Spelman: de dicteewedstrijd

Spelman rijdt in een Rolls-Royce naar de dicteewedstrijd. Zijn ban-de-bomtasje met dicteewoorden is kwijt. Daarom wil hij terug. Hij vliegt in een ornithopter over kunukuhuisjes.

Copiloot Grote Pier zegt: “We brengen je naar Boerenkoolstronkeradeel. Daar kun je bûter, brea en griene tsiis eten.” Spelman heeft zoals altijd zijn kedsen vergeten. Barrevoets zit hij in een char-à-bancs, die stopt bij de Eiffeltoren. Hij schreeuwt: “Ja, Eiffeltoren moet met twee f’s, en met een hoofdletter als het de enige echte is.” Maar door het homerische gelach van diezelfde toren hoort niemand hem.

Dan wordt hij wakker. Spelman denkt: aha, een lucide remslaapdroom.

Spelman: de lijst

Spelman ligt aan het strand op zijn moeilijkewoordenlijst – die gebruikt hij als badhanddoek. Hij draagt een hoge zijden en een kufiyyah; verder is hij naakt. De andere badgasten zijn rajneeshies die teasestrips lezen.

Zijn Zebra-computer zinkt in het water. Spelman duikt erachteraan, maar ziet alleen canopenscherven. Een blokartende chichi madam zegt: “Ik ben gedebaathificeerd. Wil je mijn koh-i-noortje zien?” Spelman roept: “Mijn lijst, daar staat alles op, waar is mijn lijst?”

Dan schrikt hij wakker, badend in het zweet. “Je hebt gedroomd”, zegt zijn vrouw. Spelman verzucht: “Gelukkig, het was maar een oneirodynie, niet bepaald a dream of perfect bliss.

Spelman: Boekenweek

Het is weer Boekenweek. Spelman stoort zich elk jaar aan de media-aandacht voor al die boeken die niet over spelling gaan. Vroeger bladerde hij in de boekhandel weleens door het – ten onrechte met hoofdletter gespelde – ‘Boekenweekgeschenk’ en ‘Boekenweekessay’, in 2018 Gezien de feiten en Natuurlijk geheten, maar omdat hij spelfouten vond, is hij daarmee gestopt. Hij kon er niet meer tegen.

Nee, hij heeft genoeg aan het groene bijbeltje en de Dikke Van Dale, die eens in de tien jaar herzien worden. Gezien de feiten zou elke tien jaar één Spellingboekenweek natuurlijk volstaan, denkt Spelman.

Esker: breed ingeburgerd?

Bob van Dijk

Bob van Dijk

door Bob van Dijk 

Van Dale neemt een nieuw woord pas ter overweging om te worden opgenomen in het Heiligste Boek der Woorden ‘wanneer het minstens drie jaar in (schriftelijk) algemeen taalgebruik regelmatig opduikt in kranten, tijdschriften, boeken en internet. Het woord moet algemeen bekend en ingeburgerd zijn’ (website VD). [Voor de ongeduldigen onder ons, en zo eentje ben ik, bestaat de escape om in de digitale VD woorden toe te voegen in een wiki-omgeving. Ik maak zeer dapper gebruik van deze mogelijkheid; zie bijvoorbeeld basaltwoord, broodjesvloer, kop-tot-kontkok en puttikamer. Zelfs je naam komt erbij te staan: eeuwige roem!]

Eenzaat, deemstering, esker
Met deze wetenschap in het achterhoofd raadpleegde ik laatst de digitale VD vanwege een woord waar ik nog nooit van gehoord had, gelezen in de voortreffelijke nieuwste roman van Tommy Wieringa, De heilige Rita. Tom is grootgrutter in fraaiewoordengebruik trouwens, zoals eenzaat en deemstering. Maar nu had hij iets anders. Hij beschrijft hoe zijn vader in het Tukkerse land hem onderricht in het landschap. Veertiende hoofstuk, pagina 111: ‘Vader beschrijft het einde van een ijstijd, een smeltende gletsjer bedekt het land … Daar kijken ze naar, een rivier van steen, recht in het hart van de voorlaatste ijstijd. Het is de enige esker van het land.’

Esker? Wat zou dat zijn? En verdraaid, digi-VD geeft uitslag: ‘Slingerende landrug die tijdens een ijstijd door smeltwater aan de rand van of onder een ijskap is gevormd’. Het komt van het Ierse ‘eiscir’. Even verder googelen op internet levert nauwelijks hits op. Desgevraagd bij talige vriendjes en vriendinnetjes roept dit woord slechts vraagtekens-in-hoofden op.

Esker

Een esker (landrug uit de laatste ijstijd).

Definitief?
Is esker, nu het definitief in VD staat, daarmede een ‘algemeen erkend en ingeburgerd woord’? Ik waag het te betwijfelen. Maar het mooiste van mijn verhaal zit in de clou. De heilige Rita van Tommy Wieringa beleefde zijn eerste druk in oktober 2017. En wat staat er in VD bij esker? ‘Toegevoegd in december 2017’. Dit kan geen toeval zijn.

Desgevraagd bij de bureauredactie van VD blijkt dat er kennelijk veel vraag naar dit woord was bij digi-VD-gebruikers. Reden dat het tussen de tweejaarlijkse reguliere updates door alvast in de digitale versie geplaatst was. Ik ben gaan rekenen: eerste druk Rita in oktober, tweede en derde in november 2017. Dat zijn 30.000 boeken (geschat; desgevraagd bij uitgeverij De Bezige Bij wil men geen aantallen verstrekken). Hoeveel Rita-lezers zouden een abonnement op de digitale versie van ’s lands woordwatcher hebben? Hooguit één procent, lijkt me (ook Van Dale geeft geen antwoord op de vraag hoeveel digitale abonnementen verkocht zijn). Dus maximaal driehonderd mensen die het boek lezen én digi-VD hebben, en dat lijkt me al veel. Laat staan dat die mensen allemaal het woord esker zouden opzoeken.

Zou je met enkele tientallen vragen om een woord het al in VD kunnen krijgen? En dan niet in hun wiki, maar in de echte versie?

De heilige Rita (2017) van Tommy Wieringa

De heilige Rita (2017) van Tommy Wieringa

Belzen plukken
Ik denk dat er iets anders gespeeld moet hebben. Eén pagina verder namelijk laat Wieringa de hoofdpersoon belzen plukken in de boomgaard langs de beek. Belzen? Die ken ik alleen als onze zuiderburen. Opzoeken maar weer. Maar ‘belzen’ noemt VD nu juist weer niet …Dus dat is dan weer niet massaal opgezocht.

Het blijft gissen, maar roept wel om toelichting. Van Dalemensen: jullie lezen deze site ook, dus doe er wat mee!

Addendum: Ik heb Tommy Wieringa in een fanmail gefeliciteerd met zijn esker. Ook gevraagd naar de bedoeling achter de belzen. Ik wacht met spanning op een antwoord.

Addendum secundum: Het kostte moeite, maar uiteindelijk heb ik op internet de betekenis gevonden van ‘bels, belzen’. Het is een wildepruimensoort. Het woord is typisch Oost-Nederlands. Echt iets voor Tommy Wieringa dus!

 

Spelman: Isme

Spelman bestudeert het meervoud van -isme-woorden: -ismes, -ismen of beide? Volgens het Groene Boekje (GB) heeft fascisme geen meervoud, maar de Dikke Van Dale (VD) noemt fascismen en fascismes. Dan krijgt fascismesymbool geen tussen-n. GB en VD noemen alleen eufemismen: eufemismengebruik dus.

Isme zelf bestaat ook: zowel GB als VD geeft ismen en ismes. Spelman beklaagt zich bij een kennis: “Van Dale geeft 1468 trefwoorden op -isme. Die kan ik onmogelijk onthouden.”

De kennis zegt: “Het is me wat. Ik krijg er cynismengedachten door. Maar dat pessimismegedoe helpt je niet. Er valt vast een automatismen- of mechanismepatroon in te ontdekken.”

 

Spelman: T-strip

Spelman koopt op de rommelmarkt een stripboek over Asterix en Obelix. De verkoper zegt: “Dat waren nog eens tijden. Beter dan al die teasestrips van tegenwoordig. Bij Toutatis, haha!” Spelman lacht flauwtjes mee, maar denkt paniekerig: wélke strips?

asterix

 

Thuis raadpleegt hij direct de Dikke Van Dale: T-strip, teastrip, teestrip … lou loene. Maar dan ontdekt hij teasestrip: stripverhaal waarin een zo goed als naakte heldin optreedt in onmogelijke avonturen, veelal met sadistische inslag, bv. ‘Barbarella’.

Wat een weergaloos dicteewoord. Over ‘onmogelijk’ gesproken: als je het niet kent, kun je het wel op twintig manieren fout spellen. Van blijdschap doet Spelman een rondedansje.

barbarellastrip