee der Nederlandse Taal door de jaren heen is geworden, verdient beter dan een aftocht langs het achterpoortje.

Laat ik maar meteen met een bekentenis beginnen: ik ben sinds jaar en dag een dicteeliefhebber. Een van m’n eerste lagereschoolherinneringen dateert van 1995, toen ik op 7-jarige leeftijd mijn lerares in het tweede leerjaar terechtwees omdat ze pyama op het bord had geschreven – terwijl dat sinds de net doorgevoerde spellinghervorming toch wel écht pyjama moest zijn. Het was m’n ouders een raadsel vanwaar die plotse fascinatie voor spelling precies kwam, en ze is nooit verdwenen. Ik deed jaarlijks mee aan het ook al ter ziele gegane Groot Nederlands Dictee van het Davidsfonds, eerst in de jeugdcategorieën, later bij de volwassenen. Toen ik in Gent taal- en letterkunde ging studeren, organiseerde ik jarenlang een eigen Groot Dictee bij de studentenkring. En voor het Groot Dictee maakte ik steevast plaats vrij in m’n agenda – de laatste jaren ging ik zelfs met andere dicteeliefhebbers meeschrijven in de bibliotheek van Merelbeke. Het is een bijzonder ras, dat van de dicteetijger.

‘Het is een bijzonder ras, dat van de dicteetijger’

Hoewel het bovenstaande niemand uit m’n onmiddellijke omgeving zal verbazen, heeft het de voorbije jaren wel vaak voor ongemakkelijke gesprekken gezorgd met collega-taalkundigen en –sociolinguïsten. Het is immers een lastige spreidstand: als sociolinguïst pleiten voor een open blik op taal, vanuit de gelijkwaardigheid van verschillende talen en taalvariëteiten, maar tegelijk op een donkere zaterdagavond in december driftig meeschrijven met een dictee waar je oren van gaan tuiten, om daarna triomfantelijk op Facebook te posten dat je er maar drie fout had. Dat het Groot Dictee nu op de schop gaat, levert op m’n Twittertijdlijn dan ook vooral vrolijke of ongevoelige reacties op, en die kan ik ergens wel begrijpen. Het klopt inderdaad dat het Groot Dictee er mee verantwoordelijk is dat veel mensen nog steeds denken dat taal gelijk is aan spelling, terwijl er zoveel meer is dan spelling alleen. Bovendien was het Groot Dictee volgens sommigen ook niet meteen bijzonder goede reclame voor die Nederlandse spelling: in het rapport ‘Ze kunnen niet meer spellen’, dat de Taalunie in 2011 uitbracht, heet het zelfs dat zo’n dictee vooral “een demonstratie van de onbeheersbaarheid van de spellingregels” is. Daarom werden er in het verleden al vaker alternatieven naar voren geschoven, ook door taalkundigen. Sterre Leufkens en Marten van der Meulen, die samen taalblogs schrijven onder de naam Milfje Meulskens, pleitten enkele jaren terug bijvoorbeeld al voor een ‘Grote Taalquiz’, waarin het brede veld van wat taal is en kan aan bod komt – in plaats van een Groot Dictee waarin alleen dat smalle spellingperceeltje vrij baan krijgt.

Randy van Halen, winnaar van het Groot Dictee in 2014, wordt geïnterviewd door Philip Freriks.

Randy van Halen, winnaar van het Groot Dictee in 2014, wordt geïnterviewd door Philip Freriks.

En toch. Toch schrijf ik hier een stuk waarin ik het bestaansrecht van zo’n Groot Dictee wil verdedigen. Niet omdat ik ontken dat taal meer is dan spelling, want ik ben een van de grootste pleitbezorgers voor ruime aandacht voor taal in de breedste zin van het woord, maar net omdat taal ook spelling is. In dat opzicht is het dan ook pure onzin dat Willemijn Francissen, de “integraal eindredacteur kennis” (laat de functienaam even bezinken) van de NTR, als argument opwerpt dat er nu al zoveel gebeurt rond taal dat het Dictee wel geschrapt kan worden. Niet alleen geeft dat de – zeer onterechte – indruk dat er vroeger dan blijkbaar niéts rond taal gebeurde, het versterkt ook de idee dat het Groot Dictee op zich voor een tv-omroep wel kan volstaan om de taalflank volledig af te dekken.

‘Kijken naar schrijvende mensen heeft iets vervreemdends, iets voyeuristisch ook bijna’

Voor alle duidelijkheid: dat is niet zo. Er kan niet genoeg aandacht besteed worden aan taal op radio en tv (en al helemaal niet op de openbare omroep), en dat moet net op allerlei verschillende manieren en in allerlei verschillende formats. Van poëzieslams tot literatuurprijzen, van Lingo tot Tien voor Taal, van ‘de Grote Taalquiz’ (laat die er maar komen!) tot… het Groot Dictee. Ja, het is inderdaad wat archaïsch, en net daarom verdient het nog steeds zijn plaats op de televisie. Kijken naar schrijvende mensen heeft iets vervreemdends, iets voyeuristisch ook bijna. Het is een voorbeeld van interactieve televisie, nog voor het bestaan van rode knoppen en Twitterwalls: een oproep om zélf mee te doen, en niet louter toeschouwer te zijn. Het is ook een vorm van onthaasting, een vroege voorloper van de nu nochtans zo hippe slow tv. Als Ruben Van Gucht uren aan een stuk door het Vlaamse landschap fietst voor zijn hoogstpersoonlijke Ronde van Vlaanderen, omgeven door camera’s, dan oogst hij daar lof voor, maar diezelfde eigenschap – traagheid – wordt het Groot Dictee nu wél aangewreven.

Ook het andere argument dat door de NTR wordt aangehaald, namelijk de immer dalende kijkcijfers, mag niet puur door een gebrek aan interesse worden verklaard. Dat het Groot Dictee recent van woensdagavond naar zaterdagavond werd verplaatst, en ook nog eens een later uitzenduur kreeg op een minder bekeken zender, is een voorbeeld van een verstikkingsoperatie die in het verleden al tal van steengoede televisieprogramma’s klein heeft gekregen – van De Canvascrack in Vlaanderen tot Sesamstraat in Nederland. Wie met een dictee op zaterdagavond 368.000 Nederlandse kijkers kan lokken, doet het volgens mij verre van slecht.

‘Eén opluchting: de misstap om er een ‘speelsere’ versie van te maken, is gelukkig niet begaan’

Dictee-icoon Bart Chabot leest zijn dictee voor in 2014.

Dictee-icoon Bart Chabot leest zijn dictee voor in 2014.

Eén opluchting: de misstap om er een ‘speelsere’ versie van te maken, is gelukkig niet begaan. De piste werd blijkbaar wel verkend – met stemkastjes en een stand-upcomedian, de gruwel! – maar is afgevoerd. Groot gelijk: je organiseert zo’n Groot Dictee zoals het hoort, of je doet het niet. Alleen valt de keuze om het dan maar niet meer te doen nu op een zodanig knullige manier dat het pijnlijk is voor iedereen die er in de 26-jarige geschiedenis van het Dictee aan heeft meegewerkt, en voor alle dicteeliefhebbers die het evenement een warm hart toedroegen. Of nee, schrap ‘dicteeliefhebbers’, en maak er ‘spellingaficionado’s’ van – een prachtig dicteewoord dat we nu helaas nooit uit Philip Freriks’ mond zullen horen.

Neerlandicus dr. Steven Delarue (1988) is werkzaam aan het Onderwijscentrum Gent. Hij is liefhebber van het Eurovisiesongfestival, dictees en Chimay blauw. Hij heeft een eigen blog.

Te moeilijk, te archaïsch? Quatsch

Przewalskipaardjes

Przewalskipaardjes

door Jeroen van Heemskerck Düker

Als een harde scheet tijdens een yogales klonk op 24 mei de mededeling dat het Groot Dictee na ruim een kwarteeuw was afgedankt. Exit Philip Freriks, przewalskipaardjes en tseetseevliegen. Zij moeten plaats maken voor de jeugd.

Het jaarlijkse wedstrijdje in de bankjes van de Eerste Kamer is in de ogen van de makers hopeloos ouderwets: ‘’Er gebeurt veel met taal, bij jongeren, op sociale media. Dat zag je niet terug op tv, het dictee was archaïsch. De kijkcijfers zijn de laatste twee jaar hard gedaald: van 722 naar 368 duizend’. Aldus Willemijn Francissen, eindredactrice van NTR (Volkskrant, 24-05-2017) .

Sommigen vielen haar bij. Het dictee was veel te moeilijk. ‘Alleen de geoefendste spelers van het spel konden meekomen. De rest haakte moedeloos af […]’, vonden twee oud-deelnemers, die geen podiumplaats wisten te veroveren (NRC, 25-05-2017). In veel commentaren kwam het befaamde adjectief ‘elitair’ voor. Daarmee meent menig reaguurder een onwelgevallig evenement afdoende te depreciëren. Maar hoe valide zijn de argumenten van zowel de makers als de kijkers?

Oud-premier Van Agt (r) maakt zich op voor een knuffel met dicteerwinnaar Randy van Halen (2014)

Oud-premier Van Agt (r) maakt zich op voor een knuffel met dicteewinnaar Randy van Halen (2014)

Van woensdag naar zaterdag
Om de kijkcijfers kun je niet heen. Heel Hilversum loert dagelijks bij het ontbijt naar de getallen die de SKO opdient. En ja hoor, de cijfers van het Groot Dictee zijn gehalveerd nadat het programma op instigatie van een frisse jongeling verhuisde naar het tweede net. Terwijl de openingsmelodie van C.P.E. Bach op NPO 1 zo’n driekwart miljoen nieuwsgierigen naar het beeldscherm lokte, zakte nu de belangstelling plots in. Dat was niet alleen het gevolg van de verhuizing: de uitzenddag verschoof van woensdag naar zaterdag en Freriks begon pas tegen tien uur met dicteren. Desondanks wist hij nog bijna 400 duizend liefhebbers te trekken, waar de meeste programma’s op die zender het moeten doen met de helft – of veel minder.

Ter illustratie: gemiddeld boekt NPO 2 op zaterdag een resultaat van 80 duizend kijkers. Op dezelfde dag vinden zo’n 360 duizend mensen al 23 jaar lang de weg naar Eigen Huis en Tuin op het concurrerende net RTL 4 (dagrapporten SKO, kijkonderzoek.nl). Hoezo tegenvallende kijkcijfers? Zelfs malle experimenten met een patriottische tweekamp tussen Belgische en Nederlandse deelnemers wisten de liefhebber niet voor de televisie weg te halen. Als Francissen vindt dat zij geen ‘gemeenschapsgeld over de balk’ mag gooien (NRC 24-05-2017), mag zij allereerst alle kunstprogramma’s en documentaires – vrijwel alle veel slechter bezocht dan het dictee – uit de programmering weggummen.

Doodzonde
Kortom, de verminderde kijkcijfers tonen weliswaar aan dat de netmanagers van de NPO aan een opfriscursus toe zijn, maar niet dat het Groot Dictee aan populariteit heeft ingeboet. Om die kritiek voor te zijn, voegde Francissen eraan toe dat jongeren weinig belangstelling tonen voor de spellingwedstrijd. ‘Archaïsch’ noemde zij het – en dat is een doodzonde in tv-land, dat een verloren strijd voert tegen de nieuwe media. Zij sloeg de spijker op de kop. Het dictee was een kwarteeuw geleden al een anachronisme. Philip Freriks lanceerde de wedstrijd naar Frans model op de nationale tv met de nodige ironie, als een hardvochtig examen in een intimiderende omgeving waarin alleen de excellente deelnemers enige kans maakten op ‘eeuwige roem’. Educatie van het volk was allerminst de opzet. In de bankjes van de Eerste Kamer mochten de matadoren van de orthografie strijden om het kampioenschap. Niets meer, niets minder.

Sophie van den Enk

Zoals altijd waren de BN’ers en BV’s veel belangrijker dan de gewone deelnemers. Dit is mevrouw Sophie van den Enk in 2014.

Masochistische BN’ers
Om het voor de minder begaafde spellers aantrekkelijk te maken, nodigde men een cohort masochistische BN’ers en BV’en uit. Daarmee voldeed ook de publieke omroep aan de eis van amusement: Sjef en Ingrid konden zich verkneukelen om die hautaine acteur en het rondborstige soapsterretje, die nóg minder begrepen van al die moeilijke woorden dan zij. Lachen! Uiteindelijk won natuurlijk een man die dagelijks met de neus in de boeken zat – meestal van belegen leeftijd, op één onrustbarende uitzondering na – en kon iedereen opgelucht ademhalen. Zie je wel, dit niveau is niet voor gewone stervelingen weggelegd.

Elitair brouwsel
Zo hoort het ook, zou ik denken. Daarom blijf ik mij verbazen om de reactie die in tal van commentaren op het verscheiden van het Groot Dictee de boventoon voert. Het was ‘het openluchtmuseum van de taal’, een ‘elitair brouwsel’. Veel te veel moeilijke woorden, met als perfide gevolg dat de gewone taalgebruiker het aflegt tegen de lexiconfetisjisten en andere zonderlingen die de leidraad in het Groene Boekje meer dan eens hebben gelezen. Het is de borrelpraat die na een van de vele plaatselijke dictees steevast te horen is. ‘Ik ben best heel goed in taal’, meldt menig deelnemer na afloop, ‘maar hoe kan ik nou weten hoe je kladderadatsch schrijft? Belachelijk om dat te vragen in een dictee.’

Het aardige is dat de generaties elkaar om de oren slaan met hetzelfde argument. Vijftigjarigen lopen rood aan tijdens een dictee over powergrrls met te veel doekoe, scholieren trekkebekken bij teksten over minuscule kasuarissen. Beide groepen weten zeker dat niemand die woorden ooit gebruikt, laat staan kan spellen. Maar de gymnasiaste die vorig jaar in het Goois Dictee een donquichot noteerde als een donkey shot, heeft toch wat geleerd. De rijkdom van onze taal is fenomenaal, en dicteemakers maken daar dankbaar gebruik van.

GDdNT 2016

Roberto la Rocca, de laatste winnaar van het Groot Dictee (2016).

Campionissimo
Daags na de brute executie van het Groot Dictee won Tom Dumoulin na een zenuwslopende tijdrit de Giro d’Italia. Alle Nederlandse fietsers – huisvrouwen met drie kinderen voorop en achterop, mountainbikers, vakantiefietsers – stonden te juichen voor de buis. De allerbeste fietser won. Hoe komt het toch dat de druiven na een dictee veelal zo zuur zijn? Wedstrijdjes waarin de beste wint, na duchtige controle door een vakjury, zijn kijkcijfermagneten: Heel Holland bakt, Idols, noem maar op. Nederlanders en Belgen smullen ervan, tenzij het gaat om orthografisch begaafde types.

Misschien vervangen de wanhopige netmanagers van de publieke omroep het dictee door een lollige spelshow waarin het pleit beslecht wordt door degene die het woord cultuur correct weet op te schrijven. Op dat moment hebben de liefhebbers allang afgehaakt. Die vermeien zich liever met de zestig jaarlijkse dicteewedstrijden die gelukkig nog altijd overal in Nederland te bezoeken zijn.

Kraaienmars abrupt ingezet

Freriks

Freriks dicteert, Permentier zet het op een zuipen.

door Bert Jansen

Het Groot Dictee der Nederlandse Taal is niet meer. Na jaren kwakkelen kwam zijn verscheiden toch nog onverwacht. Een waardig afscheid was het niet vergund; de stekker is er rücksichtslos uitgetrokken en de nomaden en liefhebbers staan verweesd aan de groeve, allen met één brandende vraag: hoe nu verder?

Voor zijn teloorgang werd al jaren gevreesd. Met name vanaf het moment dat Han van Gessel in 2004 het stokje overdroeg, en romanciers en novellisten verantwoordelijk werden voor de teksten, ging het bergafwaarts – het schrijven van een dicteetekst bleek toch te appelleren aan andere talenten dan het schrijven van een roman of novelle. Kees van Kooten was er in 2013 zelfs in geslaagd de ganse dicteefamilie met zijn malle fratsen tegen zich in het harnas te jagen. De genadeslag kwam twee jaar terug, toen men – in een wanhopige poging de kijkcijfers op te krikken – meende het klassieke dictee aan te moeten vullen met een tweekamp tussen de finalisten. BN’ers en BV’en moesten nóg prominenter in beeld.

Te archaïsch
Het Groot Dictee der Nederlandse Taal was ‘te archaïsch’, oordeelde de eindredactrice van NTR, Willemijn Francissen. ‘Meer aandacht voor het taalgebruik op de sociale media is geboden’, vond zij. Ruim baan dus voor de ongearticuleerde woordenbrij van de reaguurders wier woordenschat die van twaalfjarigen nauwelijks te boven gaat. Tja, wat moeten we ook met woorden als antimakassar, kasuaris, guichelheil en riposte? Wat moeten we met zwezeriken die in een bistrootje in een koperen kasserol worden bereid?
Maar elk nadeel heb z’n voordeel: we blijven voortaan verschoond van de gênante taferelen van BN’ers en BV’en die schaamteloos hun gebrekkige spelvaardigheid etaleerden als waren zij trots op hun karrenvrachten kemels. Zij wisten zich elk jaar weer ijdel in de schijnwerpers te manoeuvreren, terwijl mestkar, pek en veren hun loon had moeten zijn.

Hoewel ik er weinig fiducie in heb, hoop ik toch dat er een wetenswaardig taalspel voor het dictee in de plaats komt. Een taalspel waarin alle aspecten van onze taal – niet alleen spelling, maar ook etymologie, spreekwoorden en gezegden en idioom – aan de orde komen. En dat daarin slechts plaats is voor diegenen die zich op die terreinen hebben gekwalificeerd.

Bert Jansen is taalkundige te Bussum en veelvoudig winnaar van dicteewedstrijden.

Geld regeert

Philip Freriks

Philip Freriks dicteert in de Eerste Kamer

door René Dijkgraaf

De NTR-managers, die zelf vaagtaal tot norm hebben verheven, snappen het nut van goed taalgebruik niet.

Platheid heeft weer gewonnen. De NTR heeft het Groot Dictee eerst langzaam gewurgd door het format te ‘moderniseren’ en door de klassieke uitzendavond te verplaatsen, nu kan het programma dus bij het grof vuil: doel bereikt.

Waarom? Omdat kijkcijfers boven alles gaan: geld regeert. Programmamakers kijken niet naar leerzaamheid, want er moet geld verdiend worden. Het genoegen dat individuele kijkers aan een bepaald programma beleven telt niet: levert geen geld op. 26 jaar traditie?

Niks mee te maken, het gaat om budget. De NTR-managers, die zelf vaagtaal tot norm hebben verheven, snappen het nut van goed taalgebruik niet.

De discussievervuiling op de sociale media heeft veel te maken met een gebrek aan schrijfkennis, maar de NTR-bonzen zijn – door de eurobiljetten voor hun ogen – niet in staat dat te zien.

Eén avond per jaar kregen mensen een keer uitleg over een onbekend woord. Eén avond per jaar leerden we echt iets over onze taal. Eén avond per jaar zagen we erudiete presentatoren. Dit bastion is nu weg, de trollen hebben gewonnen. Wie kent nog het woord verheffingsideaal?